Tussen woeste snapshots en geometrische perfectie

Het fotofestival van Arles heeft als thema ‘confrontatie’. Nan Goldin nodigde de jonge fotograaf Leigh Ledare uit, die grensoverschrijdende foto’s maakt van zijn moeder.

Tina, de moeder van de fotograaf, met haar minnaar, bijgenaamd ‘Catch 22’ Foto Leigh Ledare Maman attache pour attraper Leigh Ledare Avec l'aimable autorisation de la galerie Greene Naftali, New York. Mum tied to catch Courtesy Greene Naftali Gallery, New York City. Ledare, Leigh

„Ik kwam een keer met Kerst thuis, mijn moeder deed de deur open. Ze was helemaal naakt. Ze vroeg of ik mee ging naar de slaapkamer. Daar lag een jongen van mijn leeftijd in bed. Ik denk dat hij als surrogaat moest dienen voor mij en mijn broer.”

De Amerikaanse fotograaf Leigh Ledare (Seattle, 1976) vertelt, verscholen achter een enorme zwarte zonnebril, enigszins bedremmeld over zijn recente fotoproject. Hij staat voor een grote groep mensen die is samengestroomd in een van de expositiehallen op het oude treindepot van Arles. Omdat fotografe Nan Goldin, dit jaar de ster van het internationale fotofestival Les Rencontres d’Arles, niet is komen opdagen, krijgt Ledare ineens de volle aandacht.

Ter viering van het veertigste jubileumjaar van het fotofestival vroeg directeur François Hébel aan Goldin om als gastcurator een tentoonstelling samen te stellen. „Het festival heeft dit jaar ‘breuk’ en ‘confrontatie’ als thema”, verklaart Hébel met een grijns. „Daarom heb ik Goldin gevraagd. Haar werk heeft al eerder op dit festival tot veel discussie geleid.”

Ledare is een van die fotografen die door Goldin werd gevraagd om deel te nemen aan de tentoonstelling Ça me touche. Haar oog viel meteen op zijn werk toen hij vorig jaar Pretend You’re Actually Alive uitbracht, een fotoboek waarin hij zijn zwaar gecompliceerde relatie met zijn moeder onderzoekt.

Omgeven door foto’s waarop zijn moeder, een voormalig balletdanseres met vuurrood haar, naakt – soms met gespreide benen, soms half masturberend – poseert, zoekt Ledare met moeite naar antwoorden op de vragen die door het publiek worden gesteld. „Ik begrijp ook wel dat ik met deze foto’s bepaalde grenzen overschrijd”, mompelt hij. „Maar mijn moeder is altijd een ingewikkeld persoon geweest. Toen ze vijftig was, raakte ze in een crisis omdat ze ouder werd. Ze wilde zichzelf tonen, haar lichaam laten bewonderen. De hele familie had zich van haar afgekeerd, maar ik ben haar toen gaan fotograferen, het was mijn manier om contact met haar te maken.”

Zoals te verwachten is van een fotografe die een groot deel van haar leven heeft gewijd aan het maken van confronterende snapshotfoto’s van drugsgebruikers en travestieten, liegt de keuze van Goldin er niet om. „Sommige van de beelden die u hier ziet kunnen schokkend zijn”, waarschuwt een bordje bij de ingang. Maar het publiek trekt zich er wijselijk niets van aan. Zo is de autobiografische serie Wells, die de Zweedse fotograaf JH Engström van zijn hoogzwangere vriendin maakte, eerder ontroerend dan confronterend. Ook de foto’s uit de serie Raised by Wolves, die de Amerikaanse fotograaf Jim Goldberg een aantal jaren geleden maakte van zwerfkinderen uit San Francisco en Los Angeles, zijn eerder moedeloos makend dan schokkend.

