'Mensjov zit niet goed op z'n fiets'

Johan Cruijff wordt door Michael Boogerd door de Tourkaravaan geleid.

De voetballegende spreekt met Lance Armstrong en rijdt mee met Erik Breukink.

Johan Cruijff ontmoet Matthew Lloyd, de nummer 14 in de Tour de France. Foto Bas Czerwinski Johan Cruijff en Matthew Lloyd foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Ontspannen lachend stapte Johan Cruijff gisteren op de Montjuïc in Barcelona uit de auto van Raboploegleider Erik Breukink. Jammer dat de Spaanse kopman Oscar Freire in de eindsprint van de zesde etappe nipt was verslagen door de Noor Thor Hushovd? „Ja, maar ergens wel logisch. Millar zat vooruit en dat is een sterke renner. Dus moest je eerder de beslissing nemen om Flecha achter hem te laten jagen. Mischien kom je daardoor op het einde net tekort.”

Kroonprins Willem-Alexander, topmensen uit bedrijfsleven, politiek en showbizz: een dagje Tour de France geldt als aantrekkelijk uitje. Met de terugkeer van Lance Armstrong groeit ook het aantal prominenten in de Tour weer. The Boss schudde al de hand van onder meer Prins Albert van Monaco, autocoureur Fernando Alonso en komiek Ben Stiller.

Gisteren was de beurt aan voetballegende Cruijff, die bij de start in Girona werd rondgeleid door Michael Boogerd. Omstuwd door tientallen fotografen en cameramensen schudde de voetballegende bij de bus van Astana de hand van ploegleider Johan Bruyneel. „Nu kan Armstrong tenminste een keer in alle rust naar de start”, grapte Boogerd. Spaanse agenten applaudisseerden, het publiek juichte. Even later had Cruijff in de bus een ontmoeting met Armstrong. „Very cool”, zei de recordwinnaar van de Tour. „Aan zijn uitstraling en rust herken je de absolute topper”, vond de drievoudig Europees voetballer van het jaar.

Vervolgens stapte El Salvador in naast Raboploegleider Erik Breukink, om de rit te volgen naar Barcelona, de stad waar hij als voetballer en trainer triomfen vierde. Boogerd: „Ik hoor het hem zo uitleggen: ‘Joh Breukink, die Mensjov zit niet goed op z’n fiets.’ En ik weet uit eigen ervaring dat hij geen onzin praat.”

Vijf weken geleden studeerde Boogerd af aan het Johan Cruyff Institute, een hbo-instelling waar hij de mastersopleiding sportmanagement volgde. „Ik kreeg mijn diploma uit handen van Cruijff, we hebben even gesproken. ‘Ik zie je in de Tour’, zei hij. Wie maakt dat mee, afspreken met een grootheid als Cruijff? Ik weet nooit goed of ik u of jij tegen hem moet zeggen.”

Boogerd hoeft niet lang na te denken over het hoogtepunt van zijn eenjarige opleiding. „Cruijff gaf een gastcollege, dan zat hij twee uur in het midden tussen de studenten. Je mocht vragen stellen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik stel me in zo’n situatie eerder nederig op. Maar ik heb ademloos geluisterd. Het leek wel een conference.”

Thuis in het Belgische Kapellen heeft Boogerd, in 1998 vijfde in de Tour en tweevoudig ritwinnaar (La Plagne 2002), volop video’s met oude beelden van Johan Cruijff. „Hij was de beste voetballer ter wereld. Neem alleen hoe hij op het einde van zijn carrière nog kampioen werd met Feyenoord om ze te sarren in Amsterdam, waar Ajax hem had afgedankt. Schitterend! Maar het WK van 1974, daar kan ik ook van genieten. Dat ze uiteindelijk verloren doet daar weinig aan af. Zelf ben ik ook vaak tweede geweest. Maar ik had wel de koers bepaald en zo de mensen vermaakt.”

Na zijn carrière kende Michael Boogerd een moeilijke periode. „Ik was er niet op voorbereid.” Het verleden blijft hem achtervolgen, omdat zijn naam wordt genoemd in een dopingaffaire in Oostenrijk. „Ik heb er niets mee te maken. Daarom zie ik er weinig nut in om in Wenen te getuigen. Als ze iets willen vragen, weten ze me wel te vinden.”

De oud-wielrenner kijkt momenteel liever naar de toekomst. „In september 2008 werd ik gebeld door een manager van het Johan Cruyff Institute of ik wilde meedoen aan de opleiding. Hij had geen beter moment kunnen kiezen. Ik ging altijd blij weg na de lessen, voelde me weer mens worden. Het was soms serieus afzien, ik heb zelfs bijlessen gevolgd en zat zeker in de laatste fase tot diep in de nacht achter de computer om werkstukken te maken. Dat is toch je eergevoel als topsporter, je wilt het netjes afsluiten.”

Tijdens de opleiding kreeg Boogerd meer inzicht in zijn eigen ambities. „Ik zoek het toch in de wielersport, daar ligt mijn passie. Dat is ook de filosofie achter het Johan Cruyff Institute: sportorganisaties moeten worden geleid door oud-sporters. Je hebt toch meer gevoel voor de finesses. Gecombineerd met de kennis van de opleiding, waardoor je een bredere kijk krijgt dan alleen je eigen topsportbeleving, kun je dan ook in organisaties het verschil maken.”

Cruijff was het daar na een dagje Tour de France volledig mee eens. „Ik geniet als ik vandaag al die blije mensen langs de kant zie. Misschien wel een miljoen! Dat maakt sport dus los. Boogerd was in dit circus vijftien jaar lang een van de mannen die de lakens uitdeelde. Met de attributen van zijn opleiding kan hij ook in de toekomst heel waardevol zijn voor deze sport.”