Muziek maken is onze diepst mogelijke emotie

Oud-bouwer, net als zijn vader, zanger, net als zijn dochter, oud-bespeler, net als zijn zoons, de familie Joubran is de meest succesvolle Palestijnse muziekfamilie. En ook de violen verkopen goed.

Het verhaal van de familie Joubran is een liefdesgeschiedenis, zegt vader Hatem Joubran. Een geschiedenis van liefde voor muziek, die 53 jaar geleden begon. Hatem was twaalf jaar oud en ging met zijn ouders mee naar een bruiloft. Zoals altijd ging hij met zijn moeder in het gedeelte van de zaal zitten waar de vrouwen zaten. Kom op joh, zei zijn moeder geïrriteerd, word toch eens een man.

En daar sjokte Hatem, moederziel alleen, naar de andere kant van de zaal, waar de mannen zaten. Maar halverwege durfde hij niet meer, bang om uitgelachen te worden. Hij kroop onder een tafel en bleef daar roerloos liggen. Glimlachend: „En toen zag ik het pas. Ik zag een groep spelen op traditionele Arabische instrumenten. Zo mooi. Ik liet de tranen lopen.”

Toen wist Hatem het zeker: „Ik wil mijn geld verdienen in de muziek.”

Glamour is ver te zoeken bij de familie Joubran. Hatem, nu 65, en zijn vrouw Ibtasam, 55, scharrelen wat rond in hun kleine woonkamer, in een rustige buitenwijk van Nazareth, noord-Israël. Ibtasam heeft ijs gemaakt en schenkt koffie, Hatem is met de plantjes bezig. De televisie staat aan. „Wil je het plakboek zien?”, vraagt Ibtasam aan haar man. Hatem zet zijn bril recht en begint voor de zoveelste keer de albums door te bladeren, glimlachend bij iedere herinnering. Barcelona, Brussel, Jeruzalem, Carnegie Hall in New York.

Niets wijst erop dat dit huis het zenuwcentrum is van de meest succesvolle Palestijnse muziekfamilie van dit moment. Hatem Joubran bouwt in de kelder violen en ouds, de traditionele, elfsnarige Arabische luiten. Dochter Soeha Joubran (33) is een beroemde Palestijnse zangeres. De drie zoons, Samir (35), Wissam (25) en Adnan (23), wonen en werken in Parijs als oud-artiest. Als Le Trio Joubran treden ze over de hele wereld op. Wissam Joubran is bovendien zijn vader gevolgd als oud-bouwer. Het Louvre stelde onlangs hun duurste, gekalligrafeerde ouds tentoon.

Begin jaren tachtig begon vader Hatem Joubran met een carrière als instrumentenmaker. Hij dacht er al langer aan te gaan doen wat zijn vader ook al deed, maar hij was in een staalfabriek in Haifa gaan werken. Maar de liefde voor muziek, gewekt op die bruiloft in Nazareth, was nooit gedoofd. Hatem, een christelijke Palestijn, was in de jaren zeventig begonnen met zingen in een baptistenkoor. Hij ontmoette er zijn vrouw. Samen zongen ze Bach, Händel en Verdi. Ibtasam: „Muziek maken, elkaar zien zingen, is voor ons de diepst mogelijke emotie. We hadden vanaf het begin een sterke band.”

Ook de Arabische muziek bleef de belangstelling van Hatem Joubran houden. De oud, een vierduizend jaar oud instrument, ligt aan de basis van de Europese luit, mandoline en gitaar, legt hij uit. „Wat ik niet begreep is waarom het instrument langzaam in de vergetelheid is geraakt. Waarom zijn we niet trotser op onze geschiedenis? De viool dateert uit de vijftiende eeuw, wij hebben een muzikale geschiedenis die veel en veel verder teruggaat. Toen ik met mijn koor een orkest van twintig man met Arabische instrumenten begeleidde, nam ik de beslissing dat ik ook instrumenten wilde gaan maken, net als mijn vader dat ooit deed.”

Sinds 1981 maakt Hatem Joubran ouds, inmiddels heeft hij er honderden verkocht. Een oud van Joubran kost al snel vijfduizend euro. „Het lastige bij het maken van een oud is dat er geen duidelijke regels zijn. Dit instrument maak je improviserend, op gevoel, niet zo precies als een viool. Daardoor kan ik, als ik mijn ogen sluit, altijd horen of ík de oud gemaakt heb.”

De handel in instrumenten werd lucratiever. Hatem begon ook klassieke violen te maken. Hij kocht een tweedehands doe-het-zelf-boek, dat nog steeds in de kast staat, bestudeerde foto’s en begon aan de keukentafel te knutselen. Na twee maanden was de eerste viool klaar. Hij maakte er zeven, die hij stuk voor stuk aan professionele muzikanten verkocht. Het Israëlisch Philharmonisch Orkest ging met zijn violen spelen.

