Je verwonden aan de wereld en genezen via taal

Helle Helle: Naar de honden. Vertaald door Kor de Vries. Contact, 191 blz. € 17.95

Sven Olov Karlsson: Het Amerikaanse huis. Vertaald door Edith Sybesma. Prometheus, 267 blz. € 19,95

Helle Helle: Naar de honden. Vertaald door Kor de Vries. Contact, 191 blz. € 17.95

Op de achterplat van romans staat altijd het verhaal, zelden een voorbeeld van de stijl. Het nieuwe boek van de Deense schrijfster Helle Helle (1965) gaat over een vrouw, een auteur met een writer’s block, die ergens in de onherbergzaamheid van het noorden een ‘plek zoekt om te huilen’. Zojuist heeft ze haar man verlaten. Een echtpaar met een stel honden ontfermt zich over haar. Op metaforisch niveau gaat dit verhaal over een zoektocht naar een zelf, eenzaamheid, liefde. Helles hoofdpersoon is 42. Haar korte roman heet Naar de honden.

Gelijktijdig verscheen Het Amerikaanse huis van de Zweedse auteur Sven Olov Karlsson (1971). Beide auteurs gelden als een belofte, respectievelijk in Denemarken en Zweden. Karlsson roept in zijn stevige roman een wrede wereld op van boeren, een ex-gevangene, van moord en bovenmenselijke natuurkrachten in een uithoek van Zweden. ‘Boeren zijn er nog wel, boerinnen minder’, luidt een van de observaties van de hoofdpersoon: Eddy Mood, de man die met de bouw van een Amerikaans huis een onmogelijke geluksdroom wil verwezenlijken.

De boeken tonen alle kenmerken van zoveel andere literatuur uit Scandinavië: de hoofdpersonen doorbreken hun vaste leefpatroon en proberen in de eenzaamheid van het platteland hun identiteit terug te vinden. De manier waarop het verhaal verteld wordt, verschilt evenwel hemelsbreed. Helle Helle bewees met haar eerder vertaalde werk, zoals De veerboot, dat ze met een enkele zin, een ogenschijnlijk terloopse mededeling, een gedetailleerde observatie, een onvermoede wereld van emoties kan oproepen. Haar zinnen zijn bedrieglijk eenvoudig, helder en licht. De paniekaanvallen waaraan de vrouw lijdt, belicht Helle bijvoorbeeld als volgt: ‘Ik ben tweeënveertig jaar en nog steeds niet in staat iets te leren. Ik eet de croissant vanuit het midden en heb geen servetjes bij me. Mijn benen voelen stijf aan. Ik ga weer zitten. Het begint donker te worden, de wind rukt aan het schuurtje’.

De roman is op een vernuftige manier gecomponeerd rondom de vrouw en de honden. De baas en bazin van de dieren blijken een beladen verleden te hebben, dat geleidelijk duidelijk wordt. Net als in Het Amerikaanse huis speelt op de achtergrond een huwelijkscrisis mee – met shocktoestand, dood en verlaten worden. Dat alles samenvatten zou meteen alles verraden. Helle Helle loodst de lezer met die bedrieglijk lichte zinnen slim om het drama heen, waardoor ze je dwingt terug te lezen. Ben je aanbeland bij de laatste zin, dan is er nog steeds een onopgelost geheim. Dat maakt Naar de honden intrigerend.

Heel anders van toonzetting is Het Amerikaanse huis. Karlssons stijl is gretig, bedwelmend. Wellustig beschrijft hij bijvoorbeeld de gruwelijke slachtpartij die veehouder Mood onder zijn dieren aanricht. Hij neemt geen woord terug, zoals Helle. Wanneer Eddy Mood een vrouw vindt, dan is dat de ultieme liefde, zonder terughoudendheid beschreven: ‘Is de oude Eddy Mood bezig verliefd te worden? Of kan zoiets alleen in de verbeelding? Het hart zoekt een leven lang naar wat het nodig heeft en noemt dat liefde. En hij heeft hulp nodig. Praktische steun, begrip en warmte. Niet in de laatste plaats een helpende hand tegen de boze buitenwereld en de jenever. Vastigheid en sympathie. En de armen van een vrouw.’

De verschillende stijl tussen beide boeken maakt ook meteen duidelijk met welke inzet de auteurs aan het werk zijn gegaan. Helle Helle beschrijft de nauwelijks in woorden te vangen innerlijke crisis van een vrouw. Zij moet suggereren, want benoemen zou alles stukmaken. Karlsson schrijft vanaf de buitenkant. De ruige wereld van ex-boef en moordenaar Eddy Mood roept hij op in een krachtige stroom van beelden en vergelijkingen.

Beide boeken zijn in hun inzet gelijkwaardig en voorbeeldig. Mijn voorkeur gaat uit naar Het Amerikaanse huis, puur omdat ik houd van barok taalgebruik en zinnen als deze: ‘In de bajes kon hij alles van zich afzetten, soms wekenlang. Met eten, tv-kijken, pokeren en alle soorten tijdverdrijf die het gevangeniswezen toestond. Met luisteren naar de verhalen van de andere idioten over verkeerde vonnissen, vaders met losse handjes en moeders die aan de drank waren. Dat ze glazenier hadden willen worden, maar zich in de vingers hadden gesneden.’ Vooral die laatste zin is briljant. Zoveel verbluffende poëzie in proza vind je minder bij Helle: mannen die zoiets onschuldigs willen worden als ‘glazenier’, maar zich verwonden. Daarover gaat heel het schitterende Het Amerikaanse huis: jezelf verwonden aan de wereld en genezing zoeken in het wonder van de taal.