Roma makkelijk doelwit van rotzakken

Het aantal racistische incidenten in Noord-Ierland neemt gestaag toe. Maar dominee Malcolm Morgan blijft optimistisch. „Ver-draagzaamheid vergt tijd”.

Woningen in Belfast van Roemeense Roma waren vorige maand doelwit van racistisch geweld. Inmiddels zijn de Roma vrijwel allemaal de Noord-Ierse hoofdstad ontvlucht. (Foto AP) A Romanian mother and her child look down at the media after their house was attacked in East Belfast, Northern Ireland, Thursday, June, 18, 2009. In recent days Romanian homes have been attacked in Belfast which has resulted in over 100 Romanians taking shelter in a church. (AP Photo/Peter Morrison) AP

De ramen van het oude bakstenen huis aan Belgravia Avenue in Belfast, waar vorige maand vuistdikke stenen doorheen vlogen naar Roemeense Roma (zigeuners), zijn met spaanplaten dichtgespijkerd. De Roma die er woonden zijn inmiddels – net als die uit twee andere huizen – terug in Roemenië. Slechts twee van de 113 wilden blijven. De anderen vreesden nieuw racistisch geweld na dreigementen van lokale jongeren.

De beelden van de opgejaagde Roma, onder wie een pas geboren baby, schokten de wereld. Verbaasd vroegen velen zich af waarom Belfast weer ten prooi was gevallen aan zulke onverdraagzaamheid. Hadden de protestanten en de katholieken, die elkaar zo lang te vuur en te zwaard bestreden, immers geen vrede gesloten?

Een beschamende episode, concludeerden politici in Belfast en Londen vrijwel unaniem. Wat sommigen het meest steekt, is dat de daders hun zin kregen. „Het is feitelijk een geval van etnische schoonmaak”, meent Anna Lo, een Chinese die al dertig jaar in Belfast zit en lid is van het regionale parlement voor de gematigde Alliantie-partij. „Het geeft de rotzakken die er achter zitten het gevoel dat ze aan de winnende hand zijn.”

Bijna niemand juicht openlijk geweld tegen buitenlanders toe, maar sommigen zijn niet ontevreden met de uitkomst. „Ik geef toe dat ik opgelucht ben dat de Roma hier niet meer zitten”, zegt Laura McAree, een dertigjarige vrouw in een wit T-shirt en jeans die een paar huizen verderop aan Belgravia Avenue woont.

Als ze laat thuiskwam van haar werk in een naburig restaurant werd ze op de hoek van de straat verwelkomd door de priemende blikken van tientallen Roma-mannen. Hun kinderen amuseerden zich overdag door op geparkeerde auto’s te klimmen en van de ene op de andere te springen. „Mijn auto is er door gedeukt en bekrast”, zegt McAree. „Over dat soort dingen meldden de media niets.”

Anna Lo meent dat het om fundamenteler zaken gaat. „Er heerst hier nog altijd een cultuur van het denken in kampen”, zegt ze in haar kantoor in het zuiden van Belfast, om de hoek van een ander huis met dichtgespijkerde ramen. „De Noord-Ieren zijn niet alleen onverdraagzaam jegens elkaar, het zijn ook racisten.”

Ze spreekt uit ervaring. De frêle Chinese is zelf in het centrum van Belfast jaren geleden al eens in elkaar getrapt. Toen ze het vorige maand opnam voor de Roemenen en kritiek uitoefende op de autoriteiten, die volgens haar niet alert genoeg reageerden, werd ze prompt overladen met haatmail. De politie ontving een dreigement dat haar leven gevaar liep.

Ook de cijfers spreken harde taal. Het aantal meldingen van racistische incidenten in Noord-Ierland groeit gestadig. Vorig jaar waren het er bijna duizend, tegen 453 in 2004. In maart van dit jaar nog werden ruim veertig Poolse gezinnen uit hun huizen verdreven na relletjes bij een voetbalwedstrijd tussen Noord-Ierland en Polen. De Polen, beter opgeleid en beter georganiseerd dan de Roma, raken echter minder snel van de wijs. Sommigen zitten inmiddels weer in hun oude woningen.

