Ik word taxichauffeur

De Franse filmmaker Claire Denis wilde in haar nieuwste film ‘35 rhums’ een Frans gezin portretteren: „Een zwart Frans gezin, maar verder zo Frans als wat.”

Claire Denis Foto Ognon Pictures Ognon Pictures

Het is de laatste dag van het Filmfestival Rotterdam, afgelopen januari. De Franse filmmaker Claire Denis staat op het punt om de trein naar Parijs te nemen. Ze is gestresst, want „de treinen staken en dan weet je nooit of je op tijd je bestemming bereikt”. Ze moet terug. In Parijs wacht een nieuw film, White Material met Isabelle Huppert, die klaar moet zijn voor het Filmfestival Venetië in september.

Denis wordt in Rotterdam vergezeld door haar vaste acteur Alex Descas, met wie ze al zeven films maakte. In haar nieuwste film 35 rhums, die volgende week in de Nederlandse filmtheaters uitkomt, is Descas een treinmachinist. Denis: „De film opent met een shot van de treinbestuurder, Lionel, die op het station op zijn dochter Josephine wacht. Eindeloos kijkt hij uit over de sporen. Dat heb je met treinvertragingen!”

Claire Denis (1948) is een laatbloeier. Ze debuteerde pas op haar veertigste met het semiautobiografische Chocolat, waarin een jonge Française haar jeugd in Afrika overdenkt. Daar gaan haar films ook verder over – hanengevechten in S’en fout la mort (1990), een seriemoordenaar in J’ai pas sommeil (1994), de fragiele relatie tussen broer en zus in Nénette et Boni (1996), het vreemdelingenlegioen in Beau travail (1999) of een harttransplantatie in L’intrus (2004). Uiteindelijk gaan ze allemaal over buitenstaanders en indringers en het breekbare evenwicht tussen het menselijk lichaam en de wijde wereld eromheen.

En zoals dat gaat met filmmakers die geen compromissen willen sluiten, wordt Denis zowel bewonderd als verguisd. „Dat is de prijs van eigenzinnigheid”, zegt ze. „Moet ik dan films maken voor mensen die zelf niet kunnen kijken en denken? Daar hebben we Hollywood toch al voor?”

35 rhums is een van haar meest toegankelijke films. In lome, liefdevolle bewegingen volgt hij het leven van een vader en van zijn dochter die op het punt staat om uit huis te gaan. Al hebben ze dat zelf nog niet helemaal door. Denis: „35 rhums is een film over afscheid nemen.”

De film speelt in een Frans-Caraïbisch arbeidersmilieu. Bijna alle acteurs zijn zwart. Dat was een must voor Denis, die als diplomatendochter elke paar jaar van haar meisjesleven in een ander Afrikaans land doorbracht en zo een scherp oog ontwikkelde voor onderhuids racisme en de naweeën van het kolonialisme. „Ik wilde een Frans gezin portretteren. Een zwart Frans gezin, maar verder zo Frans als wat. Als er zwarte acteurs optreden in een film, denken mensen automatisch dat ze een sociaal probleem krijgen voorgeschoteld. Deze film gaat over liefde en intimiteit.”

Maar toch ook over politiek. Het werk van de Frans-Caraïbische filosoof Franz Fanon, een denker over het postkolonialisme, en econoom Joseph Stiglitz, die kritisch is over de globalisering, wordt vast niet voor niets in de collegebanken van Josephine besproken.

„Toen we ruim een jaar geleden met de film begonnen, was er nog geen economische crisis. Ter voorbereiding op de film hadden we gesprekken met een politicoloog die Franz Fanon zowat dood verklaarde. En toen werd Obama verkozen en stond Franz Fanon weer in de belangstelling. Daarna brak de crisis uit en zag je Stiglitz elke dag op televisie. Natuurlijk waren onze verwijzingen politiek. Maar op dezelfde naïeve en serieuze manier als de zwarte studenten die hen in de film citeren. Ik wilde laten zien dat deze denkers er aan de Sorbonne misschien niet toe doen, maar wel voor de zwarte studenten uit een getto als de universiteit van Paris VIII Saint-Denis.”

