Iraanse straatprotesten leiden opnieuw tot rellen

Voor het eerst in drie weken waren er gisteren weer demonstraties in de Iraanse hoofdstad Teheran tegen de betwiste uitslag van de presidentsverkiezingen. Veiligheidstroepen schoten in de lucht, sloegen met knuppels en gebruikten traangas om een spontane demonstratie van een paar duizend demonstranten nabij de universiteit uiteen te slaan.

De demonstranten gaven gehoor aan oproepen om te demonstreren op websites en pamfletten, uitgedeeld in de straten van Teheran. De aanleiding was het tienjarig jubileum van een aanval door de Baseej-veiligheidsdienst op een studentenonderkomen in 1999, wat destijds leidde tot zes dagen van straatgevechten.

Ooggetuigen beschreven hoe een meisje gisteren werd geslagen door drie agenten in burger. „Ze lag op de grond en schreeuwde dat ze klootzakken waren, terwijl die mannen met knuppels op haar insloegen”, zegt een van de demonstranten. „Toen mensen begonnen te roepen dat ze moesten stoppen, rende een andere agent in burger op ze af. Hij trok een revolver en schoot in de lucht om de mensen te verjagen.”

Op het Ferdowsiplein stonden jeugdige leden van de Baseej-militie, tieners nog met te grote helmen, schouder aan schouder met stokken in een grote cirkel over het hele plein, vertelt een andere demonstrant.

„Verderop sloeg een motorrijder een Baseej met zijn helm, de mensen juichten, maar vervolgens vielen de militieleden de demonstranten aan.”

De demonstraties tonen dat de rust van de laatste weken hooguit een gewapende vrede was. Iedere herdenkingsdag of ander speciaal evenement kan aanleiding zijn voor protesten, zo bleek gisteren.

De gouverneur van Teheran, een aanhanger van de president, had vooraf gewaarschuwd dat iedere demonstratie „verpletterd” zou worden.

„Wij hebben het volk niet in de hand”, zegt Morteza Alviri, assistent van Mehdi Karoubi, een belangrijk lid van de oppositie. Alviri: „Als ze oprechte klachten hebben, kan niemand ze tegenhouden.”