'Relschoppers wacht de doodstraf'

Na dagen van etnisch geweld, lijkt de rust in Urumqi teruggekeerd. Relschoppers wacht de doodstraf. Han-Chinezen vieren hun triomf.

Na dagen van etnische onlusten is de orde hersteld in de straten van Urumqi, in het westen van China. Helikopters cirkelen boven de stad en nog altijd bewaken in blauw geklede agenten van de mobiele eenheid het Plein van het Volk in het centrum van de stad.

Maar een groot deel van de paramilitaire troepen is uit het straatbeeld verdwenen, de meeste wegblokkades zijn opgeheven en winkels weer geopend. De spanningen tussen Turks-talige Oeigoeren en Han-Chinezen zijn echter zo hoog opgelaaid dat de speciale troepen waarschijnlijk nog geruime tijd in opperste staat van paraatheid zullen blijven.

Terwijl president Hu Jintao gisteren vanwege de onlusten de G8 top in Italië verliet, zei Li Zhi, de partijsecretaris van Urumqi op een persconferentie dat de aanstichters van het etnisch geweld ter dood veroordeeld zullen worden. De autoriteiten zullen een klopjacht inzetten op de verdachten, kondigde Li aan. Lokale partijbestuurders hingen intussen overal in de stad aanplakbiljetten op met de oproep aan de verantwoordelijken voor de rellen om zichzelf aan te geven. Op de biljetten, zowel in Mandarijn als Oeigoers, stond dat ook diegenen die ‘criminelen’ in bescherming nemen, zullen worden gestraft.

Tegelijkertijd beloofde de Chinese overheid dat gearresteerde Oeigoeren die hun onschuld kunnen bewijzen, kunnen worden opgehaald door hun werkeenheden. Volgens officiële cijfers van de staat zijn er 156 doden en 1100 gewonden gevallen tijdens de rellen. Deze begonnen zondagavond nadat een demonstratie van Oeigoerse studenten door de politie uiteen was gedreven.

Oeigoeren eisten opheldering over het aantal Oeigoerse fabrieksarbeiders dat vorige maand zou zijn doodgeknuppeld door Chinese collega’s in een speelgoedfabriek in het zuiden van het provincie. De rellen, die zich snel over de stad uitbreidden, werden hard neergeslagen door paramilitaire eenheden en oproerpolitie.

Woedende Oeigoeren gingen massaal de straat op. Ze zeiden dat ze niets te maken hadden met de rellen en klaagden dat familieleden zonder reden waren gearresteerd.

Na de rellen van zondagavond verklaarden Han-Chinezen dat ze zich onvoldoende beschermd voelden waarna Peking dinsdag versterking liet overkomen van paramilitaire eenheden uit de aangrenzende provincies.

Desondanks wisten wraaklustige Han-Chinezen, bewapend met messen en stokken, door een cordon van paramilitaire eenheden heen te breken en wild om zich heen te slaan. Daarbij zouden vier Oeigoeren zijn gedood. Nadat politie en leger gisteravond de orde hadden hersteld, gingen Han-Chinese burgers triomfantelijk de straat op. Pantserwagens met opschriften als ‘versla haat’ en ‘bestrijd etnisch separatisme’ denderden voorbij.

„Oeigoeren hebben kinderen en bejaarden van een brug geduwd. Deze wrede daad is onvergeeflijk”, verklaarde een Han-Chinees die anoniem wil blijven. Volgens de autoriteiten van het Volksziekenhuis in het centrum van Urumqi, waren vreemdelingen uit het zuiden van Xinjiang de aanstichters van het geweld. „Ze spraken met een zuidelijk accent, droegen andere kleding en sloegen zelfs uitdagend geklede Oeigoerse meisjes in elkaar”, aldus de autoriteiten.

Nog altijd is niet duidelijk hoeveel Oeigoeren en hoeveel Han-Chinezen zijn omgekomen.

Het Wereldcongres van Oeigoeren (WUR), onder leiding van de activiste Rebiya Kadeer, verklaarde gisteren dat er mogelijk zeshonderd tot achthonderd doden zijn gevallen.

De Chinese autoriteiten verdenken het Wereldcongres ervan achter de rellen te zitten. De WUR heeft deze beschuldiging ten stelligste van de hand gewezen. Volgens de WUR kwamen de rellen voort uit onvrede onder Oeigoeren over de discriminatie door Peking.

    • Bettine Vriesekoop