Kind, lees Pirandello

Anja Sicking: De tien wetten der verleiding. Contact, 235 blz. €16,95

‘Sommige mensen komen nu eenmaal nooit los van hun schoolpleinervaringen’, verzucht de verteller halverwege De tien wetten der verleiding. Deze laatdunkende opmerking over de hoofdpersoon Merel Zilver is waarschijnlijk bedoeld als sarcastisch commentaar op de thematiek van deze roman. Een groepje vierdeklassers terroriseert op het schoolplein medescholieren. Wie bij de groep wil horen moet zich verregaand compromitteren. Zo wordt Merel, een onnozel wicht dat met veel moeite een plaatsje in de groep heeft verworven, in 1977 gedwongen in het fietsenhok mee te doen aan de aanranding van een voormalige vriendin.

Dit is het ingrijpend soort ervaring waar een mens inderdaad moeilijk los van komt en het begint er op te lijken dat Anja Sicking (1965) is geobsedeerd door dit soort zelfvernedering binnen groepsprocessen. In haar succesvolle, bekroonde debuut Het Keuriskwartet (2000) over een groepje Haagse conservatoriumstudenten, vervult klarinettist Paulien de rol van meeloper die in De tien wetten der verleiding voor Merel is weggelegd. Het Keuriskwartet met zijn thrillerachtige plot prikkelde de verbeelding doordat het gedrag werd geanalyseerd van jonge mensen die onder immense druk moeten woekeren met hun talent. Duidelijk was bovendien dat Anja Sicking, die zelf tot basklarinettist is opgeleid aan het Haagse conservatorium, zich uitstekend in dit milieu kon verplaatsen. Dat lukte minder in De stomme zonde (2005), een roman over een achttiende-eeuwse dienstbode van een muziekuitgever, die uit domheid en eigenbelang medeplichtig wordt aan de executie van haar homoseksuele werkgever. Na verschijning bleek dat Sicking grote stukken had overgenomen uit de dissertatie Sodoms zaad in Nederland van Theo van der Meer, reden voor Sickings uitgever om aan De stomme zonde een bronvermelding toe te voegen.

Zo’n bronvermelding is ook opgenomen in De tien wetten der verleiding waarmee een structurele zwakte van deze roman wordt benadrukt. De noten horen bij twee bizarre intermezzo’s waarin Sicking uitlegt wat de strekking van haar nogal schools opgezette verhaal is. Uit Inmezzo 1 blijkt dat Merel ‘helaas’ te weinig las tijdens haar middelbare schooltijd. Had ze Pirandello gelezen, dan zou ze zichzelf beter begrepen hebben. Wie na deze betuttelende handreiking nog lust heeft om te ontdekken hoe Merel haar problemen dan wel oplost, maakt in Intermezzo 2 kennis met de fictieve winnaar van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede Isaac Leitten, ‘een denker en schrijver die het verloop van haar leven sterk zou beïnvloeden’. Uit de bronvermelding blijkt dat hier Elias Canetti wordt bedoeld.

Hinderlijker nog is het moralisme in dit boek. Merel woont bij haar altijd afwezige vader in een armoedig bovenhuis, haar avondeten moet ze afhalen bij de Chinees. Haar moeder is lid van een hysterische vrouwenpraatgroep en heeft een vibrator. Logisch toch dat kinderen van zulke ouders ontsporen?

In een epiloog doet Sicking nog uit de doeken dat Merel en de leden van haar peer group ongetrouwd zijn gebleven. En met de maatschappij is het door de individualisering van kwaad tot erger gegaan. ‘Wat er in de jaren zeventig op een doorsnee- middelbare school gebeurde bleek achteraf gezien kinderspel te zijn in vergelijking met wat er daarna allemaal mogelijk was: drugshandel in de kantine, vuurwapenbezit, doodsbedreigingen van leraren.’ Hoog tijd dat de ‘family values’ wereldwijd in ere worden hersteld en dat tieners massaal Pirandello gaan lezen.

    • Elsbeth Etty