Eerste bergetappe vaak al beslissend

Het Tourpeloton is vandaag in de bergen aangekomen. Niet zelden valt de beslissing op de eerste dag in de bergen.

Ondanks alle tegenslag voor de Raboploeg kan ploegleider Erik Breukink een glimlach niet onderdrukken wanneer hij aan de vooravond van de eerste bergrit in de Ronde van Frankrijk terugdenkt aan Pau, 1987. „De eerste bergrit in de Tour, ik was een debutant van 23 en ik won. Dat zijn de mooiste overwinningen.”

Tot in detail lepelt de Nederlander die gisteren Johan Cruijff van start naar finish reed, de herinnering op. „In onze Panasonicploeg reden ervaren toppers als Phil Anderson, Robert Millar en Peter Winnen. Ik mocht m’n gang gaan en ging mee in een vroege ontsnapping. Op de laatste klim kwam ik voorop te zitten met Jean-François Bernard, Lucho Herrera en Pablo Wilches. In de afdaling naar Pau ben ik bij ze weggereden. Ritzege en de witte trui. Als in een droom.”

Vandaag trekt het peloton de Pyreneeën in. Vanuit Barcelona, waar de Noor Thor Hushovd gisteren de etappe won voor de Spaanse Raborenner Oscar Freire, gaat de rit over 224 kilometer naar de op 2.240 meter hoogte gelegen top van Arcalis in Andorra. Een klim van 10,6 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,1 procent. „Na vanavond gaan Alberto en ik praten over de rest van de Tour”, zei Lance Armstrong gisteren in een vooruitblik op zijn strijd met Alberto Contador om het kopmanschap bij de Astanaploeg.

De klim naar het ski-oord Arcalis maakte één keer eerder deel uit van het parcours in de Ronde van Frankrijk. In de tweede bergrit van de Tour van 1997 schreef Jan Ullrich geschiedenis. De Duitser startte in dienst van zijn kopman Bjarne Riis, die een jaar eerder de Tour op zijn naam geschreven had. Onderweg bleek Ullrich zo sterk dat ploegleider Walter Godefroot hem voor de laatste klim bij de auto riep. „Naar Arcalis moet u naar niemand niet omkijken”, zei de Belg tegen de toen 23-jarige renner. Der Kaiser demarreerde op vijf kilometer onder de top en stoomde met krachtige pedaaltred weg bij de toenmalige topklimmers Richard Virenque en Marco Pantani. Het leverde hem ritwinst op en de gele trui, die hij niet meer afstond.

De eerste bergrit in de Tour was de jaren daarna vaak beslissend voor de eindzege. Armstrong perfectioneerde de tactiek om direct toe te slaan. In de slotklim reed hij, op gang getrokken door ploeggenoten als Roberto Heras en Cecchu Rubiera, onnavolgbaar weg bij de rest. Zo won hij in het Italiaanse wintersportoord Sestriére („Ik was van plan ze zo te laten leiden dat ze geen adem meer konden krijgen”), deklasseerde hij de concurrentie een jaar later in de mist op Hautacam, in de Pyreneeën, en liet hij Ullrich lijden in de eerste kilometers van Alpe d’Huez in 2001. Een jaar later won Armstrong op La Mongie, al maakte Heras een sterkere indruk. In 2003 moest hij Iban Mayo en Aleksandr Vinokoerov laten gaan op Alpe d’Huez. Maar bij zijn laatste twee Tourzeges regeerde de Amerikaan die dit jaar zijn rentree maakte in de Tour ouderwets op de slotklim in de eerste bergrit, al liet hij de ritzeges aan Ivan Basso (La Mongie 2004) en Alejandro Valverde (Courchevel 2005).

In het tijdperk na het (voorlopige) afscheid van de zevenvoudig Tourwinnaar probeerden anderen zijn tactiek te imiteren. In 2006 won Rabokopman Denis Mensjov, gegangmaakt door Michael Boogerd op Pla de Beret. Maar in de Alpen kwam de Rus later tekort.

De Deen Michael Rasmussen won een jaar later in Tignes en veroverde de gele trui, waarin hij later die Tour in gewonnen positie door zijn eigen ploeg (Rabobank) naar huis werd gestuurd omdat hij had gelogen over zijn verblijfplaats in de voorbereiding. In 2008 ‘speerde’ de Italiaan Riccardo Ricco op Hautacam naar de eerste bergritzege. Hij werd later uit de Tour gezet en geschorst vanwege gebruik van de verboden epovariant cera.

Een opvallend groot aantal toonaangevende klimmers van de afgelopen jaren ging ten onder in de harde strijd tegen doping die in de wielersport wordt gevoerd. Bernhard Kohl (bergkoning van 2008), Joseba Beloki, Leonardo Piepoli, Tyler Hamilton, Heras, Ullrich en Mayo kondigden hun afscheid aan. Emanuele Sella, Andrej Kasjetsjkin, Vinokoerov, Rasmussen en Ricco zijn geschorst. Oscar Sevilla, Francisco Mancebo en Floyd Landis rijden op een lager niveau. Basso en Valverde mogen niet meedoen aan deze Tour.

Vorig jaar viel, door de afgenomen snelheid in de bergen, de beslissing pas in de laatste bergrit. De Spanjaard Carlos Sastre reed in de slotklim naar Alpe d’Huez weg bij zijn concurrenten Cadel Evans en Mensjov. Dit jaar is de laatste bergrit op de laatste zaterdag op de Mont Ventoux. Tot die tijd wacht de renners drie ritten in de Pyreneeën en drie in de Alpen.

Lees kort na afloop van de eerste bergetappe een verslag op nrc.nl/tour

    • Maarten Scholten