Overlap bij wetten tegen terrorisme

Veel anti-terreurwetten van de afgelopen jaren overlappen elkaar. Bij incidenten kan het voorkomen dat politie, justitie, bestuur en veiligheidsdiensten allemaal tegelijk bevoegd zijn.

Voor afstemming van overheidsoptreden bij terroristische incidenten ontbreken „goeddeels richtsnoeren”. Er zijn ook leemtes. Zo ontbreken wettelijke normen voor ‘persoonsgericht verstoren’.

Dit rapporteert een commissie onder leiding van oud-topambtenaar van Justitie Jan Suyver aan het kabinet. Zij heeft uitgezocht hoe het anti-terreurbeleid „in onderlinge samenhang” kan worden verbeterd.

Uit het rapport blijkt dat samenwerking tussen de diensten het kwetsbare punt is. Behalve in acute situaties heeft er zich nog geen „afstemmingspraktijk” ontwikkeld. Verder wordt bij de diensten verschillend gedacht over de effectiviteit van nieuwe wetten, en is „men niet in alle situaties bereid vertrouwelijke informatie uit te wisselen”. Wel geven de geïnterviewden aan dat er voldoende nieuwe bevoegdheden zijn gekomen. De commissie constateert dat veel wetten niet of nauwelijks worden gebruikt.

Het kabinet krijgt het advies een integrale evaluatie te laten uitvoeren naar samenhang, legitimiteit, effectiviteit en „operationele uitvoerbaarheid” van wetgeving en beleid. Periodiek zou moeten worden beoordeeld of de nieuwe wetten nog nodig zijn. Daarbij wordt gewezen op de rechtspraak van het Europese Hof in Straatsburg waarin „noodzakelijkheid in een democratische rechtsstaat” een hard criterium is. De commissie acht het niet uitgesloten dat nu al sprake kan zijn van strijd met de mensenrechten. Oorzaak zou de stapeling van wetten zijn, die destijds niet gelijktijdig of in samenhang werden ingediend. Daardoor zou dit „mogelijk op onderdelen wel in strijd met fundamentele vrijheden kunnen komen.”

In een reactie onderschrijft het kabinet de aanbeveling een nieuwe evaluatie uit te voeren. In afwachting daarvan wordt het wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid aangehouden. D66-leider Pechtold, die in 2007 in een motie om het onderzoek vroeg, is hier enthousiast over. „Dat het kabinet nu beter de samenhang van wetten wil evalueren, en daar zelfs een wetsvoorstel voor wil aanhouden, duidt er op dat er meer aandacht komt voor de effectiviteit en voor burgerrechten. Ik denk dat we een nieuw tijdperk in de terrorismebestrijding ingaan.” Volgens CDA’er Van Haersma Buma mag de evaluatie juist niet leiden tot uitstel van nieuwe wetten. „De versterking van de terrorismebestrijding mag niet stil komen te staan.”