Bezeten roffels bij Mars Volta

Pop The Mars Volta. Gehoord: 8/7 Paradiso, Amsterdam.****

De evolutie is nog niet voltooid. Ook niet in de rockmuziek. De Amerikaanse band The Mars Volta heeft de liedvorm wel al verder ontwikkeld dan de gemiddelde rockband: hier geen patroon van couplet-refrein-couplet, maar een mozaïek van muzikale motiefjes, barokke wendingen en bizarre uitschieters. ‘Progrock’ wordt hun muziek genoemd, naar de stijl van groepen als King Crimson en Pink Floyd, uit de jaren zeventig, maar The Mars Volta geeft, mede dankzij de bezeten duivelszang van zanger Cedric Bixler-Zavala, een angstaanjagende slinger aan die studieuze term.

Verrassend genoeg blijken de Amerikaanse Mexicanen, die ook wel eens in het Spaans of Latijn zingen en zich in hun vrije tijd met occulte zaken inlaten, ook in staat een toegankelijke rockplaat als het pas verschenen Octahedron te maken. Op die vijfde cd vloeien de brokstukken samen tot een nieuw soort rocksongs: verhalender, lyrischer, maar het gros weet toch een beknopte emotie over te brengen.

Gisteravond mocht het wat minder beknopt. Tijdens een onvermoeibare show voor een uitverkocht Paradiso in Amsterdam, deed Bixler-Zavala met imposante haardos en soepele handstand in viriliteit niet onder voor wijlen Jim Morrison. Gitarist Omar Rodriguez-López speelde eindeloze gitaardroedels, gekleurd door het wah-wahpedaal. Broer Marcel soleerde op de sambabal of elektrische marimba. Maar juist als hun wegen te onnavolgbaar werden, volgde er een dwingende roffel van de nieuwe drummer Thomas Pridgen, die meer ritmes tegelijk leek voort te brengen. Middenin het optreden zaten een paar nummers aan elkaar geplakt tot een adembenemend geheel van solo’s en drumbreaks, van gas geven en terugnemen, van minutenlange instrumentale uitwijdingen en plotselinge donderslagen. Een concert van The Mars Volta is een reis door de verbeelding.