Dit is geen horizon

Er is de lijn die ik trek in mijn hoofd, stevig als van krijt op de stoep. Hij krast over de tegels wanneer ik mezelf vertel dat ik het licht uit moet doen om te gaan slapen of wanneer ik mezelf verbied een sigaret op te steken. Er is de aarzelende lijn op de kaart van Nederland wanneer ik uitzoek hoe ik zo snel mogelijk de kust bereik. En ik zie lijnen als een krans vluchtroutes om mijn hoofd wanneer ik manieren zoek om een einde te maken aan een vervelend gesprek. Ze zijn overal: dikke, dunne, dralende, klare, vage, vale, dwingende en corrigerende lijnen.

Een lijn kan ook een grens zijn. Ik zag de huiveringwekkende gevolgen van het overschrijden ervan in de film Disgrace, waarin Professor Lurie – gespeeld door John Malkovich – zich boven iedereen verheven voelt door zijn kennis van het werk vanByron. De dichter te pas en te onpas citerend, waant hij zich onaantastbaar en dwingt een relatie af met een studente. Deze film maakt morele grenzen zichtbaar, als beperking maar ook als brug naar een ander leven.

Om te onderzoeken wat een lijn nu eigenlijk is, zet ik een streep op papier, horizontaal. Ik wil niets anders zien dan de lijn, maar het is moeilijk om er geen horizon in te herkennen. Zonder dat ik het wil, verdeelt de lijn de pagina in lucht en land. Ik weet niet zeker of dit landschap me iets weigert of iets probeert te vertellen.

Denkbeeldige en concrete lijnen lopen als nerven in een blad door het werk van kunstenaar Saskia de Brauw (1981). Ze merkt ze op, speelt ermee en vervaagt ze. Ze communiceert met behulp van deze lijnen wanneer ze wildvreemden op straat vraagt een laken met haar te vouwen. Het gaat haar om het almaar kleiner wordend wit tussen haar en de vreemde, stelt ze in haar boek Traces, in eigen beheer uitgegeven. Ondertussen zorgt ze ervoor dat er in het laken vouwen komen te staan, die als sporen de ontmoeting beschrijven en bewaren.

De Brauw maakt onzichtbare lijnen concreet in het werk Invisible encounters door bewoners van Amersfoort naar hun dagelijkse wandelroutes te vragen. Die verft ze op de stoep, dwars over de weg, door het park, net zolang tot de bestemming is bereikt. Het resultaat vormt een portret waarin je een leven kunt nalopen.

Enige tijd geleden las ik in de rubriek ik@nrc.nl een verontwaardigd bericht van Ilse van Bladel: twee agenten op de fiets en twee te paard. Een fiets met mandje ligt midden op straat. Een jong meisje wordt door drie agenten tegen de ruit van de bar gedrukt. Ze is boos en in paniek. De agenten boeien haar. Ze moet mee. Twee uur later komt ze haar fiets ophalen. Ze bleek 50 cm voor de haaientanden voor een stoplicht te wachten. Een agent zei: „Achter de haaientanden, meisje”. Ze nam hem niet serieus en fietste door toen het licht op groen sprong. Ze werd met grof geweld van haar fiets gereden.

De Brauw vertelde me dat zij het meisje van de haaientanden is. Ik kan niet anders dan haar arrestatie zien als onderdeel van haar werk. De Brauw zet haar eigen lijnen uit. Ze laat zien dat lijnen ook regels en wetten vormen en hoe eng de wereld is wanneer die te streng worden nageleefd. Ik raap de haaientanden op en maak er een kroon van, voor op haar werk.

Presentatie ‘Traces’ van Saskia de Brauw, (ISBN 978-90-814495-1-9) 30 aug. om 17u, C & H Art & Design, Jacob van Lennepstraat 37, Amsterdam

    • Marias Barnas