Rabo is zijn joker voor Tour kwijt

Gesink stond in alle rijtjes met prognoses, voor beste jongere en voor de bergtrui.

Met loeiende sirenes verdween de Nederlandse toprenner uit de Tour.

Gesink stapt na de rit, die hij op tien minuten van de winnaar beëindigde, in de ambulance. Foto Cor Vos Perpignan - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - Tour de France 2009 - 5e etappe - Le Cap d'Agde > Perpignan - 46. Robert Gesink (NED - Rabobank) bij de dokter - foto Wessel van Keuk/Mike Romo/Cor Vos ©2009 Vos, Cor

In de afdaling van de Col de Treille, na 120 kilometer in de vijfde etappe van de Ronde van Frankrijk, kreeg het Nederlandse wielrennen gisteren een gevoelige klap. Raborenner Robert Gesink reed in een greppel, sloeg over de kop en brak zijn pols. Hoewel hij de rit met veel pijn voltooide, bijna tien minuten achter winnaar Thomas Voeckler, volgde een uur na de finish het bericht dat het Tourdebuut van Gesink ten einde is. „Robert was onze joker voor deze Tour”, treurde tweede ploegleider Frans Maassen. „Nu zijn we onze joker kwijt.”

Na de vijfde plaats van Michael Boogerd in 1998 leek Nederland met Gesink (23) eindelijk weer een troef te hebben voor een hoge klassering in het algemeen klassement. In de Dauphiné Libéré toonde hij begin juni op de Mont Ventoux en in de Alpen dat hij bergop tot de beste renners ter wereld hoort. Sindsdien voelde hij zijn vorm verder verbeteren.

„Giesink, who”, vroeg Lance Armstrong aan de vooravond van de Tour plagerig aan een verslaggever van Eurosport. Maar the Boss kent de Condor uit Varsseveld heus wel. Gesink stond in alle rijtjes met Tourprognoses. Als favoriet voor de witte trui als beste jongere, als kanshebber voor de bergtrui en soms zelfs als podiumkandidaat in Parijs. Niet voor niets toonde gisteren ook de buitenlandse pers veel interesse voor de val van de schaduwkopman van de Raboploeg.

De Tour verloopt voor de grootste Nederlandse wielerploeg tot nu toe dramatisch. Kopman Denis Mensjov, dit jaar winnaar van Giro, reed een slechte openingstijdrit en kwam in de ploegentijdrit ten val. In de derde etappe miste Rabo de beslissende slag van 29 renners. Intussen moest de ploeg zich steeds bezighouden met een dopingaffaire in Oostenrijk, waar Raborenners als getuigen werden opgeroepen.

Gesink was tot gisteren de beste Raborenner in het klassement, 62ste op 3.36 van geletruidrager Fabian Cancellara. Hij oogde de laatste dagen wat kribbig. Toch keek hij bij de start in Cap d’Agde nog hoopvol uit naar de eerste bergetappe, morgen naar Arcalis, waar in 1997 zijn favoriet Jan Ullrich op zijn 23ste de rit won en zijn eerste gele trui veroverde. „Ik ben een man voor de bergen, ik zal blij zijn als we van de stress en de wind in deze eerste week af zijn.”

Ook ploegleider Erik Breukink, zelf in 1987 als 23-jarige winnaar van de eerste bergrit in de Tour naar Pau, gaf aan dat Gesink ernaar hunkerde om voor het eerst op het hoogste podium zijn klimmerskwaliteiten te tonen. Met als extra voordeel dat kopman Denis Mensjov al ver achter staat in het klassement. „Dan heeft Robert meer vrijheden om aan te vallen.”

In een split-second waren gisteren alle verwachtingen om zeep. Met bebloede knie en elleboog probeerde Gesink samen met ploeggenoten Joost Posthuma („Ik ben zelf ook gevallen, wat een kut-dag”) en Grischa Niermann terug te keren bij het peloton, dat door de wind net in stukken was gebroken. Hij fietste vanwege de pijn aan de pols een groot deel van de laatste zeventig kilometer met één hand, en had eigenlijk direct door dat het mis was. „Mijn pols deed meteen veel pijn”, zei Gesink gisteravond tegen de NOS. „Op een gegeven moment kon ik met mijn linkerarm niet meer remmen en sturen, dan wordt het gevaarlijk.”

Vanuit de ploegleidersauto naast zijn renners vermoedde Maassen ook al dat het mis was. „Na een half uurtje zag je de pols ontzettend dik worden. We waren als de dood dat hij tussen de ploegleidersauto’s nog een keer op zijn bek zou gaan.”

Op de streep gaf Gesink zijn trouwe helper Niermann dankbaar nog een klopje op de schouder, met rechts. Dit voorjaar reed hij in de klassieker Amstel Goldrace scheurtjes in zijn pezen voor een derde plaats. In mei deed hij een zware hoogstage in de Sierra Nevada. Na de Dauphiné verkende hij de Alpenetappes. „In het wielrennen kan alles in één moment voor niets zijn geweest”, zei hij in de aanloop naar de Tour realistisch.

Op de Pont Arago in Perpignan stapte de hoop van het Nederlandse wielrennen uiterlijk rustig in de ambulance. Nee hoor niet achterin, hij kon wel gewoon naast de chauffeur zitten. Met loeiende sirenes verdween Robert Gesink uit de Tour. Toen de foto’s in Centre Hospitalier van Montpellier ’s avonds het onvermijdelijke bewezen, dacht hij naar eigen zeggen direct ‘Vuelta’. De Ronde van Spanje start eind augustus in Drenthe, en als de breuk is genezen wil hij wil best kopman zijn. „Als ik over twee dagen op tv de Tour zie, zal ik pas beseffen wat er echt is gebeurd.”

    • Maarten Scholten