U portretteert mensen in een overgangsfase in hun leven, binnen een bepaald milieu. Via het personage van Lionels collega René geeft u commentaar op hun sociale omstandigheden.

„René is gebaseerd op een machinist die ik eens op de radio heb gehoord in een programma over boeken die mensen in de forenzentrein lezen. De interviewer vroeg hem, vanuit een superieure houding, of hij weleens tijd had om te lezen. De machinist zei: „Natuurlijk. Ik lees zoveel als ik kan. Op mijn vrije dagen. ’s Nachts als ik niet kan slapen.” En toen citeerde hij uit zijn hoofd uit het boek Mars, van de Zwitserse schrijver Fritz Zorn, een heftig verhaal over een man die zich oog in oog met de dood realiseert eigenlijk niet geleefd te hebben. Dat zit nu ook in de film. In de jaren tachtig was dat een cultboek. De interviewer was perplex. Die machinist wist dat hij aan het systeem moest gehoorzamen en zijn werk doen om geld te verdienen. Maar hij wist het. Via dat boek kon hij eraan ontsnappen. Zelf ben ik soms zo bang om me over te geven aan de hele maatschappelijke mallemolen dat mijn stem het begeeft.”

Was deze erudiete machinist het uitgangspunt voor de film?

„35 rhums is een hommage aan Late Spring (Banshun, 1949) van de Japanse filmmaker Yasujiro Ozo. En niet zomaar een eerbetoon, want het verhaal van de vader en de dochter uit Late Spring en 35 rhums is ook de geschiedenis van mijn moeder en grootvader. Mijn moeder is door haar vader opgevoed en als kind kreeg ik er niet genoeg van om haar uit te horen over haar jeugd. Hoe het was om naar school te gaan, wat voor straf ze kreeg als ze stout was geweest. In mijn ogen was mijn grootvader een legendarische figuur. Een superman.

„Ozu is een van mijn favoriete filmmakers. Toen ik met mijn moeder Late Spring had gezien, was ze diep geroerd. Ze kon zich niet voorstellen dat iemand aan de andere kant van de wereld haar verhaal had verfilmd. Ze kon zich trouwens ook niet voorstellen dat iemand hem geld had gegeven om zo’n eenvoudig verhaal te vertellen.

„Ik heb Ozu niet willen imiteren. Maar net als hij wilde ik het leven bekijken vanuit alledaagse handelingen. Ik wilde iemand filmen die van zijn werk komt, zijn handen wast en eten kookt. Voor mij is dat geen maniërisme, maar de essentie van films maken. Om te laten zien dat mensen een innige band hebben, kun je terugvallen op uitleggerige dialogen, of een voice-over die zegt dat vader Lionel en dochter Josephine al twintig jaar in dit appartement wonen en dat ze nu op een kruispunt in hun leven staan. Maar je kunt het ook laten zien. Cinema is er niet om alleen maar verhalen te vertellen. Film is tijd en duur en bewustzijn. Dat kun je niet uitdrukken in woorden. Je kunt de geschiedenis van het moderne Japan aflezen aan de treinen in de films van Ozu. In zijn films gaat de tijd net zo voorbij als vandaag. Eerst staan er alleen radio’s in de appartementen, opeens komen daar televisies bij. En zo zijn de treinen een beeld van vooruitgang en vergankelijkheid.”

Bij u ook?

„Voor mij zijn treinen een vehikel om bij mijn personages te arriveren. Lionel is machinist. Zijn buurvrouw Gabriëlle taxichauffeur. De trein staat voor lange afstanden, lange takes. De taxi is een stedelijk vervoersmiddel, korte afstanden, close-ups. Taxichauffeur is ook het beroep waarvan ik me kan voorstellen dat ik het zou willen uitoefenen als ik geen films meer zou kunnen maken. Het heeft overeenkomsten met dat van een regisseur. Je brengt mensen ergens heen, tijdens een kortstondige ontmoeting. Een machinist is op dezelfde manier verantwoordelijk voor zijn passagiers als de taxichauffeur, maar hij zal ze nooit leren kennen.”

‘35 rhums’ is vanaf 16 juli te zien in de Nederlandse filmtheaters.

    • Dana Linssen