Dit is de 'hel' voor ouders

Jongeren moeten beter worden beschermd tegen (soft)drugs, stelde een commissie vorige week.

Ook ouders vragen steun.

„Onze zoon belde ons vaak midden in de nacht en zei dat hij ons kapot ging maken.” De zoon van Martin Sinke (62) is inmiddels 34 jaar oud en wordt in een kliniek geholpen. Daar ging een lijdensweg van meer dan vijftien jaar aan vooraf.

Uit het rapport van de commissie-Van de Donk dat vorige week uitkwam, bleek dat het Nederlandse gedoogbeleid moet worden herzien. Jongeren moeten beter worden beschermd tegen drugs, concludeerde de commissie.

Volgens het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) is het aantal jongeren onder de 20 jaar dat bij instellingen aanklopt wegens cannabisproblemen tussen 2002 en 2007 gestegen van 491 naar 1208. Het gaat hier om jongeren met serieuze drugsproblemen; ze hebben ten minste twee keer contact gehad met de verslavingszorg.

Ook de sociale omgeving lijdt onder softdrugs. Jongeren met cannabisproblemen proberen geld te stelen, liegen over hun verblijfplaatsen en spelen ouders tegen elkaar uit.

Sinke: „Ouders worden in die situatie aan hun lot overgelaten. Als je hulp wilt inschakelen, word je door instellingen weggestuurd met de boodschap dat het kind zelf moet aangeven hulp te willen. Terwijl een kind met een drugsverslaving zichzelf daarvoor niet snel zou opgeven.”

De zoon van Sinke begon met blowen rond zijn vijftiende. „Eerst is het om stoer te doen, mee te doen met een groepje. Daarna kwam schoolverzuim. Hij sliep tot één uur ’s middags uit en begon dan aan zijn nachtleven op straat.”

Omdat hij bijna nooit thuis was, hadden de ouders steeds minder zicht op hem. „Hij vermagerde en zag er bleek uit. Als we hem erop aanspraken, werd hij agressief”, vertelt Sinke. „Dan begon hij te schelden en te tieren. Hij is met mij op de vuist gegaan en met zijn opa. Er is heel wat servies in ons huis gesneuveld.”

Sinke vervolgt: „Op een gegeven moment liep hij met een schroevendraaier door het huis om ermee te dreigen en te steken. Hij zette ons onder druk om geld los te krijgen. Mijn vrouw is vergevingsgezind; ze wilde hem nog wel eens geld geven. Daar was ik heel erg op tegen. Zo kregen wij met zijn tweeën ook vaak ruzie.”

Sinke en zijn vrouw besloten hun zoon uit huis te zetten toen hij ongeveer 20 was. Hij ging wonen bij vrienden, eigenlijk zijn dealers. „Er gingen periodes voorbij dat we helemaal geen contact hadden. Een half jaar, soms zelfs een jaar. En dan kwamen wij hem ineens tegen op straat tijdens het winkelen. Dat is vreselijk pijnlijk. We maakten een kort praatje, hooguit een paar minuten. Hij zei dan dat het prima ging, dat hij in een caravan ergens in de buurt woonde. Daarna scheidden onze wegen zich weer. In die periode belde hij vaak ’s nachts dat hij ons kapot ging maken. Het is een hel voor ouders.”

Uiteindelijk heeft Sinke toch hulp gekregen. „Toen mijn zoon op zijn 30ste voor de derde keer in de gevangenis zat, belde hij op dat hij het niet meer aankon. Twee jaar geleden kon hij eindelijk hulp krijgen. Het lijkt nu goed te gaan. Hij zegt dat hij graag had gewild dat wij hem eerder tot hulp hadden gedwongen.”

In Nederland bestaat geen gedwongen opname bij verslaving. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst bepaalt dat voor kinderen tot 16 jaar zowel de ouders als zij zelf moeten instemmen met behandeling.

Vanaf zijn 16de moet alleen het kind aangeven hulp te willen. Slechts in extreme gevallen kan iemand onder dwang worden opgenomen. GGZ Nederland, de koepel van instellingen voor verslavings- en geestelijke gezondheidszorg, kent weinig meldingen over ouders die meer invloed willen.

De zorg voor de omgeving van kinderen met drugsproblemen wordt beter, zegt Jeanette Ooink van hulpverlener Tactus Verslavingszorg. „Ouders denken vaak dat klinieken alleen voor de verslaafden zelf zijn. Maar de laatste jaren wordt de omgeving van de verslaafde er meer bij betrokken, omdat de behandeling anders niet werkt.” Zo worden praatgroepen aangeboden, en zelfhulpcursussen onder leiding van een groepsleider, vaak een ex-verslaafde. „Kinderen met drugsproblemen zijn nog een taboe. Terwijl het voor ouders en partners juist goed is om erover te praten. Ze zoeken herkenning en begrip en kunnen ervaringen van anderen goed gebruiken.”

In organisaties als Moedige Moeders en de Landelijke Stichting Ouders en Verwanten van Druggebruikers (LSOVD) vinden ouders steun bij elkaar.

LSOVD-voorzitter Marjolijn Hazebroek: „We zijn geen klaagzanggroep, maar proberen met groepsgesprekken voor ouders onder leiding van een psychotherapeut aan oplossingen te werken.” Belangrijke lessen zijn: vooraf duidelijke regels stellen en durf ‘nee’ te zeggen als je kind geld wil hebben.