Omstandig trillende faun

Dans Julidans. Diverse voorstellingen. Gezien te Amsterdam, 6 en 8 juli. Inf: 020-6242311 ofjulidans.nl***

Hij moest er even over nadenken, de eenzame boe-roeper, maar hij deed het. Hij riep ‘boe!’ Een reactie bleef niet uit. Ineens waren er ook bravo-roepers na afloop van Faune(s). Wat het precies was in het debuut van choreograaf Olivier Dubois bij het festival Julidans dat die ene toeschouwer zo had gestoken, werd niet duidelijk. Het kan het hybride karakter van het stuk zijn geweest; film, dans, performance, alles zit erin. Of misschien de reconstructie van L’Après-midi d’un faune, Vaslav Nijinsky’s succès de scandale uit 1912.

Dubois danst daarin zelf de hoofdrol en hij heeft bepaald geen klassieke dansersfysiek: een gezellig dikkerdje is het. Bovendien schrikt hij er niet voor terug zijn grote, blote buik- en bilpartij omstandig te laten trillen. Daar moet je tegen kunnen.

Faune(s) gaat over de positie van de danser/performer. Dankzij zijn talenten beheerst hij het toneel en lijkt hij almachtig. In feite echter, zegt de choreograaf, is hij onderworpen aan de wil van een regisseur en de verwachtingen van het publiek. Dubois toont de performer, en vooral zichzelf natuurlijk, als een kwetsbare jager, prooi van zijn eigen jachtlust.

Zoals de faun in Nijinsky’s ballet nimfen najaagt, zo besluipt Dubois in een Pasolini-achtige zwart-witfilm – het eerste deel van Faune(s) – vier schone jongelingen op een tennisbaan (een subtiele verwijzing naar een ander Nijinsky-ballet, Jeux). Net zo min als de faun slaagt Dubois erin een van hen te veroveren: ook hij moet het wonder aan zichzelf voltrekken, langzaam neerzijgend op een kledingstuk van een van de jongens.

Ondanks ruwe overgangen en zwakkere momenten, blijft Faune(s) dankzij een krachtige beeldentaal en Dubois’ sterke toneelpersoonlijkheid wel intrigeren – de boe-roeper bleef niet voor niets tot het einde zitten.

De Zuid-Afrikaanse Robyn Orlin maakt het de toeschouwer in Walking next to our shoes… intoxicated by strawberries and cream, we enter continents without knocking enerzijds gemakkelijker door isicathamiya, prachtige Zulu-zang, te vermengen met oswenka, een soort kruising tussen modeshow en danscompetitie. Het stuk, evenals de titel, niet altijd even begrijpelijk. Maar het is Orlin wel toevertrouwd een kleurrijk spektakel te creëren waarin uitbundigheid zich mengt met een bloedserieuze waarschuwing tegen aids.

    • Francine van der Wiel