Bestraf ontkenners Holocaust

In andere Europese landen is ontkenning van genocide strafbaar gesteld. Laat Nederland zich hierbij aansluiten, betoogt Joël Voordewind. Bied de rechter een goed handvat.

Nog geen half jaar geleden ontstond grote commotie rondom de katholieke bisschop Williamson toen deze het bestaan van de Holocaust in twijfel trok. De hele wereld stond op haar achterste benen omdat nota bene een geestelijke een van de meeste gruwelijke gebeurtenissen uit onze geschiedenis in twijfel kon trekken. En terecht. Ontkenningen van dit soort misdrijven staan nooit op zichzelf, maar in het teken van discriminatie van bevolkingsgroepen vanwege hun geloof of hun ras.

Des te verbazingwekkender was het dat VVD-fractieleider Mark Rutte kort daarop ruimte leek te bieden voor ontkenning van de massamoord op de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Volgens Rutte moet de vrijheid van meningsuiting die ruimte bieden. Maar hij vergat dat Holocaustontkenningen zelden los verkrijgbaar zijn. De geur van discriminatie hangt eromheen.

Het is tijd om een duidelijke norm te stellen. Daartoe heb ik vandaag een wetsvoorstel ingediend dat een krachtig signaal doet uitgaan: het ontkennen, of op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van een volkerenmoord (negationisme) is een strafwaardige vorm van discriminatie.

In veel Europese landen is negationisme al strafbaar gesteld. Duitsland kent een wet die het verspreiden van de ‘Auschwitzlüge’ strafbaar stelt. Ook in Frankrijk, België en Zwitserland bestaat soortgelijke wetgeving.

Het is vooral de combinatie van het publiekelijk verdraaien van de feiten, met als doel het beledigen of aanzetten tot haat dat negationistische uitingen tot een ernstig feit maakt. Voor slachtoffers en nabestaanden zijn deze uitingen onverteerbaar en een directe schoffering van het leed wat hun is aangedaan. Onwetendheid is erg. Maar opzettelijke verdraaiing van feiten, van het kwaad dat is aangedaan, is in feite een nieuwe aanslag, een trap na. Gezien het feit dat dit nog veel voorkomt, bijvoorbeeld de ontkenning van de Holocaust op internet, is er alle aanleiding om dit in het Wetboek van strafrecht op te nemen.

De voorbeelden van ontkenning of bagatellisering zijn bekend. Al vrijwel direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog verschenen berichten waarin de grootschalige vervolging van Joden door nazi-Duitsland werd ontkend of gerelativeerd. Deze geluiden zijn tot op de dag van vandaag te horen. Ook ten aanzien van andere ernstige gebeurtenissen komen dergelijke ontkenningen of bagatelliserende uitingen voor, zoals de Armeense genocide in 1915. Juist de gedeeltelijk geslaagde ontkenning van de Armeense genocide inspireerde nazi-Duitsland tot de Holocaust.

Diezelfde Holocaust heeft een diep besef gebracht in de westerse wereld, hoe gevaarlijk het is de eigen geschiedenis te willen ontlopen. Dat mag nooit gebeuren. In het belang van slachtoffers en van daders. Dit besef klonk door na de beëindiging van de apartheid. De instelling van de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika heeft laten zien dat het erkennen van misdaden uit het verleden de enige manier is om tot verzoening en afsluiting van het verleden te komen.

Ik realiseer me dat er tegenwerpingen bij dit voorstel mogelijk zijn. Natuurlijk, negationisme is verwerpelijk, maar is expliciete strafbaarstelling noodzakelijk? Moeten we deze uitlatingen niet vooral in het debat bestrijden? Het debat moet gevoerd worden, op scholen moet de geschiedenis verteld worden, universiteiten moeten vrij wetenschappelijk historisch onderzoek kunnen doen. Dat waarborgt dit wetsvoorstel ook.

Cruciaal daarin is echter de vraag vanuit welke motieven vraagtekens bij bepaalde gebeurtenissen worden gezet. De context waarin een bepaalde uitlating wordt gedaan is dan van belang. Een publicatie, hoe wetenschappelijk ogend ook, op een site van neonazi’s zal bijvoorbeeld niet snel onder de wetenschappelijke uitzondering kunnen vallen.

De expliciete strafbaarstelling is een signaal naar negationisten dat wij dit niet accepteren. Dat moet voor iedereen inwoner en nieuwkomer klip en klaar zijn. De kracht van een dergelijk signaal moeten we niet onderschatten. Het geeft de rechter een duidelijk toetsingskader bij een eventueel proces.

Ook een tolerante samenleving kan niet buiten regels. Regels die voorkomen dat nabestaanden en slachtoffers van volkerenmoord opnieuw doelwit worden van discriminatie en haat. Daar is debat en onderwijs voor nodig. Maar ook strafrecht dat een handvat biedt aan rechters om negationisme aan te pakken. Dat zal een basis bieden om discriminatie tegen te gaan, ook op internet.

Joël Voordewind is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie.

    • Joël Voordewind