Raboploeg is na alle tegenslag nu ook haar joker kwijt

Met loeiende sirenes verdween Nederlands hoop in de Tour uit de Ronde. Robert Gesink brak zijn pols en moest de strijd staken. Opnieuw tegenslag voor de Nederlandse ploeg.

Voetballegende Johan Cruijff (midden), die wordt rondgeleid door oud-renner Michael Boogerd (links), in gesprek met Johan Bruyneel, ploegleider van Astana. (Foto Bas Czerwinski) Michael Booger, Johan Cruijff en Johan Bruyneel bij de Astana bus in Girona - foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Raborenner Robert Gesink (23) had morgen in de eerste bergetappe van de Ronde van Frankrijk willen schitteren op Arcalis. Maar de beste Nederlandse klimmer zit alweer thuis voor de televisie. Hij viel gisteren in de vijfde etappe en brak zijn pols. Hoewel hij de rit met veel pijn voltooide, bijna tien minuten achter winnaar Thomas Voeckler, volgde een uur na de finish het bericht dat het Tourdebuut van Gesink ten einde is. „Robert was onze joker voor deze Tour”, treurde tweede Raboploegleider Frans Maassen. „Nu zijn we onze joker kwijt.”

Na de vijfde plaats van Michael Boogerd in 1998 leek Nederland met Gesink eindelijk weer een troef te hebben voor een hoge klassering in het algemeen klassement. In de Dauphiné Libéré toonde hij begin juni op de Mont Ventoux en in de Alpen dat hij bergop tot de beste renners ter wereld hoort. Glunderend keek de nummer zeven van de Vuelta 2008 daar vooruit naar zijn eerste Tour. Nee, van druk had hij geen last. Ja, hij voelde zich sterk.

„Giesink, who”, vroeg Lance Armstrong aan de vooravond van de Tour plagerig aan een verslaggever van Eurosport. Maar ‘The Boss kent de ‘Condor uit Varsseveld’ heus wel. Gesink stond in alle rijtjes met Tourprognoses. Als favoriet voor de witte trui als beste jongere, als kanshebber voor de bergtrui en soms zelfs als podiumkandidaat in Parijs. Niet voor niets toonde gisteren ook de buitenlandse pers veel interesse voor de val van de schaduwkopman van de Raboploeg.

De Tour verloopt voor de grootste Nederlandse wielerploeg tot nu toe dramatisch. Kopman Denis Mensjov, dit jaar winnaar van Giro, reed een slechte openingstijdrit en kwam in de ploegentijdrit ten val. In de derde etappe miste Rabo de beslissende slag van 29 renners. Intussen moest de ploeg zich bezighouden met een dopingaffaire in Oostenrijk, waar Raborenners als getuigen werden opgeroepen.

Gesink was tot gisteren de beste Raborenner in het klassement, 62ste op 3.36 van geletruidrager Fabian Cancellara. Hij oogde de laatste dagen wat kribbig. Toch keek hij bij de start in Cap d’Agde nog hoopvol uit naar de eerste bergetappe, morgen naar Arcalis, waar in 1997 zijn favoriet Jan Ullrich op zijn 23ste de rit won en zijn eerste gele trui veroverde. „Ik ben een man voor de bergen, ik zal blij zijn als we van de stress en de wind in deze eerste week af zijn.”

Ook ploegleider Erik Breukink, zelf in 1987 als 23-jarige winnaar van de eerste bergrit in de Tour naar Pau, gaf aan dat Gesink ernaar hunkerde voor het eerst op het hoogste podium zijn klimmerskwaliteiten te tonen. Met als extra voordeel dat kopman Mensjov al ver achter staat in het klassement. „Dan heeft Robert meer vrijheden om aan te vallen.”

Na 120 kilometer, in de afdaling van de Col de Treille, ging gisteren in een split-second alles in rook op. Gesink moest remmen, belandde in een greppeltje en sloeg over de kop. Met bebloede knie en elleboog probeerde hij samen met ploeggenoten Joost Posthuma („Ik ben zelf ook gevallen, wat een kut-dag”) en Grischa Niermann terug te keren bij het peloton, dat door de wind net in stukken was gebroken. Hij fietste vanwege de pijn aan de pols een groot deel van de laatste zeventig kilometer met één hand. „Mijn pols deed meteen veel pijn”, verklaarde Gesink voor de NOS-microfoon. „Op een gegeven moment kon ik met mijn linkerarm niet meer remmen en sturen. Dan wordt het gevaarlijk.” Vanuit de ploegleidersauto naast zijn renners vermoedde Maassen ook al dat het mis was. „Na een half uur zag je de pols ontzettend dik worden. We waren als de dood dat hij tussen de ploegleidersauto’s nog een keer op zijn bek zou gaan.”

Bij de finish gaf Gesink zijn trouwe helper Niermann dankbaar nog een klopje op de schouder, met rechts. In al zijn nuchterheid besefte hij toen waarschijnlijk al dat zijn eerste Touravontuur voorbij was. Dit voorjaar reed hij in de klassieker Amstel Goldrace scheurtjes in zijn pezen voor een derde plaats. In mei deed hij een zware hoogstage in de Sierra Nevada. Na de Dauphiné verkende hij de Alpenetappes. „In het wielrennen kan alles in één moment voor niets zijn geweest”, zei hij in de aanloop naar de Tour realistisch.

Op de Pont Arago in Perpignan stapte de hoop van het Nederlandse wielrennen uiterlijk rustig in de ambulance. Nee, niet achterin, hij kon wel gewoon naast de chauffeur zitten. Met loeiende sirenes verdween Robert Gesink uit de Tour. Toen de röntgenfoto’s in Centre Hospitalier van Montpellier ’s avonds het onvermijdelijke bewezen, dacht hij naar eigen zeggen direct ‘Vuelta’. De Ronde van Spanje start eind augustus in Drenthe, en als de breuk is genezen wil hij dan best kopman zijn. „Als ik over twee dagen op tv de Tour zie, zal ik pas beseffen wat er echt is gebeurd. Die confrontatie zal moeilijk zijn.”