Los van de donkere, pornografische zwart-witfoto’s van de Franse fotograaf Antoine d’Agata, is alleen het werk van Ledare ronduit extreem te noemen. Pornografie en moederschap zijn nu eenmaal twee domeinen die zich moeilijk laten verenigen. Toch spreekt er ook een grote dosis melancholie uit deze bizarre fotoserie. Ledare laat zijn moeder ook gekleed poseren, soms als een diva, dan weer onopgemaakt met een rare pruik op het hoofd, dan weer verstild, met het strijklicht van de avondzon op haar gezicht. Verscholen achter al die poses schuilt een onzekere vrouw, op zoek naar erkenning en houvast en strijdend tegen de vergankelijkheid.

Thema’s als seks, dood en verderf zijn uiteraard ook terug te vinden in het eigen werk van Goldin. De beroemde diaserie The Ballad of Sexual Dependency, die onder begeleiding van muziek al eerder, in 1987, aan het publiek in Arles werd getoond, is nu opnieuw te zien in de kleine bioscoopzaal van Parc des Ateliers. Onder de begeleidende klanken van Nico en Johnny Cash komt een eindeloze schare van Goldins oude vrienden – drag queens en drugsgebruikers uit de New Yorkse underground scene – voorbij glijden. Het zijn snapshots, vluchtig gemaakt op de bank, thuis en op feestjes, waar de wanhoop vanaf druipt. Nog dramatischer is de installatie Sisters, Saints en Sibyls, te zien in Église des Frères Prêcheurs, die Goldin een paar jaar geleden maakte ter nagedachtenis van haar overleden zuster Barbara, die al in 1965 zelfmoord pleegde.

In een donkere ruimte ligt, onder een schemerlampje, een levensgrote pop met lange donkere haren eenzaam in bed, lege bierblikjes staan op het nachtkastje, de lakens van het bed zijn besmeurd met donkere vlekken en bloedvegen. Boven haar hangen drie projectieschermen waar, door middel van een diashow, het leven van Barbara wordt getoond. Foto’s van een vrolijke baby worden afgewisseld met beelden van een onzekere tiener die lachend de camera in kijkt. Daarna volgen beelden van het opvangtehuis waar Barbara als onhandelbaar kind in terecht kwam en de treinrails waar ze haar einde vond. Tenslotte zien we Goldin zelf, die zwaar gedeprimeerd sigarettenpeuken in haar arm uitdooft. Het geheel is vreselijk, bijna te zwartgallig om naar te kijken, maar toch ongegeneerd krachtig in de meedogenloze kritiek die Goldin uit, zowel op haar ouders als op de samenleving waarin zij en haar zus opgroeide.

Opvallend is wel hoezeer al die persoonlijke beelden, die met name draaien om de eigen belevingswereld van de fotograaf, in contrast staan met het werk van meer traditionele fotografen zoals de Fransman Willy Ronis (1910). Van zijn werk is dit jaar een retrospectief te zien in L’église Sainte-Anne. Het is zwart-witfotografie van de oude stempel, gemaakt met enorme vakkundigheid. „Een goed beeld is opgebouwd uit geometrie, gevormd door het hart”, meent Ronis, en dat is te zien. Zijn foto’s van vrouwelijk naakt, van stakende arbeiders en spelende kinderen zijn, in de traditie van Henri Cartier-Bresson, stuk voor stuk juweeltjes van harmonie en eenvoud. Het doet weer even stilstaan bij die andere kant van de fotografie, waarbij een fotograaf, door middel van een enkel beeld, een heel verhaal vertelt. Waarbij de snelheid en de dynamiek van grove snapshot wordt vervangen door de esthetiek van een zorgvuldig gecomponeerd beeld. Daarmee staat de aanpak van Ronis dan ook lijnrecht tegenover de navelstaarderige fotografie van Goldin of Ledare. Maar dat is dan ook precies de bedoeling van dit festival: om de scheuringen en tegenstellingen binnen de fotografie nog maar eens goed aan de oppervlakte te leggen.

Rencontres d’Arles is te zien tot 16 september. De expositie van Willy Ronis is open tot 30 augustus. Festivalinformatie op www.rencontres-arles.comMeer foto’s uit Arles zijn te zien op nrc.nl/kunst

    • Rosan Hollak