G8: meer hulp kleine boeren

De acht grote industrielanden zullen in de strijd tegen honger in de wereld meer investeren in de kleinschalige landbouw van arme landen, en minder nadruk leggen op voedselhulp. Dat heeft de G8 vandaag besloten op de laatste dag van de top in het Italiaanse L’Aquila.

Voor deze beleidsverschuiving trekken de leiders van de G8 samen met de landen die op de top te gast zijn komende drie jaar zeker 15 miljard dollar uit, beloven zij.

Afrika stond vandaag centraal op de top. Daarom schoven als gasten aan de leiders van acht Afrikaanse landen en organisaties als de Verenigde Naties, Wereldbank, IMF en Afrikaanse Unie. Na de G8 en een bezoek aan de paus reist Obama vanavond door naar Ghana, waar ‘voedselzekerheid’ weer onderwerp van gesprek zal zijn.

Er zijn 500 miljoen kleinschalige boeren die 80 procent van de wereldbevolking voeden, aldus het International Fund for Agricultural Development (IFAD). Het verhogen van hun productiviteit zou grote gevolgen hebben voor de strijd tegen honger, voor de ontwikkeling van regionale handel en uiteindelijk ook voor migratie richting rijke landen. „Het zou het fundament zijn voor de transformatie van gemeenschappen”, aldus de Ghanees Kana Nwanze, president van IFAD, „het fundament voor voedselzekerheid.”

Met simpele technieken is het gemakkelijk in ontwikkelingslanden de opbrengst per hectare te verhogen, concludeerden vorig jaar 400 wetenschappers in het zogenoemde International Assessment of Agricultural Science and Technology for Development (IAASTD).

De grootste obstakels voor deze verbeteringen zijn handelssystemen en institutionele infrastructuur, stelden de wetenschappers. Genetisch gemodificeerde ‘supergewassen’, door voorstanders vaak genoemd als hét antwoord op honger, zijn juist niet de belangrijkste oplossing.