Verlangen naar radicale bouwers van weleer

Het wethouderssocialisme moet terug in de PvdA, zei de commissie die het jongste verkiezingsfiasco analyseerde. Spiegel je aan sociaal-democraten als Wibaut en Drees.

Adri Duivesteijn, in 1986 wethouder in Den Haag Foto Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Eerst had je Floor Wibaut. ‘Wie bouwt? Wibaut!’ was in de jaren twintig de verkiezingsleus van de SDAP. Rond die tijd had je ook Monne de Miranda, die man die de krotten opruimde en openbare baden liet aanleggen. Zijn verkiezingsleus, in 1935 was: ‘Wil je baaien, wil je zwemmen, moet je De Miranda stemmen.’ En veel later, in de jaren zeventig en tachtig maakte Amsterdam kennis met Jan Schaefer, die campagne voerde met: „In geouwehoer kun je niet wonen.”

Wibaut, De Miranda en Schaefer zijn de bekendste ‘wethouderssocialisten’, samen met Willem Drees. De latere premier was van 1919 tot 1933 wethouder in Den Haag, toen de SDAP landelijk veroordeeld was tot vruchteloze oppositie. Het zijn die wethouders die als voorbeeld moeten dienen voor PvdA’ers van nu. De partij heeft „een nieuwe, radicale bestuurstijl” nodig die teruggrijpt op „het wethouderssocialisme van weleer”, schreef de commissie-Dijksma vorige week in een brief aan partijgenoten over de slecht verlopen Europese verkiezingen.

Wat bedoelde ze daar precies mee? „Ik zou het echt niet weten”, zegt de Rotterdamse PvdA-wethouder Dominic Schrijer. Lodewijk Asscher, wethouder in Amsterdam, denkt meteen aan Wibaut en De Miranda, mannen die risico’s namen. „Daar kan de PvdA nog steeds iets van leren.” Hans Spekman, ex-wethouder in Utrecht en nu Kamerlid, noemt het wethouderssocialisme „politiek die erg door idealen is gekleurd, maar wel heel praktisch en concreet”. Wethouder Adri Duivesteijn uit Almere voelt zich ook door de term aangesproken. Hij rekent zich tot „de gemeentelijke bestuurders die leiderschap tonen en werken aan vergezichten, in tegenstelling tot liberalen voor wie besturen daily business is”. Duivesteijn was in de jaren tachtig wethouder in Den Haag. „Mijn vergezicht was een nieuw stadhuis.”

Maar moet de PvdA teruggrijpen op een bestuursstijl uit het verre verleden? „Het is belangrijk beelden neer te zetten die verder gaan dan de waan van de dag”, zegt Duivesteijn. Asscher: „De Miranda zette werkgelegenheidsprojecten op, hij wachtte niet op Den Haag. Dat is een belangrijke les: niet wachten op Den Haag.” Spekman spiegelt zich vooral aan het idealisme van zijn grote voorgangers. „We zijn te veel losgeslagen van de idealen, door de jacht op de modesteun. We moeten terug naar politiek van de lange adem. Met onderwerpen als duurzaamheid en kenniseconomie.” Want daar ontbrak het de PvdA nog wel eens aan. De afgelopen vijftien jaar stond er volgens Duivesteijn bij de PvdA een straf op vergezichten. „Bos heeft bewust afstand genomen van het debat over de multiculturele samenleving. Daarmee nam hij ook afstand van een perspectief en legde hij een taboe op het ideaalbeeld van integratie. Mensen bind je met beelden waar zij zich bij willen aansluiten.”

Hoe mooi de voorbeelden van het wethouderssocialisme ook zijn, de landelijke politieke realiteit is anders dan in de gemeente. Schrijer: „Landelijke bestuurders zitten gevangen in een spel, waar woorden worden afgevangen, triviale zaken worden uitvergroot.” Om dat te ondervangen zouden PvdA-politici „moeten focussen”, zonder compromissen. „En tot het gaatje gaan. Desnoods met een gigantisch conflict tot gevolg.” De Nijmeegse wethouder Paul Depla noemt bewindslieden een soort „zetbazen” van hun ministerie: „Zij verkondigen vaak een versplinterde boodschap. Daardoor weten de burgers het ook niet meer en zoeken ze al snel naar alternatieven.”

Als de PvdA iets kan leren van de wethouders in de grote steden, dan is het duidelijker kiezen. „Durf meer zelf te doen en minder bezig te zijn met andere partijen”, zegt Asscher. „De analyse van de slechte verkiezingsuitslag is dat we minder moeten navelstaren, ons minder moeten richten op partijen als de SP, het CDA en de PVV. Hou op met zelfkastijding.” Daarmee heeft hij indirecte kritiek op de PvdA-ministers Van der Laan en Ter Horst, die onlangs fel uithaalden naar Geert Wilders.

Schrijer: „Doe die straaljagers in de prullenbak en steek het geld in wijken. Of vraag van hogere inkomens een grotere bijdrage. Het tegengaan van segregatie zou cruciaal voor de PvdA moeten zijn. Het gaat hier om een fatsoensnorm. Dit pikken we niet en hier zijn we compromisloos in. Ik mis die drive in Den Haag.” De angst om te kiezen was volgens Depla ook zichtbaar in de verkiezingscampagne in 2006. De PvdA had het CDA moeten uitsluiten als coalitiepartner. „Dan was er een strijd tussen Bos en Balkenende ontstaan en had de PvdA er nu een stuk beter voor gestaan. Toen was een stem op Bos, automatisch een stem op Balkenende. Ja, dan had je dus ook kunnen verliezen. Dan was de uitstroom richting de SP wel gestopt. Mensen willen duidelijkheid.”

Hoewel het wethouderssocialisme vooral wordt geassocieerd met krachtige socialistische wethouders als Wibaut, is het voor sommigen synoniem voor de machtsdrang van de PvdA. Wibaut had als wethouder al de bijnaam ‘De Machtige’. En ook in de jaren 80 en 90 hadden in steden diensten ruimtelijke ordening het imago van almachtige PvdA-bolwerken met een PvdA-wethouder aan het roer. „Er bestaat altijd een neiging tot paternalisme of regentengedrag,” zegt Duivesteijn. „Alleen al omdat een wethouder wil dat zijn ideeën vormgegeven worden.”

Kamerlid Ronald van Raak, die publiceerde over het wethouderssocialisme, heeft weinig vertrouwen dat de oproep van Dijksma tot iets goeds leidt. Niet verwonderlijk, Van Raak is van de SP. „Bij de PvdA gaan ze er vast een managementstijl van maken. Dan gaan ze straks met een camera de wijk in en denken ze dat het goed is. Bij de PvdA moeten ze er niet zoveel over praten, maar het gewoon doen.”

Brief van Dijksma op nrc.nl/binnenland

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Jan Schaefer

In het artikel Verlangen naar radicale bouwers van weleer (9 juli, pagina 2) staat onder de foto van Jan Schaefer dat hij in 1977 wethouder was. De foto stamt uit 1977, Schaefer was wethouder van Amsterdam van 1978 tot 1986.