Nieuwe ‘openheid’ van China valt nog tegen

Vanmorgen ben ik uit Urumqi vertrokken. Vanuit mijn hotel zag ik direct dat de orde weer was hersteld in de straten van Urumqi. Helikopters cirkelden boven de stad en nog altijd bewaakten in blauw geklede soldaten van de mobiele eenheid het Plein van het Volk. Gisteren wemelde het nog van de paramilitaire troepen maar vanochtend

(Foto Bettine Vriesekoop)

(Foto Bettine Vriesekoop, klik voor vergroting)(Foto Bettine Vriesekoop, klik voor vergroting)

Vanmorgen ben ik uit Urumqi vertrokken. Vanuit mijn hotel zag ik direct dat de orde weer was hersteld in de straten van Urumqi. Helikopters cirkelden boven de stad en nog altijd bewaakten in blauw geklede soldaten van de mobiele eenheid het Plein van het Volk. Gisteren wemelde het nog van de paramilitaire troepen maar vanochtend waren ze uit het straatbeeld verdwenen. De meeste wegblokkades waren opgeheven en de winkels weer geopend.

Mobiel bellen met het buitenland was weer mogelijk maar het internetverkeer was nog altijd gedeactiveerd. Gezien de ernst van de situatie was het opmerkelijk dat de Chinese overheid buitenlandse journalisten toestemming gaf verslag te doen van de rellen.

(Foto Bettine Vriesekoop)

(Foto Bettine Vriesekoop)(Foto Bettine Vriesekoop)

Tijdens de Tibetaanse opstanden in Lhasa in maart vorig jaar werd journalisten de toegang tot de Tibetaanse gebieden nog ontzegd. „Het is daar te gevaarlijk, we willen journalisten tegen het geweld beschermen,” was de officiële reden die de autoriteiten opgaven voor hun geslotenheid. De Olympische Spelen en de aardbeving in Sichuan hebben geleid tot een grote openheid, zo bleek deze week.

Maar het was duidelijk te merken dat zeker lokale Chinese autoriteiten nog niet uit de voeten kunnen met dergelijke media-aandacht. De ongeveer tachtig aanwezige buitenlandse journalisten moesten werken in twee benauwde perskamertjes waar ze zo’n veertig internetkabels moesten delen.

(Foto Bettine Vriesekoop)

(Foto Bettine Vriesekoop)(Foto Bettine Vriesekoop)

Het feit dat het ministerie van Buitenlandse Zaken persconferenties inlaste en interviews organiseerde, wijst ontegenzeggelijk op meer transparantie. Maar nu ik weer terug ben ik Peking realiseer ik me dat die grotere openheid niet betekent dat de waarheid ook op tafel komt. Hooguit dat ik ooggetuige kon zijn.

Volgens de berichten zijn er ongeveer 200 panden uitgebrand. Hoewel ik een paar dagen in Urumqi heb rondgereden, heb ik slechts één uitgebrand pand gezien. Volgens officiële cijfers van de Chinese overheid zijn er 156 doden en 1.100 gewonden gevallen tijdens de rellen maar we weten nog steeds niet hoeveel Oeigoeren en hoeveel Han-Chinezen er zijn gedood.

De overheid zei van meet af aan dat er veel meer Han-Chinese doden waren dan Oeigoerse. Het genoemde officiële dodental van 156 leek me al veel, Wereld Oeigoeren Organisatie van activiste Rebiya Kadeer zegt nu dat er misschien wel zes- tot achthonderd doden zijn.

(Foto Bettine Vriesekoop)

(Foto Bettine Vriesekoop)(Foto Bettine Vriesekoop)

In het Volksziekenhuis sprak ik met lichtgewonde Chinese patiënten. Waren de paar Oeigoeren die zich in het ziekenhuis bevonden echt zoals de China gezinde Oeigoerse onderdirectrice van het ziekenhuis verklaarde te ernstig gewond om mij te woord te staan? Of wilde ze liever niet dat Oeigoeren hun verhaal deden?

Zaten de Han-Chinese patiënten al klaar om hun voorgekauwde verhaal te doen toen ik binnenkwam? Allemaal vragen die ondanks de nieuwe openheid, net als na de rellen in het gesloten Tibet, onbeantwoord zullen blijven.

    • Bettine Vriesekoop