Moslims nemen moord in rechtszaal hoog op

De moord op een Egyptische vrouw in een Duitse rechtszaal heeft tot onrust geleid onder moslims in Duitsland en elders. Zij wijzen op islamofobie en racisme.

Onder moslims in Duitsland is onrust ontstaan na de racistische moord op de Egyptische Marwa al-Sherbini, die vorige week in een rechtbank in Dresden werd doodgestoken. Op internetsites en in theehuizen waar veel moslims komen, is de gebeurtenis nog steeds het gesprek van de dag.

De grote islamitische gemeenschap in Duitsland heeft de begrafenis van de vrouw, eerder deze week in de Egyptische stad Alexandrië, op de voet gevolgd. De plechtigheid liep uit op een demonstratie van meer dan duizend mensen. Sherbini werd tot „martelares in naam van de hoofddoek” uitgeroepen.

De zaak kan tot soortgelijke maatschappelijke en politieke spanningen leiden als een brand in het Duitse Ludwigshafen. Begin vorig jaar brandde daar een huis af waarin voornamelijk Turken woonden. Negen mensen kwamen om. Het zou gaan om brandstichting met racistische motieven. De Turkse premier Erdogan kwam er speciaal voor naar Duitsland en eiste opheldering. De conclusies bleken voorbarig, maar de rel was er niet minder om. Gisteren hebben bondskanselier Angela Merkel en de Egyptische president Hosni Mubarak in de marge van de G8-top, in het Italiaanse L’Aquila, over de moord gesproken.

Het drama voltrok zich vorige week woensdag in de rechtbank van Dresden. De 32-jarige apotheker had een man gedaagd die haar vorig jaar op een kinderspeelplaats uitmaakte voor „terrorist” en „islamitische slet”, naar aangenomen wordt omdat ze een hoofddoek droeg.

De 28-jarige Alexander W., een Duitser van Russische afkomst, begon in de rechtszaal opnieuw te schelden. Plotseling trok hij een mes en stak de Egyptische met achttien steken dood. Haar man werd eveneens gewond, door messteken en een politiekogel. Een toegesnelde agent had zijn wapen getrokken en ging er abusievelijk van uit dat de echtgenoot de dader was. Sherbini, moeder van een driejarig kind, was enkele maanden zwanger toen ze overleed.

Voor de Arabische pers is de zaak groter nieuws dan voor de Duitse. Zowel de tv-zender Al-Jazeera als tal van Egyptische kranten hebben er dagenlang over bericht. Duitse dagbladen en televisiezenders hebben er weliswaar uitvoerig aandacht aan besteed, maar niet prominent. Moslims verwijten de Duitse media dat ze de kwestie onderkoeld brengen, en het racistische motief van de dader niet of nauwelijks vermelden. De binnenlands-politieke weerslag is vooralsnog gering. Maar dat kan veranderen als de protesten in zowel het buitenland als Duitsland zelf aanhouden.

De raad van de moslims in de Bondsrepubliek neemt de zaak hoog op. Zijn anders nogal gematigde voorzitter, Ayyub A. Köhler, laat weten dat Sherbini „het tot nu toe meest tragische slachtoffer is van onze moslimzusters die onder vernedering, verdachtmaking en discriminatie lijden. […] De aan hun kleding herkenbare moslimvrouwen worden intussen verregaand maatschappelijk en menselijk afgewezen. […] De politiek moet eindelijk de islamofobie in ons land serieus nemen”.

In Duitsland wonen naar officiële schatting 3,5 miljoen moslims. De cijfers gelden als achterhaald; het zijn er waarschijnlijk aanzienlijk meer. De meesten zijn Turken. Berlijn, Hamburg en Keulen hebben grote Turkse- en moslimgemeenschappen. Hoewel de Duitse regering er alles aan doet om de integratie te bevorderen, is van samenleven met de ‘autochtonen’ nauwelijks sprake; het gaat eerder om een doorgaans vreedzaam langs elkaar heen leven. Discriminatie en racisme worden in Duitsland, mede om historische reden, hard aangepakt.

Het commentaar van de moslimraad op de moord in Dresden is bij Die Welt verkeerd gevallen. „Mag men wegens deze ene zaak een heel land veroordelen?”, vraagt de krant. Het antwoord luidt: „Nee, dat mag men niet. Het is niet alleen slordig wat raadsvoorzitter Ayyub A. Köhler schrijft, hij lokt hiermee ook een gevaarlijk conflict uit, waarvan tot nu toe – God zij dank – in de Duitse samenleving geen sprake is”.

De Egyptische schrijver Alaa al-Aswany, die veel in Duitsland komt, zegt vandaag in de Berlijnse Tagesspiegel dat zijn indruk is dat, „om eerlijk te zijn”, vijandigheid jegens islamieten in de Bondsrepubliek „wijdverbreid” is.