G8 wil regels voor huur van akkers van arme landen

Er moeten regels komen voor rijke landen die in de Derde Wereld landbouwgrond huren voor hun eigen voedselvoorziening. Dit is de G8, de groep van acht grote industrielanden, gisteren in het Italiaanse L’Aquila overeengekomen. Over een gezamenlijke strategie om het herstel van de wereldeconomie te bevorderen werden de presidenten en regeringsleiders het gisteren niet eens.

Rijke, voedselarme landen als Zuid-Korea of Saoedi-Arabië hebben sinds 2006 15 miljoen à 20 miljoen hectare landbouwgrond ontwikkelingslanden gehuurd om hun eigen voedselvoorziening veilig te stellen. Directeur-generaal Jacques Diouf van de VN-voedselorganisatie FAO noemde dit verschijnsel onlangs neo-koloniaal, omdat de belangen van de lokale bevolking worden achtergesteld. Aanleiding voor deze zogenoemde land grab was de angst voor een gebrek aan voedsel, toen de afgelopen jaren voedselprijzen explodeerden en grote producenten van granen als Argentinië, Oekraïne en de Filippijnen exportbeperkingen op voedsel invoerden.

De G8 constateert nog steeds een „groeiende trend” van internationale landbouwinvesteringen „inclusief de lease en aankoop van grond in ontwikkelingslanden”. Daarom wil de G8 met internationale organisaties komen met een voorstel voor „principes en goede praktijken” voor dergelijke investeringen.

Tegelijk wil de G8 investeringen stimuleren in de kleinschalige landbouw, in de ontwikkeling van goed functionerende, transparante markten in ontwikkelingslanden en in wetenschappelijke kennis voor een duurzame groei van de wereldwijde voedselproductie.

De uiteenlopende visies van de wereldleiders op de economische crisis, en wat daaraan te doen, belemmerden in L’Aquila op dat punt vooruitgang. In de praktijk is een internationale respons op de crisis daarmee doorgeschoven naar de G20 in september in Pittsburgh.

In een gezamenlijke verklaring zeiden de deelnemers van de G8 dat ze „diep bezorgd” zijn over het geweld na de presidentsverkiezingen in Iran. De acht landen blijven streven naar een diplomatieke oplossing voor het conflict over het nucleaire programma van het land, aldus de verklaring.