'Hondurezen teleurgesteld in democratie'

Arm Honduras zal niet hetzelfde blijven na de coup van 28 juni. De linkse revolutie van de afgezette president Zelaya kan niet worden genegeerd. ‘Er moet iets gebeuren.’

Porfirio 'Pepe' Lobo Sosa (Foto AP) National Party candidate Porfirio Lobo raises his fist during a rally in Tegucigalpa, Honduras November 28, 2005. Lobo has refused to concede the election to the [Liberal Party's Manuel Zelaya, after the election tribunal proclaimed Zelaya the winner in Sunday's general elections. Lobo called supporters to the streets to defend the vote in what they call a fraud.]

In de straten van Tegucigalpa verschijnen ze elke dag weer. De supporters van de afgezette president Manuel Zelaya van Honduras. Met cowboyhoeden op, soms met zakdoeken voor de mond, de armen strijdbaar in de lucht, dramatische protestliederen zingend.

Het zijn vooral de armere Hondurezen die zich identificeren met de op 28 juni verwijderde president. De sloppenwijkbewoners, de landarbeiders, de keuterboeren. Ongewild heeft de staatsgreep de linkse politiek van Zelaya – ook al was die nog pril – in de schijnwerpers gezet.

In een land waar 70 procent van de mensen in armoede leeft en waar een omvangrijke socialistische- of arbeiderspartij ontbreekt, heeft Zelaya’s boodschap van sociale hervormingen een gevoelige snaar geraakt. De gevestigde politieke orde zal er niet om heen kunnen in de toekomst.

Van oudsher beheersen twee grote politieke partijen de Hondurese volksvertegenwoordiging. Het zijn de Liberale Partij, waar Zelaya uit voorkomt, en de Nationale Partij, de laatste wat conservatiever dan de eerste. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere linkse partijen.

Vóór de coup stonden er in november landelijke verkiezingen gepland, maar deze zullen nu mogelijk vervroegd worden. „Wat je zal zien, is dat zich binnen de grotere partijen verschillende stromingen gaan ontwikkelen, linkse en rechtse”, voorspelt Porfirio ‘Pepe’ Lobo Sosa, presidentskandidaat van de Nationale Partij. „Het leven in Honduras is door deze affaire voorgoed veranderd. En we zijn er met zijn allen verantwoordelijk voor geweest.”

Een van de directe binnenlandse gevolgen van de coup zal volgens Lobo te zien zijn wanneer de landelijke verkiezingen zijn afgerond. Het kan volgens Lobo niet anders dan dat Honduras een regering van nationale eenheid krijgt. „Waarin alle partijen zitten, alle ideologieën zijn vertegenwoordigd. De nieuwe regering zal bovendien de verschillende maatschappelijke belangengroepen moeten raadplegen.”

Lobo is van oorsprong een landbouwer, afkomstig uit hetzelfde departement, een soort provincie, als Zelaya, Olancho. In 2005 verloor hij tegen de verwachtingen in de strijd om het presidentschap van Zelaya. Maar dit jaar lijkt hij grote kans te maken als winnaar uit de bus te komen.

Want de staatsgreep komt volgens de supporters van de ex-president vooral uit de koker van Zelaya’s eigen Liberale Partij. Die wilde van hem af vanwege de linkse omslag die hij maakte in de tweede helft van zijn ambtstermijn – al was de directe aanleiding dat hij de grondwet verschillende keren zou hebben overtreden.

Onder meer had Zelaya geprobeerd een referendum door te drukken, een peiling of het volk overtuigd was van de noodzaak van een nieuwe grondwet. Het congres wees het plan af.

Lobo veroorzaakte binnen zijn eigen partij ophef toen hij opperde dat een volksraadpleging over een nieuwe grondwet helemaal niet zo’n gek idee was. Maar dan wel eentje, om kosten te besparen, in november, tegelijkertijd met de andere verkiezingen, en goedgekeurd door het parlement. Het zou dan niet om een peiling gaan, maar meteen om de vraag of er een nieuwe grondwet moest komen of niet.

„Als de meerderheid ‘ja’ had gezegd, dan had de nieuwe regering meteen aan de slag kunnen gaan. Een extra termijn voor een president zou bijvoorbeeld ook kunnen als hij na zijn eerste stopt, vier jaar wacht en zich daarna opnieuw kandidaat stelt.”

De tijden, zegt Lobo, veranderen, en het recht is niet statisch, maar evolueert. „De meeste Hondurezen zijn na 28 jaar teleurgesteld in democratie. 2 miljoen mensen leven van minder dan 1 dollar per dag. De economie doet het slecht, er is veel criminaliteit, de prijzen zijn hoog. Er moet iets gebeuren.”

    • Philip de Wit