Hatem Joubran loopt de trap af, naar zijn kleine kelder. Een paar vogeltjes in een kooi, en verder alleen maar hout. „Het kiezen van het hout is moeilijk”, zegt hij. Lachend: „Daar zijn we niet goed in, in het Heilige Land. Hout in Israël is meestal olijfboomhout, dat is ongeschikt. Indiaas palissander is het beste, maar het is ook erg duur.” Liefdevol wrijft hij over het hout, dat opgestapeld ligt in de kelder.

Als kleine kinderen begonnen de zoons Samir, Wissam en Adnan oud te spelen. Op school mochten ze optreden op klassefeestjes. Samir maakte er, aangemoedigd door zijn ouders, zijn beroep van. Hij ging studeren aan het conservatorium in Kaïro en speelde er op ouds die vader Hatem had gemaakt. Wissam en hij trokken naar Europa, waar Wissam ouds ging maken. Hij was de eerste Arabische student aan het Stradivari Instituut in Cremona, Italië. Adnan, de jongste broer, voegde zich bij de broers. Sindsdien treden ze dag aan dag op in concertzalen door heel Europa.

De muziek van de oud klinkt dieper en warmer dan die van de gitaar of de mandoline, mysterieus bijna. Adnan Joubran, telefonisch vanuit Parijs: „Onze muziek lijkt nog het meest op stemmen van mannen. Wijze mannen met mooie, warme stemmen, waar je het liefst een hele avond naar zou willen luisteren.”

De broers hebben sterke karakters, zegt moeder Ibtasam. Eigenwijs, perfectionistisch. Dat is niet altijd aangenaam. Ze laat videobeelden zien van een repetitie. Adnan heeft zich zojuist bij zijn broers gevoegd, maar moet zich nog bewijzen. Vooral Samir is sceptisch. Hij gaat achter hem staan. „Laat je achterover vallen! Hup, achterover!” Adnan durft niet en giechelt nerveus, waarop Samir ontploft van woede. „Je vertrouwt ons niet! Wanneer laat je je nou eens gaan?” Zijn vrouw moet hem kalmeren. „Het was moeilijk om aan te sluiten bij twee mensen die al ver waren in hun carrière”, zegt Adnan nu. „Tegelijkertijd had ik geen keuze. Het instrument koos mij. Mijn hele jeugd werd alleen maar over de muziek gepraat. Ik kon onmogelijk natuurkundige worden.”

Hun verschillen in karakter weerspiegelen de broers in hun spel, zegt Adnan. Op het eerste gezicht spelen ze harmonieus, maar onderhuids gebeurt er van alles. „Samir is duidelijk de leider, ook in zijn spel. Hij zet de lijnen uit. Ik ben opstandig, ik ga er tegenin, ik daag hem uit.” Wissam, de middelste zoon, is het mildst. „Hij sticht vrede door de harmonie weer op te zoeken in het spel.”

Discussies hebben de broers gehad over de vraag wat Le Trio Joubran in de eerste plaats moet doen: pretentieloze muziek maken of ook een politieke boodschap brengen.

Samir neigt naar dat laatste, blijkt uit de documentaire Improvisaties van Saed Andoni. Samirs vrouw komt uit Ramallah, op de bezette Westelijke Jordaanoever. Om zijn schoonfamilie te bezoeken, moet hij de dagelijkse Palestijnse ellende van Israëlische checkpoints en ondervragingen doorstaan.

Van Samir kwam ook het idee om op te gaan treden met de beroemdste Palestijnse schrijver, de vorig jaar overleden dichter Mahmoud Darwish. Le Trio Joubran begeleidde Darwish’ optredens tientallen keren. Hij las gedichten voor over de Tweede Intifadah, die in 2000 begon, de broers begeleidden hem. Adnan zegt dat hij niet in de muziek is gegaan om politiek te bedrijven. „De politiek heeft in het Midden-Oosten geen oplossingen gebracht, daar wil ik me niet voor inzetten. Ik kan wel door de kunst laten zien dat we een rijke cultuur hebben.”

Vader Hatem loopt naar de kast en laat een foto zien. Zijn achtjarige kleindochter Katja, de dochter van Samir, bespeelt een cello. Kijk, zegt hij lachend, „dit plaatje maakt me vrolijk. Na mijn zoons en mij komt er ongetwijfeld een nieuwe generatie muzikanten. Zonder de muziek zouden we niet de familie Joubran zijn.”

Dit is de vijfde aflevering van een zomerserie over het familiebedrijf in het buitenland. De vorige stonden op 28 en 30 juni en op 3 en 8 juli in de krant.

    • Guus Valk