Park biedt wild geen bescherming

Zebra’s en antilopen doen het binnen de Afrikaanse wildparken niet beter dan in de onbeschermde gebieden eromheen. Dit is opnieuw met betrouwbare tellingen aangetoond.

Een kudde wildebeesten en een groepje Grant's zebra's trekken samen op in het wildpark Serengeti, Kenia. (Foto Mitsuaki Iwago/Natura) IWAGO, MITSUAKI

Binnen de grote wildparken van Kenia lopen de aantallen grote zoogdieren even hard terug als daarbuiten. In veel Keniaanse parken en reservaten is de wildstand de afgelopen dertig jaar met een kwart tot eenderde afgenomen. Dat is evenveel als in de niet-beschermde gebieden eromheen.

Ecologen uit Kenia en Engeland trekken die conclusie in het open access tijdschrift PLoS ONE (8 juli). Hun resultaten bevestigen de conclusies van andere onderzoekers dat Afrika’s grote zoogdieren ook binnen beschermde gebieden niet floreren. Dit is eerder vastgesteld voor een wildpark in Kameroen en het Kruger National Park in Zuid-Afrika. De nieuwe resultaten uit Kenia steunen op de omvangrijkste tellingen die tot dusver aan Afrikaans wild in beschermde én onbeschermde gebieden zijn gedaan.

Voor het artikel in PLoS ONE, met David Western als eerste auteur, is gebruikgemaakt van tellingen die een Keniaanse overheidsdienst al sinds 1977 vanuit vliegtuigjes uitvoert boven parken en onbeschermd gebied. Ongeveer eenderde van Kenia’s grote zoogdieren leeft binnen beschermd gebied dat voornamelijk uit savannen bestaat.

Men telde alle hoefdieren met een gewicht van meer dan 15 kilo, oplopend van de kleine Thomsongazelle tot zebra’s, giraffen, neushoorns en olifanten. Uitsluitend herbivoren dus. De veel kleinere aantallen roofdieren volgen, met enige vertraging, wetmatig de trends die optreden in de aantallen herbivoren.

De individuen van alle soorten werden in gelijke mate meegeteld en in één totaalgetal samengebracht. Omdat dezelfde dienst al die tijd dezelfde methode gebruikte, worden de tellingen als onderling voldoende vergelijkbaar beschouwd. De gevonden aantallen wisselden sterk van jaar tot jaar, onder meer als gevolg van natuurlijke fluctuaties in regenval, maar de ongunstige trend was onmiskenbaar. En binnen parken en reservaten deden de grote hoefdieren het niet beter dan daarbuiten.

De onderzoekers tonen zich niet verbaasd door de achteruitgang van de hoefdieren in de Keniaanse parken en reservaten. De meeste hoefdieren zijn migrerende soorten die, voor ze werden opgesloten in een park, tussen droge en natte seizoenen grote afstanden aflegden. Nu zijn ze gestationeerd in het gebied dat ze voorheen alleen in het droge seizoen bezochten. Door hun permanente aanwezigheid begint ook dat gebied, hun ‘habitat’, van karakter te veranderen. Andere bedreigingen komen van het stropen en van de landbouw die binnen sommige parken wordt toegestaan. Ook valt niet uit te sluiten dat er een invloed is van klimaatverandering: er is altijd een nauwe relatie tussen het voorkomen van herbivoren en regenval. Maar de onderzoekers hebben geen gegevens over trends in regenval in hun artikel opgenomen.

Opvallend genoeg loopt de wildstand in de grote parken van het aangrenzende Tanzania minder snel terug. David Western en collega’s denken dat dat te danken is aan de grotere omvang van de Tanzaniaanse parken en aan het ‘habitat management’ dat men er toepast. Regelmatig wordt de savanne afgebrand om die in de oorspronkelijke toestand te houden.

De indruk van Western c.s. is verder dat de wildstand beter op peil bleef in de Keniaanse wildparken die in samenwerking met de lokale bevolking werden beheerd. Vorig jaar verscheen in Science (4 juli) een artikel van George Wittemeyer c.s. waarin werd beschreven hoezeer wildparken en reservaten een stimulans kunnen zijn voor lokale economieën in Afrika en Latijns-Amerika. De bevolkingsgroei langs de grenzen van toeristisch aantrekkelijke parken bleek bijna twee keer zo hoog als die in de omringende gebieden. Wittemeyer concludeerde dat dit een bedreiging was voor het wild en de natuur in de parken. De Nederlandse ecoloog Paul Scholte, tot voor kort verbonden aan de Leidse universiteit, beschreef de aantrekkingskracht van natuurparken al eerder voor een vloedvlakte in Kameroen. De bevolkingsgroei wordt een gevaar als het parkbeheer instort.