Klimaatakkoord G8 kritisch ontvangen

Security guards run alongside the electric car of Egypt's President Hosni Mubarak as he arrives for a round table meeting of the G8, G5 and Egypt at the G8 summit in L'Aquila, Italy on Thursday, July 9, 2009. Leaders of the exclusive club of eight industrialized nations open up their forum Thursday to the five fastest developing market economies in which they will discuss the economy, climate change and development aid. (AP Photo/Markus Schreiber, Pool) AP

De wereldtemperatuur mag niet meer stijgen dan 2 graden Celsius ten opzichte van de gemiddelde temperatuur aan het begin van de industriële revolutie. Tot nu toe is in die periode de gemiddelde temperatuur ruim 0,7 graden gestegen, onder meer door het gebruik van fossiele brandstoffen als steenkool en olie.

Hierover zijn de leiders van de G8, de rijke landen die bijeen zijn in het Italiaanse L’Aquila, het gisteravond eens geworden. Om hun doel te bereiken, hebben deze landen toegezegd de uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde, tot 2050 met 80 procent verminderen. De G8 vragen aan opkomende economieën als China, India en Brazilië, hun uitstoot tot 2050 te halveren, maar die voelen daar weinig voor. Vandaag wordt daarover met die landen verder gesproken.

Volgens de Britse premier Brown is nu „de basis gelegd voor een ambitieus, eerlijk en effectief akkoord in Kopenhagen”, waar de wereld het aan het eind van het jaar eens moet worden over een nieuw klimaatakkoord.

Toch overheerst in de reacties de kritiek. Volgens VN-chef Ban Ki-moon gaat het voorstel lang niet ver genoeg. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) spreekt van „een stap in de goede richting”, maar zegt ook: „Er moet nog veel meer gedaan worden.” Volgens het IEA is jaarlijks 400 miljard dollar nodig voor de overstap naar duurzame energie waarbij geen broeikasgassen vrijkomen.

De G8-landen volgen met hun voorstel het advies van klimaatwetenschappers die stellen dat een stijging van de gemiddelde temperatuur met meer dan twee graden onbekende, zeer ernstige gevolgen kan hebben voor de wereld.

Probleem is echter dat het klimaatsysteem op aarde veel te ingewikkeld is om te zeggen hoe hoog de concentratie van broeikasgassen mag worden om onder de tweegradengrens te blijven. Die onduidelijkheid komt ook tot uiting in het plan van de G8. Zo wordt niet vermeld welk jaar de landen zien als referentie voor de reductie met 80 procent. Beleidsmakers hanteren 1990 als ijkjaar. Dat wordt ook gebruikt in het Kyoto-protocol (uit 1997). Maar in klimaatplannen van de VS en in Japan duikt nu 2005 op als richtlijn. Daarmee wordt in feite vijftien jaar kooldioxide ‘weggepoetst’.

Het grootste struikelblok voor het G8-voorstel is de eis dat ontwikkelingslanden ook een forse bijdrage leveren. China, India, Brazilië, Zuid-Afrika en Mexico – de opkomende economieën (ook wel G5) die in het Kyoto-protocol nog tot de ontwikkelingslanden worden gerekend – produceren inmiddels veel CO2. Maar per hoofd van de bevolking dragen ze nog bescheiden bij aan de klimaatvervuiling. Daarom weigeren ze verplichtingen op zich te nemen.

Gisteravond zei de Mexicaanse president Calderón dat de G5 de in het Kyoto-protocol vastgelegde „gezamenlijke, maar verschillende verantwoordelijkheid” van rijke en arme landen erkennen. Maar dat de G5 eerst concrete stappen van de rijke landen verwachten, bijvoorbeeld een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 met 40 procent (ten opzichte van 1990). Ook eisen de ontwikkelingslanden dat de rijke landen fors bijdragen (tot 150 miljard dollar per jaar) aan de kosten voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering.

Met hun voorstel voeren de rijke landen de druk op China op. Maar door het vertrek uit L’Aquila van president Hu Jintao, in verband met de onrust in de provincie Xinjiang, wordt niet verwacht dat het overleg concrete resultaten zal opleveren. (AP, Reuters, AFP)

Arme landen: pagina 5

Fotoserie G8 op nrc.nl/foto. Meer over het klimaatdebat op nrc.nl/klimaat