Klink uitgerookt

Het rookverbod voor cafés zonder personeel kan juridisch niet door de beugel. Na de twee arresten van het gerechtshof in Den Bosch in april en het hof in Leeuwarden vorige week staat dat vast.

De Friese raadsheren concludeerden dat uit de Tabakswet geen totaal rookverbod viel af te leiden. Dat verbod is in strijd met het legaliteitsbeginsel: niemand is strafbaar zonder een voorafgaande wet. De wet bood alleen mogelijkheden om ‘maatregelen’ te nemen die cafébezoekers van hinder en overlast vrijwaren. Er zijn ook maatregelen denkbaar die géén totaalverbod inhouden. Een zeer efficiënte ventilatie of luchtverversing bijvoorbeeld. Ook andere beheerders van publieke ruimten zijn dus niet tot zo’n verbod verplicht.

Politiek was dat wel uitdrukkelijk de bedoeling. Maar de pleidooien van de officier om de rechter de ‘misslag’ te laten herstellen vielen op dorre aarde. Het hof constateerde dat er geen sprake van een misslag was, maar van een misvatting over de betekenis van de Nederlandse taal. Tussen een verbod en de plicht om ‘maatregelen’ te nemen is inhoudelijk een verschil. Punt uit.

Het Openbaar Ministerie heeft cassatie ingesteld. Strikt genomen kan de Hoge Raad dus nog met een ander inzicht komen. Maar minister Klink (Volksgezondheid, CDA) trok gisteren terecht al bestuurlijke consequenties. Hij schort het handhaven van het rookverbod in kleine cafés op en stelt het innen van opgelegde boetes uit. Dit najaar volgt ‘reparatiewetgeving’ om de gaten in het rookverbod juridisch te dichten. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt de minister, zo bleek uit eerste reacties. Of het incident nu ook politiek en bestuurlijk is gesloten, moet nog blijken. Het anti-rookbeleid is in ieder geval stevig beschadigd. De rechter heeft een geval van slechte wetgeving afgestraft. Het legaliteitsbeginsel is een hoeksteen van de rechtsstaat: het beschermt de burger tegen willekeur. Dat is geen uitglijder uit de categorie ‘foutje, bedankt’.

De minister, zijn departement en het parlement dienen zich dat aan te trekken en zich daarover te verantwoorden. Had men niet moeten voorzien dat wetgeving over arbeidsomstandigheden voor werknemers niet gebruikt moet worden voor algemeen gezondheidsbeleid?

Ook het gezag van de overheid is aangetast. Inspecteurs van de Voedsel- en Warenautoriteit hebben bevoegdheden gebruikt waarover ze achteraf niet bleken te beschikken. Op hun volgende inspectierondes kunnen ze daar de wrange vruchten van plukken. Waarom zou hun volgende bekeuring nu wel rechtsgeldig zijn? Café-eigenaren die zijn beboet en hun verlies namen zijn eveneens gedupeerd. Zij hebben onverschuldigd betaald.

Ook politiek is de minister beschadigd. Zijn gezag heeft geleden, aan overtuigingskracht heeft hij ingeboet. En alleen maar om roken uit te bannen in cafés waar volwassen mensen vrijwillig in hun eigen tabaksrook en die van hun klanten willen werken. Wat een onzin.