Bruintje Beer in atoomschuilkelder

In het oude gemeentehuis van het Groninger dorp Winsum staat een enorme kinderboekencollectie die onderdak zoekt. Er wordt aan verkopen gedacht. Maar Pek van Andel heeft nog een suggestie.

Kinderboekencollectie uit Winsum in Groninger Atoomkelder. Illustratie Milo Milo

Er was eens een Toos Zuurveen (1934-2004). Ze woonde in Winsum, een dorp boven Groningen. Deze socioloog schreef tien kinderboeken en een boek over Nederlandse jeugdboeken vanaf de Middeleeuwen, dat in 1996 verscheen: Van Zedenleer tot Bruintje Beer.

Voor die studie zocht ze kinder- en jeugdliteratuur van 1900-1940, want die stonden niet meer in de bibliotheken van het Noorden, alleen nog in de Koninklijke Bibliotheek. Om niet steeds naar Den Haag te reizen, zette ze in 1984 een advertentie in landelijke kranten, waarin ze die jeugdboeken te leen vroeg ‘voor lectuuronderzoek’. Ze werden geschonken en groeiden uit tot een bibliotheek, die nu pro deo in het oude gemeentehuis kwam te staan: nieuw, oud en antiek (vanaf 1760) op de eerste etage; sprookjes- en prentenboeken, kwartjes- en dubbeltjesboeken, zondagsschool-, zendings- en missieboekjes en commerciële uitgaven op de zolder.

Twintig vrijwilligers en honderden donateurs helpen de Stichting Kinderboek Cultuurbezit met verzamelen, catalogiseren, restaureren, uitlenen, terugvragen, voorlezen, tentoonstellen, en verkopen van ontdubbelde boeken op het web en de markt. Maar nu heeft de gemeente Winsum enige tijd geleden in haar plaatselijke krantje laten weten het oude gemeentehuis te gelde te willen maken, zonder dat de Stichting het wist. En onlangs werd de onbetaalde ijverige directeur van de Stichting na vier jaar op staande voet ontslagen door zijn bestuur, nadat hij intern zijn oprechte zorg had geuit over de kwaliteit en de toekomst van de huisvesting van de boekerij. Toch had directeur van de universiteitsbibliotheek in Groningen, dr. A.C. Klugkist, toen al geoordeeld dat het ‘boekenpakhuis het niet zou redden’.

Als de verzameling nu geveild wordt brengt die 200.000 euro op. Maar de waarde van de intacte collectie is veel groter.

Er moet iets met de boekerij gebeuren, vinden de betrokkenen. Maar wat? R. Pronk, directeur van de openbare bibliotheek in de stad Groningen, zegt dat de collectie voor het leenverkeer niet nodig is. De catalogus ervan is niet op Biblionet aangesloten. Iemand die een kinderboek wil lenen dat de OB niet heeft, krijgt dat uit een andere bibliotheek. Zoals dat ook voor niet-kinderboeken geldt. Pronk denkt dat een kinderboekenmuseum een zinnige optie zou zijn. Nederland heeft dat nog niet. Maar is Winsum de goeie plek? Daarover valt te twisten. Er is, wat mij betreft, een goed alternatief.

Groningen heeft vier atoomschuilkelders: onder het oude hoofdkantoor van de Gasunie; naast het stadion van de voetbalvereniging Be Quick in Helpman; bij de splitsing van het spoor in Haren en bij het Noorderstation. Die bunkers staan al jaren leeg.

Dat zou een ideale plek voor het kinderboekenmuseum zijn. Dat kan budgetneutraal, de ondergrondse ruimtes zijn waterdicht, dus ideaal voor het conserveren van boeken, als de ruimtes eenmaal droog gestookt zijn, en ze zijn beter geïsoleerd dan in een verkrottend gemeentehuis. En spannend kan het ook zijn, je favoriete kinderboek komen bekijken in een atoomschuilkelder. Wie weet loopt dit sprookje nog goed af.

Meer over de kinderboeken in Winsum op Kinderboekcultuurbezit.nl