Financiële Wizards of Oz

Het is, na alle haatdragende retoriek over homoseksualiteit in zijn kerstboodschap, de kruistocht tegen condoomgebruik in Afrika en de rehabilitatie van een Holocaustontkennende priester, verfrissend om eindelijk een zinnige bijdrage van de paus aan het publieke debat te horen. In zijn derde encycliek wijst paus Benedictus XVI hebzucht aan als dé oorzaak van de economische crisis. De paus schrijft dat bankiers het ‘ethische grondprincipe’ van hun activiteiten moeten herontdekken en dat ze niet langer misbruik mogen maken van geraffineerde financiële instrumenten waarmee ze de belangen van de spaarders op het spel zetten. Als het gemeenschappelijk welzijn niet het uiteindelijke doel is, dreigt het streven naar winst rijkdom te vernietigen en armoede te creëren, aldus de kerkvorst.

Daar spreekt Benedictus een waar woord. Globalisering en financiële innovatie zijn een gemengde zegen gebleken. Waar het leek dat goed functionerende financiële markten zouden leiden tot een betere mondiale verdeling van middelen en risico’s, blijkt het omgekeerde het geval. Het risico kwam niet terecht bij diegenen die het beste in staat waren het risico te dragen, maar bij de roekelozen en de oplichters.

Als financiële tovenaars hebben de bankiers het risico vervolgens weggetoverd. Althans, zo leek het. Begin deze eeuw waren de risicomarges en de langetermijnrente zo laag dat van een nieuw paradigma gesproken werd. Dat deed het Amerikaanse tijdschrift Newsweek eerder ook, in 1995, toen het opinieblad de term ‘nieuwe economie’ muntte. Die doelde vooral op de internetrevolutie en betekende volgens analisten en economisch commentatoren dat er een tijdperk van permanente groei en lage werkloosheid was aangebroken, zonder de ups en downs van de conjunctuurcyclus.

In maart 2000 spatte de dotcomzeepbel die de beursen tot grote hoogten had opgestuwd uit elkaar. De graadmeter van de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq verloor in twee jaar driekwart van zijn waarde. Weg was de illusie van de tandeloze groei. Voor even dan. Het vacuüm dat het dotcomtijdperk achterliet werd al snel opgevuld door een speculatieve bubbel op de huizenmarkt.

De rest is geschiedenis. Nadat ook de zeepbel op de huizenmarkt was geknapt, dreigden de grootste financiële instellingen in het Westen vorig jaar als dominostenen om te vallen. De ministers van Financiën waren er als de kippen bij om de banken op kosten van de belastingbetaler te hulp te schieten. Het bleek niet terecht te komen op de sterkste schouders, maar op de zwakste schouders, die van de belastingbetaler. De democratie heeft plaats gemaakt voor een plutocratie.

De vraag is wat de economie deze keer uit het slop zal halen. De consumenten zullen uiteindelijk wel weer vertrouwen krijgen en geld uit gaan geven, maar niet zoveel als in de jaren voor de financiële crisis, toen de huizenprijzen stegen en de rente ongekend laag was. De satirische krant The Onion sloeg vorig jaar juli de spijker met de kop: ‘Een door recessie geplaagd land eist een nieuwe zeepbel om in te kunnen investeren’.

Volgens de zakenbankier die The Onion citeerde zou de nieuwe zeepbel mogelijk iets van doen kunnen hebben met het bekijken van films op mobiele telefoons, of met geneesmiddelen of transport. Of met wolken. De methode is onbelangrijk, aldus de bankier, zolang de zeepbel maar een zwaar overgewaardeerde markt creëert, gebaseerd op niets meer dan een grillige fantasie en met het potentieel om langlopende leningen op af te sluiten.

Aan de bankiers zelf zal het niet liggen. De Financial Times berichtte afgelopen maandag dat zakenbanken als Goldman Sachs en Barclays Capital alweer nieuwe financieringsstructuren hebben bedacht om de kapitaalkosten van risicovolle bezittingen op de balans te verlagen. Volgens de bedenkers gaat het om ‘slimme securitisatie’ waarmee opeens de noodzaak van extra kapitaal voor de banken verdwijnt. Foetsie, net als voorheen alle risico’s door de bankiers werden weggetoverd.

Het zou mij niet verbazen als dergelijke constructies ook de reden zijn dat de banken – eerder dan verwacht – steun aan de staat kunnen terugbetalen. Goldman Sachs kocht vorige maand voor 10 miljard dollar preferente aandelen van het Amerikaanse ministerie van Financiën terug. Vanwaar die haast met terugbetalen, terwijl deskundigen waarschuwen dat de solvabiliteit van de banken nog steeds onder druk staat?

De meest voor de hand liggende verklaring is dat de bankiers onder het juk van de Amerikaanse overheid vandaan willen, die de euvele moed had om bij de banken die aan het overheidsinfuus lagen de beloningen af te toppen op 500.000 dollar. Onder druk van de bankenlobby heeft president Obama inmiddels bakzeil gehaald. Vanaf deze maand moet een ‘beloningentsaar’ erop toezien dat de beloningen bij de banken binnen de perken blijven.

Paus Benedictus XVI had moetenen weten dat zijn oproep aan dovemansoren was gericht. In Mattheüs staat immers geschreven: „Gij kunt niet God dienen en den Mammon.” De financiële Wizards of Oz hebben het veel te druk met dat laatste.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees

    • Heleen Mees