De Roma zijn kwetsbaarder. „Ze vormen een makkelijk doelwit”, zegt Neil Jarman, directeur van het onafhankelijke Instituut voor Conflictonderzoek. „Ze zien er anders uit, spreken nauwelijks Engels en zijn arm. Bovendien mogen ze – anders dan de Polen – niet in loondienst werken maar alleen als zelfstandige. Daardoor zijn hun mogelijkheden beperkt en venten ze hoofdzakelijk kranten, maken ze muziek op straat en wassen ze auto’s. Ze staan meer buiten de samenleving dan de Polen.”

De incidenten met de Roma hadden plaats in een gemengde wijk, waar ook veel studenten wonen. De twee jongens van 15 en 16 jaar en een jongeman van 21 jaar, die werden aangehouden in verband met de incidenten kwamen uit de naburige protestantse wijk rond Sandy Row, een straat vol slingers met Britse vlaggetjes.

Niet dat de katholieken minder racistisch zijn. Maar doordat meer succesvolle protestanten naar elders zijn verhuisd, is er relatief veel goedkope woonruimte beschikbaar in hun oude wijken. Dat lokt immigranten, die sinds 2004 in steeds grotere getale arriveren. Acht jaar geleden waren er 14.000 buitenlanders in Noord-Ierland (ruim 1,7 miljoen inwoners). Nu zo’n 70.000 tot 80.000.

De achterblijvende protestanten vormen het minder geschoolde deel, dat het steeds moeilijker heeft op de arbeidsmarkt. Het zijn zwaar getatoeëerde mannen als John Murphy, een werkloze bouwvakker, en zijn vriend Brian Robinson, taxichauffeur. Voor de pub The Royal aan Sandy Row, ook vol met Britse vlaggen, drinken ze een glas bier en roken ze een sigaret.

Hun afkeer van de immigranten is zo mogelijk nog groter dan die van de katholieken. „Die Roemenen stelen als raven”, zegt Murphy in een nauwelijks verstaanbaar accent. „Je kunt je glas niet even laten staan om naar het toilet te gaan, of het is al gestolen. Laatst had een grootmoeder de kinderwagen van haar kleinkind even buiten de deur laten staan. Weg was die! Vroeger konden we de deur open laten, nu niet meer.”

Veel inwoners beschouwen het vredesproces als een uitverkoop aan de katholieken, die ze blijven haten. Nog steeds wordt er elke nacht op de plaats waar de wijk aan een katholiek deel van de stad grenst over en weer met stenen gegooid en probeert men elkaars vlaggen te stelen.

Door het vredesproces en het verdwijnen van oude bedrijfstakken als de scheepsbouw zijn ze gedesoriënteerd geraakt. Ook zijn ze nog niet gewend aan allerlei vreemdelingen in ‘hun’ wijk. Met hun betere opleiding en grotere flexibiliteit vinden die eerder banen. „En dat allemaal in een tijdsbestek van enkele jaren”, zegt Jolena Flett, die zich bezighoudt met rassendiscriminatie voor de Noord-Ierse Raad voor Etnische Minderheden. „Het duizelt veel mensen en dat leidt tot aanpassingsproblemen.”

Voor niemand meer dan laagopgeleide jongeren. „Het zijn jongens van 18, 19 jaar, die van school komen zonder dat ze goed kunnen lezen of schrijven”, aldus Paula Bradshaw, directeur van een lokaal stadsvernieuwingsproject. „Ze vloeken voortdurend om zich een houding te geven, maar hebben geen benul hoe ze zich in de samenleving moeten gedragen.”

Ze reageren hun frustraties soms af op buitenlanders. Het is een even oud als treurig patroon. Malcolm Morgan, een dominee die zijn kerk bereidwillig openstelde als slaapplaats voor de ontheemde Roemeense gezinnen, blijft desondanks optimistisch: „Je zag het ook in de jaren 60, toen voor het eerst grote aantallen zwarten uit het Caraïbisch gebied in Groot-Brittannië arriveerden. Het kost tijd voor de verdraagzaamheid om zich heen grijpt.”