Spin misleidt roofwesp met dubbelganger

De kruisspinachtige Cyclosa hangt zijn web vol met dubbelgangers van zichzelf om roofdieren te misleiden. Dat blijkt uit onderzoek aan deze spinnen in Taiwan.

Volgens de onderzoekers is daarmee voor het eerst een diersoort ontdekt die zijn natuurlijke vijanden misleidt met een nepversie van zichzelf. De studie van Ling Tseng en I-Min Tso, ecologen aan de Tunghai Universiteit in Taiwan, verschijnt binnenkort in het wetenschappelijk tijdschrift Animal Behaviour.

Spinnen van het geslacht Cyclosa hangen hun web vol met resten van prooidieren, eierzakken en mengsels van beide. Biologen veronderstelden dat deze rotzooi diende als camouflage, maar dat idee haalden de Taiwanezen in 2005 al onderuit door in het wild de spinnensoort Cyclosa mulmeinensis te filmen. Vol gehangen spinnenwebben werden juist relatief vaak aangevallen door de roofwesp Vespa.

Opvallen voor vijanden ligt als overlevingsstrategie niet voor de hand. Het komt voor giftige dieren en bijvoorbeeld bij hagedissen met kleurrijke staarten, maar die laatsten ontsnappen aan roofdieren door hun staart los te laten en zelf te ontsnappen.

Om vast te stellen of de trefkans van de roofwespaanvallen door de nepspinnen ook in de praktijk werd gereduceerd onderzochten de Taiwanezen Cyclosa mulmeinensis, een spinnensoort die leeft op een tropisch eiland voor de zuidoostkust van Taiwan. Deze spin hangt de oude eierzakken en prooiresten in een vertikale lijn in het midden van zijn web. De publicatie in Animal Behaviour toont lichtgrijze, ovale bolletjes die – door de oogharen bezien – veel weg hebben van het achterlijf van de echte spinnen. De lichtgrijze kleur van Cyclosa mulmeinensis lijkt op de kleur van de resten van zijn prooi. Videobeelden maakten duidelijk dat jonge, kleine spinnen relatief kleine pakketjes maakten, een aanwijzing dat ze hun vijanden misleiden.

De Taiwanezen konden volle en lege webben vergelijken, omdat de spinnen tijd nodig hebben om hun web weer te decoreren als het beschadigd is geraakt door de wind of een groot dier. Webben met twee of meer ‘versierselen’ werden in acht uur in ongeveer 40 procent van de gevallen aangevallen, twee keer zo vaak als lege spinnenwebben. Maar die aanvallen verliepen minder succesvol. Aanvallen op ongedecoreerde webben hadden een trefkans van 75 procent. De frequentere aanvallen van roofwespen op webben mét versierselen misten in bijna tweederde van de gevallen het doel. Dit betekent dat spinnen in een web dat met nepspinnen vol hangt hun overlevingskans per saldo verhogen.