Ook de ayatollahs verdeeld in Iran

Niet alleen demonstranten zijn het oneens met de manier waarop in Iran president Ahmadinejad is herkozen.

Ook invloedrijke Iraanse geestelijken uiten kritiek.

Al meer dan twee weken hebben er in Iran geen grote straatprotesten tegen de betwiste verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad meer plaatsgehad, maar achter de schermen is de politieke strijd nog in volle gang. Vooral geestelijken zijn tot op het bot verdeeld.

Sinds Iran na de revolutie van 1979 een islamitische republiek werd met een shi’itische geestelijke aan het roer, vormt religie de richtlijn van wetgeving en politieke beslissingen. Verdeeldheid over de uitvoering is er altijd geweest, maar de controversiële verkiezingsoverwinning van de harde conservatief Ahmadinejad – zelf geen geestelijke – heeft de kloof binnen de geestelijkheid vergroot.

Invloedrijke grootayatollahs weigeren Ahmadinejads verkiezing te erkennen en protesteren tegen het gebruik van geweld door de overheid tegen demonstranten. Facties van geestelijken vinden dat klachten over de verkiezingsuitslag gehoord dienen te worden. Op de achtergrond speelt mee dat veel geestelijken Ahmadinejad en zijn aanhangers ervan verdenken hun invloed te willen beperken.

De kritiek richt zich voor een groot deel op de Raad van de Hoeders van de Grondwet, die vorige week de overwinning van Ahmadinejad officieel goedkeurde. Deze raad ziet toe op het islamitisch gehalte van wetten en wetgevers. Maar volgens de zeer invloedrijke grootayatollah Abdollah Javadi Amoli, vrijdaggebedleider in Qom, en anderen zijn de Hoeders partijdig.

„Scheiding der machten heeft haar wortels in rede en logica”, zei Amoli onlangs in een vrijdagpreek in Qom, het centrum van de geestelijkheid. „De uitvoerder van de wet is zelf tegelijk verantwoordelijk voor de verificatie ervan. Dat is een probleem.”

Grootayatollah Amoli is ook mojtahed, dat wil zeggen dat hij islamitisch recht mag interpreteren. Hij heeft Ahmadinejad nog niet gefeliciteerd met zijn verkiezingszege, iets wat geestelijken met posities binnen het politieke systeem wel hebben gedaan.

Iran telt twintig grootayatollahs, die gelden als ‘bron van nabootsing’ en invloed uitoefenen over soms miljoenen volgelingen. Die zijn verplicht om geld naar de grootayatollah die ze volgen over te maken en de door hem opgestelde leefregels te volgen (al gebeurt dit in praktijk vaak niet).

De grootayatollahs houden zich meestal ver van de dagelijkse politiek. Maar enkelen van hen hebben de afgelopen weken kritiek geuit op de regering en om aandacht gevraagd voor de klachten van de demonstranten.

Grootayatollah Asadollah Bayat Zanjani heeft twee fatwa’s, religieuze decreten, uitgegeven die lijnrecht ingaan tegen de staatslijn dat alle protesten illegaal zijn. Toen een politieagent hem om zijn religieuze opinie vroeg of hij demonstranten mocht slaan, antwoordde Bayat Zanjani dat dat onacceptabel was.

„Als dit een order is, weiger dan en aanvaard straf in plaats van onschuldigen te slaan”, schreef de grootayatollah op zijn website. Op een andere vraag, of de demonstraties die door de opperste leider als illegaal zijn bestempeld onislamitisch zijn, antwoordde Bayat Zanjani dat de bijeenkomsten het recht van het volk waren. „Ze willen hun ongenoegen uiten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken dient toestemming voor deze bijeenkomsten af te geven.”

Ook sommige geestelijken die zich wel met politiek bezig houden, hebben kritiek geleverd op de beslissingen die hun leiders hebben genomen.

„Het is oneerlijk om herhaaldelijke beschuldigingen te uiten tegen een politieke groep”, zei deze week Ahmad Salak, nota bene een invloedrijk lid van de Militante Geestelijken, een zeer conservatieve politieke factie. „De regering van Ahmadinejad vertegenwoordigt niet alle Iraniërs”, verklaarde Reza Akrami, een parlementslid voor dezelfde factie.

Veel geestelijken voelen zich bedreigd door de plannen van Ahmadinejads groep. Na meer dan dertig jaar aan de macht te zijn geweest hebben velen machtige posities gekregen met toegang tot staatsfondsen. Ahmadinejadzoekt geregeld de aandacht met aanklachten tegen „economisch gecorrumpeerden”. In een televisiedebat voor de verkiezingen, zei hij dat de kinderen van enkele invloedrijke geestelijken corrupt waren.

Volgens geruchten is ayatollah Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, een belangrijke medestander van de huidige oppositieleider Mir Hossein Mousavi, bezig om een coalitie van geestelijken te vormen. Rafsanjani is de secretaris van de Assemblee van Experts, die de macht heeft om de Opperste Leider af te zetten. Het is echter de vraag hoe invloedrijk deze raad nog is. De macht van de opperste leider is enorm toegenomen sinds hij duidelijk heeft gemaakt Ahmadinejad en zijn aanhangers te steunen en bereid te zijn de Revolutionaire Garde de straat op te sturen tegen demonstranten.

Er zijn tegelijkertijd ook veel geestelijken die Khamenei en Ahmadinejad wel steunen. Deze geestelijken zitten vaak op machtige posities – in tegenstelling tot de meeste van hun tegenstanders. Maar de kritiek vanuit de geestelijkheid verstomt niet.