Grote beleggers kiezen informele weg

Grote institutionele beleggers vragen zich af of ze er wel wat mee opschieten om aandeelhoudersvergaderingen te bezoeken. De uitslag van stemmingen ligt toch vast.

Boze beleggers op Fortis-vergadering in Gent. (Foto Wouter Van Vooren) Algemene aandeelhoudersvergadering van Fortis AG in Flanders Expo, Gent. Een man vergelijkt Didier Reynders met een kikker. Vooren, Wouter Van

Van de grote aandeelhoudersvergaderingen hebben ze eigenlijk wel genoeg. De grote Nederlandse institutionele beleggers proberen ze trouw te bezoeken. Maar van een serieuze gedachtenwisseling is nauwelijks sprake op bijeenkomsten die zich uren voortslepen als de ene na de ander particuliere belegger het woord voert.

„De wetgever en de Hoge Raad gaan er nog steeds van uit dat de besluitvorming binnen de onderneming op de aandeelhoudersvergadering plaatsheeft na een vruchtbare gedachtenwisseling tussen bestuurders, commissarissen en aandeelhouders”, zegt Rients Abma, directeur van Eumedion, een vereniging van institutionele beleggers. Bij kleine ondernemingen, waar je met 20 tot 40 man in de zaal zit, kan dat heel goed. Maar bij de AEX-fondsen waar honderden mensen op af komen, kun je daar niet van spreken. Laat staan van de Fortis-bijeenkomsten dit jaar waar 4.000 man aanwezig waren.” Dat daar in Brussel ook met schoenen werd gegooid naar de bestuurstafel, laat hij nog maar even onvermeld.

„De vraag leeft wel degelijk of institutionele beleggers bij alle aandeelhoudervergaderingen aanwezig moeten zijn”, zegt Abma. Daar speelt ook bij mee dat de uitslag van de stemmingen vooraf vaak al vaststaat, omdat de buitenlandse beleggers hun stem tevoren hebben uitgebracht. Zij zijn gemiddeld goed voor 75 procent van het kapitaal.

Gisteren deed Eumedion, waarvan bijvoorbeeld de grote Nederlandse pensioenfondsen maar ook grote buitenlandse institutionele beleggers als Capital Management (grote belangen in KPN en Ahold) en Hermes (activistisch aandeelhouder bij ASMI) lid zijn, verslag van het afgelopen aandeelhoudersvergaderingenseizoen. Op alle vergaderingen werden slechts 11 voorstellen van de ongeveer 1.300 agendapunten van bedrijven afgestemd. Meest bekende voorbeeld daarbij is Shell, waar aandeelhouders zich uitspraken tegen het remuneratierapport over 2008 uit protest tegen toekenning van hoge bonussen aan bestuurders hoewel ze niet aan de criteria voldeden.

Informeel, in onderlinge ontmoetingen met het bestuur, kunnen de institutionele beleggers meer invloed uitoefenen. Op beloningsgebied lieten ze dat het afgelopen jaar al zien. Bedrijven als Heineken en Randstad haalden wijzigingen in het beloningssysteem al tevoren van de agenda, nadat institutionele beleggers voor de vergadering al hadden aangegeven dat ze er niet mee akkoord zouden gaan. Ze vonden het onacceptabel dat de vaste salarissen en bonussen van bestuurders fors omhoog zouden gaan, terwijl de aandeelhouders op de zelfde vergadering moesten instemmen met het uitblijven (Randstad) of verlagen (Heineken) van dividenduitkeringen. Abma: „Dat bedrijven hun programma’s intrekken, dat gebeurde drie of vier jaar geleden nog niet. De vraag is natuurlijk of beleggers niet gaan verslappen, als het straks weer beter gaat met bedrijven.”

De institutionele beleggers zouden graag gezamenlijk meer overleg voeren met bedrijven buiten de aandeelhoudersvergadering om. Niet alleen willen ze over onderwerpen rond goed ondernemingsbestuur praten, waar ze nu vaak gezamenlijk mee actief zijn, maar ook over de strategie en het beleid van het bestuur.

Maar ze vrezen dat ze aangeklaagd zullen worden voor samenspanning (acting in concert). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kan ze daarop aanpakken en ze ervan beschuldigen zo de koers samen te beïnvloeden en mogelijk te handelen met voorkennis. Als hun belang de 30 procent overstijgt, kunnen ze bovendien gedwongen worden om een bod op de onderneming uit te brengen.

„Wij willen graag voor het eind van het jaar meer duiding van de AFM en van het ministerie van Financiën wat we wel en niet mogen”, zegt Abma. Zijn achterban trekt zich de kritiek aan dat ze te weinig actief zouden zijn. „Het gekke is dat er twee stromingen zijn. De ene zegt dat aandeelhouders te veel op kortetermijnwinstbejag uit zijn en bestuurders te veel tot actie manen. De ander zegt dat institutionele beleggers zich juist te weinig betrokken voelen.” Volgens Abma kan het verwijt dan niet kloppen dat aandeelhouders bestuurders hebben aangezet tot onverantwoord gedrag.

Eumedion heeft de hoogleraren Erik van de Loo en Angelien Kemna gevraagd om de relaties tussen bestuurders en commissarissen en aandeelhouders te onderzoeken. „Wij hopen dat ze echt met een lijstje aanbevelingen komen als zij hun resultaten op 7 oktober op ons congres publiceren.”

Hoe moeilijk het is om de Eumedion-leden op één lijn te krijgen, illustreert Abma bij het onderwerp beloningen. Bij zeker 9 bedrijven komt het onderwerp volgend jaar op de agenda, heeft Eumedion geïnventariseerd.

Maar als hem gevraagd wordt of aan die bedrijven nu al verteld wordt wat grote aandeelhouders wel of niet acceptabel vinden, valt Abma stil. „We hebben nog even de tijd. Onze beloningscommissie denkt erover na”, zegt hij. Bijvoorbeeld of er een samenhang moet zijn tussen de koppeling van bestuurdersbeloningen aan rendement voor aandeelhouders. „Maar een koppeling met de langetermijnstrategie zal er moeten komen. Daar is wel consensus over.”