Gewelddadige seks

De cijfers over seksueel geweld in Nederland shockeren. Maar het meest schokkende is eigenlijk dat ze niet of nauwelijks nieuw zijn. Ze waren al onrustbarend hoog, ze zijn het nog.

De vraag is dus: waarom slaagt de Nederlandse maatschappij er niet in seksueel geweld tegen (vooral) vrouwen, mannen en kinderen terug te dringen?

De Rutgers Nisso Groep, een kenniscentrum op het gebied van seksualiteit, presenteerde deze week het rapport Seksuele gezondheid in Nederland 2009. Het goede nieuws is: twee op de drie Nederlanders zijn tevreden of erg tevreden over hun seksleven. Nuttig is wellicht de informatie dat de helft van de mannen en vrouwen vinden dat ze te weinig seks hebben. Veertig procent van de Nederlanders vindt zichzelf nooit of hooguit soms aantrekkelijk – of dat een bevinding is die van een realistisch zelfbeeld getuigt, is een kwestie van smaak.

Verreweg het slechtste nieuws is dat 11,7 procent van de ondervraagde vrouwen heeft laten weten ooit verkracht te zijn, en 2,6 procent van de mannen. Een derde van de vrouwen en een op de twintig mannen gaf aan ooit met seksueel geweld te zijn geconfronteerd.

Bij deze cijfers zijn wel kanttekeningen te plaatsen. Zo hebben de onderzoekers gekozen voor de ‘psychologische’ definitie van seksueel geweld en niet voor de juridische. De interpretatie van het slachtoffer is uitgangspunt. Zo tellen ook verkeerd gevallen sms’jes en e-mails of het al dan niet onschuldig bedoelde gebaar mee in de cijfers. En om voor de hand liggende redenen hebben daders in het onderzoek aanzienlijk minder vaak melding gemaakt van verkrachting of ander seksueel geweld dan slachtoffers.

Niettemin: de meeste cijfers die Rutgers Nisso nu heeft gepresenteerd wijken niet af van het onderzoek van deze organisatie in 2006 of van andere rapportages. Zo zei staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) in een toespraak in mei van dit jaar nog dat 40 procent van de vrouwen en 7 procent van de mannen ooit slachtoffer is geweest van seksueel geweld. Dat roept de vraag op: wat kan de overheid doen? Dat zij een rol heeft, zonder zich toegang tot de slaapkamer te verschaffen, is evident. Verkrachting of seksueel geweld binnen het huwelijk bijvoorbeeld was tot 1991 in Nederland niet strafbaar; daar was een wetswijziging voor nodig.

Bestraffing van de daders en hulpverlening aan de slachtoffers zijn voor de hand liggende taken. Een probleem daarbij is wel dat verreweg de meeste slachtoffers geen aangifte doen. Uiteraard verdient preventie de hoogste prioriteit. Op dat vlak heeft het aan initiatieven de afgelopen jaren niet ontbroken, maar de vraag blijft: waar is het resultaat?

De onderzoekers van Rutgers Nisso concluderen dat het preventieaanbod zeer divers is, te weinig is toegespitst op specifieke groepen en dat weinig programma’s op effectiviteit zijn onderzocht. Hulp is vaak moeilijk te vinden. Dat zijn leerzame conclusies voor Bussemaker en haar minister, Klink (CDA), die aan het eind van dit jaar met hun visie op ‘seksuele gezondheid’ en de rol van de overheid zullen komen.