Hype

De gebroeders Jackson herinner ik me als ritmisch op en neer en heen en weer springende kereltjes, een soort trekpoppetjes. Niets voor mij. Ik gaf de voorkeur aan de Four Tops en de Supremes. Zij verdwenen geleidelijk uit de Top Tien en de publiciteit, de Jacksons bleven. Vooral Michael trok de aandacht. Hij liet zijn neus verbouwen, zijn huid bleken en hij bleef zingen en springen, steeds ingewikkelder. Michael werd ook nog zijn eigen geruchtenmachine. Hij zou veel pijn lijden, aan de dope zijn, van lieverlee werd hij de postmoderne versie van de Übermensch. Voor mij bleef hij een spiraal van gebakken lucht.

In deze krant van dinsdag staat een artikel van de Britse arts en filosoof Theodore Dalrymple, de enige beschouwing over het fenomeen Jackson waarmee ik het althans gedeeltelijk eens ben. ‘Jackson interesseert me zoals een kermisgedrocht me interesseert’, schrijft hij. ‘Er gaat een zekere morbide fascinatie van hem uit.’ Hij heeft geprobeerd zich door zelfverminkingen uniek te maken. Dat wijst op een excessieve zelfhaat of zelfverachting. Dalrymple noemt de artsen die hem daarbij behulpzaam zijn geweest crimineel. ‘Omwille van geld hebben zij hun beroepsethiek laten varen.’ Ze zijn medeplichtig aan de onwil van hun patiënt om volwassen te worden. Jackson is ‘een tragedie van onze tijd’.

Wat Jackson verzon om hem nog opmerkelijker te maken dan hij al was, waarna de artsen hem op zijn wenken bedienden, werd daarna uitvoerig in allerlei media gerapporteerd. Dat was de bedoeling. Wacko Jacko werd hij in Rupert Murdochs New York Post genoemd. Geschifte Japie. Hele wouden zijn omgehakt voor het papier waarop Michaels strapatsen beschreven zijn. Bewonderend, verachtend, dat maakte geen verschil. Publiciteit, daar ging het om. Dat was nog vóór internet tot massamedium was geworden. Zijn die journalisten ook niet medeplichtig aan Dalrymples eigentijdse tragedie? En dan komen de miljoenen lezers. Als je consequent bent moet je ook die een afgeleide schuld toeschrijven.

Laten we de schuldvraag verder buiten beschouwing en blijven we bij de kwestie van oorzaak en gevolg, dan is de carrière van Michael Jackson het schoolvoorbeeld van een hype. Het verschijnsel wordt in de woordenboeken beschreven als een rage, een modegril. Dat is veel te zwak uitgedrukt. Een hype die de naam verdient is een publicitaire tornado. In de reclame wordt regelmatig geprobeerd voor een nieuw product een hype te ontketenen. Er zijn politici die aan hun eigen positieve hype werken, maar dat kan ook negatief uitpakken. De essentiële eigenschap van een hype is, dat die na een goed begin zichzelf verder genereert en tenslotte tot orkaankracht aanzwelt. De afgelopen dagen hebben we kunnen zien hoe ver dat kan gaan.

En nu nog even mijn stokpaardje. Ik heb het gevoel dat in Nederland pogingen worden gedaan om een nieuwe hype te beginnen. Het is nu nog een ‘campagne’ (het mogelijk begin van een hype) om voor Nederland de Olympische Spelen van 2028 ‘binnen te halen’. Het gaat om ‘visie, durf en daadkracht’, heeft de minister-president laten weten. Het Fatsoen moet je doen heeft geen wortel geschoten, de reanimatie van de VOC-mentaliteit is mislukt. Nu proberen we het met de sport. Over zeven jaar valt de beslissing. Zet u nu al schrap tegen de olympische hype.