Voorstellen grondstoffenhandel dreigen doel voorbij te schieten

De Amerikaanse toezichthouder op de grondstoffenmarkten wil zich graag bewijzen. Gary Gensler, het nieuwe hoofd van de Commodity Futures Trading Commission (CFTC), wil deze zomer hoorzittingen houden om vast te stellen of zijn dienst de activiteiten van energiehandelaren aan banden moet leggen om ‘buitensporige speculatie’ te voorkomen. Maar eventuele regels die voortvloeien uit zo’n simplistische benadering zullen zeer waarschijnlijk schadelijk zijn.

Dit nieuwe initiatief betekent een draai van 180 graden in vergelijking met het standpunt dat de CFTC nog maar een jaar geleden innam, toen de dienst een rapport uitgaf waarin de vloer werd aangeveegd met het idee dat de olieprijsstijgingen het gevolg waren van speculatie. Diverse jaren van handelsgegevens toonden ruwweg gelijke volumes in ‘long’- en ‘short’-posities op de olietermijnmarkten.

Afgezien van dat bewijsmateriaal is een groot probleem met Genslers nieuwe onderzoek dat ‘buitensporige speculatie’ een weinig vastomlijnd begrip is. Wie voor de één een speculant is, is voor de ander een welkome aanbieder van liquiditeit.

Toegegeven, de CFTC richt zich op grondstoffen waarvan het aanbod eindig is, zodat beperkingen diegenen zouden kunnen afschrikken die erop uit zouden kunnen zijn op oneerlijke wijze te profiteren van schaarste als de termijncontracten verlopen. Maar dergelijke pogingen zijn al verboden door regels die marktmanipulatie verbieden.

Gensler wil ook de regel opnieuw onder de loep nemen die handelaren vrijwaart van beperkingen als zij feitelijke leveringen van een grondstof willen afdekken. Als die vrijwaring zou worden opgeheven, zouden degenen die een puur financieel belang bij een grondstof hebben – via bijvoorbeeld derivaten – met beperkingen worden geconfronteerd.

Dit zou de markt lelijk kunnen opbreken. Stel dat een luchtvaartmaatschappij zich bij een bank indekt tegen prijsstijgingen van kerosine. Die bank zou vrijelijk energietermijncontracten kunnen verkopen, maar als zij zou proberen haar eigen risico via derivaten met andere partijen te delen, zouden haar handelspartners daarbij op beperkingen kunnen stuiten. Daardoor wordt de bank geremd in haar mogelijkheden om luchtvaartmaatschappijen ter wille te zijn, met als gevolg dat die met hogere kosten te maken krijgen.

De CFTC wil ook opnieuw onderzoeken of zogenoemde ‘commodity index funds’ – die door veel beleggers worden gebruikt om een positie op de energiemarkten in te nemen – niet eveneens aan beperkingen onderhevig moeten worden gemaakt.

Maar de situaties waar de toezichthouders zich de meeste zorgen over maken, worden al door de huidige regels gedekt. In plaats van te proberen de handel aan banden te leggen, moet de regering diensten als de CFTC meer middelen in handen geven om bestaande regels tegen marktmanipulatie en fraude beter te kunnen handhaven. Dan is de kans op mislukking veel minder groot.