Dit is geen Oeteldonkse carnavalsclub

Vanwege het grote plezier waarmee hij de pen opneemt leest Jan Blokker altijd graag de erudiete H.L. Wesseling, van wie net Een vredelievend volk ( Bert Bakker, € 19,90) is verschenen. Zie pagina 9

H.L. Wesseling: Een vredelievend volk. Opstellen over geschiedenis. Bert Bakker, 263 blz. € 19,90

Het is altijd een genoegen om Wesseling te lezen – z’n boeken, z’n opstellen, z’n columns. Het genoegen heeft te maken met wat hij als historicus uitstraalt: het onmiskenbare plezier waarmee hij de pen heeft opgenomen, z’n laptop heeft aangezet. Wesseling voelt zich pas historicus als hij over de geschiedenis begint te schrijven.

Als auteur is hij altijd meteen herkenbaar, zowel in zijn grotere werk als in de verspreide stukken die hij bij tientallen heeft gebundeld onder uitnodigende titels als Indië verloren, rampspoed geboren of Oorlog lost nooit iets op. Hij legt een probleem op tafel – Europa, de biografie, de canon – en zegt vaak eerst dat het eigenlijk geen nieuw probleem is. Daarmee stelt de geduldige docent z’n leerling, z’n lezer gerust: vroeger hebben de mensen het er ook al moeilijk mee gehad. Hij zal zelden meteen barricades opwerpen. Hij begint het pad te effenen.

In z’n nieuwe bundel, Een vredelievend volk, verwijst Wesseling naar een lezing die hij in 2008 hield voor de cultureel Vlaams-Nederlandse vereniging ‘De Orden van den Prince’. De eerste zin van het opstel luidt: ‘De Orde van den Prince is niet, zoals men wellicht zou kunnen denken, een Oeteldonkse carnavalsvereniging. Zo’n zinnetje stemt de lezer goedgehumeurd en prikkelt z’n nieuwsgierigheid.

Het thema waarover Wesseling de Orde toesprak luidde: ‘Heeft Europa een hoofdstad nodig?’ en het opstel vervolgt: ‘De kwestie was overigens geenszins nieuw. Al in 1693 had William Penn, naar wie de Amerikaanse staat Pennsylvania is genoemd, gedroomd van een verenigd Europa. In 1867 schreef Victor Hugo een voorwoord voor de Paris-Guide die in dat jaar werd uitgegeven ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling – en in dat voorwoord voorspelde Hugo voor de 20ste eeuw een ‘uitzonderlijke natie’ die Parijs als hoofdstad zal hebben, maar: ‘zij zal niet Frankrijk heten, zij zal Europa heten’.

Informatierijk, en mooi om ineens allemaal te weten. Wesseling heeft altijd een ongelooflijke hoeveelheid toepasselijke anekdotes, citaten, jaartallen en relevante nevenfiguren paraat (of bijna paraat) – hij strooide er ook aangenaam mee als eindredacteur van Plaatsen van Herinnering, de Nederlandse versie van Pierre Nora’s superencyclopedie waarbij ook in Een vredelievend volk nog een paar kanttekeningen worden geplaatst. Typerende passage: ‘Wat houdt het begrip lieue de mémoire eigenlijk in? Hoe is het succes van de onderneming te verklaren? Wie is de man die het allemaal heeft bedacht? En ten slotte de in dit verband belangrijkste vraag: hebben wij hier te maken met een algemeen bruikbaar concept?’

Steeds zie je aan de simpele, voor de hand liggende vragen hoe het vraagstuk ’t best en ’t meest methodisch aangepakt kan worden. Het is een bijna antieke (‘peripathetische’) wijze van didactiek: stap voor stap wordt door de stof gewandeld. Journalisten die moeten worstelen om Europa wat dichter bij de abonnee te brengen, kunnen hun voordeel doen met het voorbeeldig overzichtsartikel (‘Vijftig jaar Europa, 1957-2007’), zoals Franse correspondenten mag worden aangeraden een andere terugblik (‘Vijftig jaar Vijfde Republiek, 1958-2008’) in hun knipselmap te bewaren.

Anders dan vorige bundels, vaak gegroepeerd rond één onderwerp, biedt Een vredelievend volk een gevarieerd beeld van Wesselings terreinen van belangstelling. Het blijft een genoegen hem te lezen.