Door de crisis moet je in beweging blijven

De werkloosheid loopt op, maar voor wie flexibel is, zijn er genoeg kansen.

Het kabinet wil voorkomen dat er een nieuwe ‘harde kern’ aan werklozen ontstaat.

Van architect naar bladenmaker, van productiemedewerker naar beveiliger of van violist naar rijschoolhouder. Heel wat mensen gooien, gedwongen door de crisis, het roer om. Ze starten een eigen bedrijf, gaan weer studeren of kiezen voor een totaal ander beroep. Want ook al loopt de werkloosheid hard op, voor wie flexibel is, biedt de arbeidsmarkt nog voldoende kansen.

Het is precies wat minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) in het najaar van 2008, bij het begin van de crisis, bepleitte: mensen die hun baan dreigen kwijt te raken als gevolg van de recessie, moeten zo snel mogelijk van werk naar werk worden geholpen. Alles beter dan met een uitkering op de bank zitten.

En werk is er nog voldoende, ondanks de stijgende werkloosheid naar 358.000 mensen in mei, 4,6 procent van de beroepsbevolking. In sectoren zoals de gezondheidszorg en het onderwijs wordt volop personeel gezocht. Volgens de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) staan er nog 152.000 vacatures open. De kunst is vooral om vraag en aanbod sneller bij elkaar te brengen.

Om dat doel te bereiken liet Donner het UWV Werkbedrijf begin dit jaar 33 regionale mobiliteitscentra opzetten. Daar melden bedrijven en organisaties hun vacatures en daar melden ook (bijna) ontslagen werknemers zich als werkzoekenden. De eerste resultaten werden vorige week bekend gemaakt: zeker 43.000 mensen vonden de afgelopen maanden een nieuwe baan dankzij de bemiddeling van een mobiliteitscentrum. Verreweg de meeste werklozen vonden binnen drie maanden ander werk.

Dat was de les van de jaren tachtig, toen na de recessie een harde kern van langdurig werklozen ontstond. „Alles moet uit de kast worden gehaald om binding met de arbeidsmarkt te houden”, stelt Anton Hemerijck, directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, die onderzoek deed naar massaontslagen in de jaren tachtig. Want in de eerste maanden na ontslag is de kans een baan te vinden het grootst, blijkt uit het onderzoek.

Uitzendbanen, banenpools, werktijdverkorting, deeltijd-WW – alles wat langdurige inactiviteit kan voorkomen, moet volgens Hemerijck worden ingezet. Vooral deeltijd-WW is een bruikbaar instrument, blijkt uit een recente evaluatie van de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van de sociale partners. Niet alleen omdat mensen daarmee aan het werk blijven, maar ook omdat ze worden gestimuleerd zich bij of om te scholen.

Tegen ontslag kan de overheid niemand beschermen. Maar de crisis moet wel worden aangegrepen om de slag te maken van baan- naar werkzekerheid, menen de Tilburgse economen Ton Wilthagen en Lans Bovenberg. Werknemers die met ontslag worden bedreigd, zouden volgens de economen een eigen scholingsbudget moeten krijgen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Door de recessie zal werk in sommige (industriële) bedrijfstakken verdwijnen, maar daar staat tegenover dat er ook weer nieuwe groeisectoren zullen ontstaan die om nieuwe vaardigheden vragen.

Behalve voor omscholing kiezen ook steeds meer mensen als gevolg van de crisis voor een eigen bedrijf. De groei die een paar jaar geleden al inzette – met als recordjaar 2008 toen ruim 100.000 mensen zich registreerden als startende zelfstandige zonder personeel (zzp’er) – lijkt niet te stuiten. In de eerste zes maanden van 2009 kwamen er 47.555 starters bij, volgens gegevens van de Kamer van Koophandel, bijna 2.000 meer dan in de eerste helft van 2008.

Het starten van een eigen eenmanszaak kan een goede uitweg zijn bij ontslag. Veel hoeft het de initiatiefnemer niet te kosten: een laptop en een telefoon. Gaat het mis, dan kan iemand altijd nog ‘terug’ naar een baan in loondienst. „Vaak zien we bij starters dat ze al langer een verlangen hadden naar een eigen zaak”, zegt een woordvoerder van de Kamer van Koophandel. „Ontslag kan juist een trigger zijn om de knoop eindelijk door te hakken.”

Voor de 150.000 tot 180.000 schoolverlaters die in september de arbeidsmarkt opkomen, is een andere strategie geboden. Omdat het voor hen moeilijk wordt snel een baan te vinden, zal een deel van de huidige scholieren en studenten waarschijnlijk nog een jaartje (of langer) doorstuderen. Bij universiteiten is dit uitstelgedrag al te merken: hoewel de inschrijvingstermijn voor het nieuwe collegejaar nog niet gesloten is, liggen de vooraanmeldingscijfers van juni gemiddeld 15 procent hoger dan vorig jaar.

„Mbo’ers gaan naar het hbo, hbo’ers gaan naar de universiteit, terwijl wo’ers nog een andere studie doen”, zegt Frank Cörvers, onderzoeker bij het ROA, het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. „Uitstelgedrag zagen we in het verleden ook als de werkgelegenheid afnam.” Of zoals Jordy Hubers het stelt in het eerste deel van een serie over mensen die het roer omgooien: „Het is in feite een manier om onder te duiken zolang de crisis voortduurt.”

Door de crisis moet je in beweging blijven Foto Mieke Meesen