Handel belangrijker voor Turkije dan Oeigoeren

Uit Turkije komt slechts aarzelende steun voor de Oeigoeren. De Turkse regering werkt vooral hard aan een goede handelsrelatie met China.

Vijf dagen na het eerste nieuws over de gewelddadige protesten van de Turkssprekende Oeigoeren in Xinjiang, gingen er vierduizend kilometer verderop wel sympathisanten de straat op om steun te betuigen aan hun bloedbroeders. Maar er stonden gisteren niet meer dan vijfhonderd Turken voor de Chinese ambassade in Ankara en een handvol voor het consulaat in Istanbul. Niet te vergelijken met de woede begin dit jaar in Turkije tijdens de Israëlische aanval op het Arabischsprekende Gaza.

De Turkse premier Erdogan veroordeelde gisteren wel „de barbaarse toestanden” in Xinjiang en riep op tot interventie van de Verenigde Naties. Maar hij liet in het midden wie de aanstichter was van de gewelddadigheden, de Chinese autoriteiten of de Oeigoeren. Eerder dit jaar voer dezelfde premier nog ondiplomatiek uit tegen de Israëlische president Peres in een debat over de oorlog in Gaza.

Hoewel Turkse kranten groot uitpakken met bloederige foto’s uit Xinjiang en een enkele columnist zich boos maakt over het uitblijven van massale steunbetuigingen, voert onverschilligheid de boventoon in Turkije. Ook al zijn de Turken en de Oeigoeren met elkaar verbonden door een geschiedenis van meer dan twaalfhonderd jaar. Ze zijn de nakomelingen van dezelfde Turkse stammen die zich vanaf de achtste eeuw te paard verspreidden vanuit Mongolië, naar China in het oosten, Eurazië in het westen. Die Turkse nomaden vochten eeuwenlang als huurlingen voor wie wilde betalen: Arabische kaliefen, de legers van Seltsjoeken, Mamelukken, Dzjengis Khan en Tamerlan. In het spoor van deze rooftochten zou je een halve maan kunnen zien: met Xinjiang in de oostelijke punt en Turkije in het westen, dezelfde halve maan die prijkt op de blauwe vlag van de Oeigoeren en de rode van de Turken.

In 2009 wordt die verwantschap slechts gekoesterd door een handvol extreemnationalisten in Turkije, te vinden op Facebook of op de website www.turkocagi.org.tr. Met de Grijze Wolf als symbool promoten de leden van de Türk Ocaklari (het Turkse hart) het Milli ülkü: het ‘nationaal ideaal’. De secretaris-generaal van die groepering, Nuri Gürgür, zegt dat hij bezorgd is over het lot van de Oeigoeren, „zoals we bezorgd zijn over het lot van het Turkse volk over de hele wereld”.

Negen jaar geleden verzette de nationalistische MHP, toen partij in een regeringscoalitie, zich nog hevig tegen een onderscheiding voor de Chinese president Jiang Zemin tijdens een staatsbezoek, wegens de onderdrukking van de Oeigoeren. Nu werkt de Turkse regering vooral hard aan een goede handelsrelatie met China, inmiddels meer dan 10 miljard euro waard. Twee jaar geleden werden voor het eerst Chinese raketten getoond op een Turkse militaire parade. Er zijn uitwisselingen tussen de militaire opleidingen in beide landen.

Met harde kritiek op de behandeling van de minderheden in China lopen de Turkse machthebbers het risico zelf onder vuur te komen. Toen premier Erdogan Israël aansprak op de oorlog in Gaza, wezen Israëlische generaals op de behandeling van de Koerden in het zuidoosten van Turkije.

„Uiteindelijk is Turkije veel meer gebaat bij een goede relatie met Peking, dan met de Oeigoeren”, zegt de schrijver Hugh Pope. Hij publiceerde drie jaar geleden het boek ‘Zonen van de Veroveraars’ waarin hij de banden tussen de Turkische volken onderzoekt. De slechte verkoop van het boek in Turkije ziet hij als graadmeter voor de onverschilligheid van veel Turken over hun geschiedenis in het oosten. „Dat is de vreemde paradox van het Turkse nationalisme. Met name de intellectuelen zijn meer geïnteresseerd in de band met Europa en snakken naar gelijkwaardigheid met het Westen. Het oosten heeft hun nog weinig te bieden.” Het oosten is het verleden, het westen de toekomst.