'Als het niet bevalt heet 't markt'

Minister Klink en staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid willen geen avonturen meer in de gezondheidszorg. „Jet, wat verstaan wij onder cowboys in de zorg?”

Klink (CDA, links) en Bussemaker (PvdA). (Foto Roel Rozenburg) Den Haag : 8 juli 2009 minister Klink en staatssecr. Bussemaker. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Ziekenhuizen mogen winst aan kapitaalverschaffers gaan uitkeren. Maar deze aandeelhouders mogen geen zeggenschap krijgen in het ziekenhuis. De macht van aandeelhouders in de thuiszorg wordt ook ingeperkt. De langverwachte brief die minister Klink (Volksgezondheid, CDA) en staatssecretaris Bussemaker (PvdA) vandaag naar de Kamer stuurden is volgens hen „beslist geen compromis”.

U wilt het maatschappelijk belang van zorginstellingen veiligstellen. Is de overheid te ver doorgeschoten met de marktwerking?

Klink: „Nee, maar bij de IJsselmeerziekenhuizen is wel gebleken dat de overheid onvoldoende de bereikbaarheid van zorg kan garanderen. Daarom willen wij een waarschuwingssysteem dat instellingen met cruciale functies, zoals spoedeisende hulp, verplicht problemen te melden. Wij willen zo het verzoek om staatssteun voor zijn. Bij Meavita kwam een ander probleem aan het licht: dat er zulke grote instellingen zijn waarbij geen sprake meer is van risicospreiding maar van risicoconcentratie. Als zo’n instelling omvalt, komt de hele regio zonder zorg.”

Is dat niet het bewijs dat de marktwerking uit de hand is gelopen?

Bussemaker: „Bij Meavita en Philadelphia hadden we te maken met bestuurders die denken dat fuseren goed is zonder de meerwaarde aan te geven. Philadelphia dacht dat als je maar groeit, dat altijd de kwaliteit van de zorg ten goede komt. Samenwerken is vaak veel beter. Men denkt dat marktwerking samenwerken belemmert, maar er is veel meer mogelijk dan men denkt. Marktwerking wordt ook vaak als een excuus gebruikt. Sterker nog: alles wat niet bevalt schaart men onder marktwerking en zo wordt het een vuilnisbak voor alles wat mensen niet bevalt.”

De thuiszorg is een zooitje.

Bussemaker: „Daar hebben cowboys te veel de overhand gekregen.”

Wie zijn die cowboys?

Klink: „Jet, wie noemen wij cowboys?” Bussemaker: „Dat zijn thuiszorgondernemers die slechte zorg verlenen, maar wel winst in eigen zak steken. Zoals Uenzo in Rotterdam, dat persoonsgebonden budgetten van patiënten op buitenlandse rekeningen zette.”

Klink: „Als we hebben vastgesteld welke functies van ziekenhuizen vitaal zijn, moeten deze het melden wanneer zij in problemen raken. Dan moeten zij een herstelplan maken of ze krijgen te maken met een bewindvoerder.” Bussemaker: „Bestuurders die niet tijdig aan de bel trekken, kunnen persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de schade.”

Welke bestuurders zouden dan de klos zijn geweest?

Bussemaker: „Mijn voorgangster kon de bestuurder van Hestia nog niet aansprakelijk stellen voor de miljoenenverliezen van het Arnhemse verpleeghuis. Dat is heel frustrerend. De overheid kon nooit een voorbeeld stellen door slecht gedrag te straffen.”

Hoe gaat u de rol van raden van toezicht verbeteren?

Klink: „Instellingen moeten belanghebbenden zoals de lokale bevolking, gemeenten en cliënten betrekken bij beslissingen. Op een jaarlijkse verantwoordingsdag bijvoorbeeld.”

Bussemaker: „In de langdurige zorg, zoals verpleeghuizen, krijgen cliëntenorganisaties het enquêterecht en bij fusies instemmingsrecht. Eén lid van de raad van bestuur en raad van toezicht wordt verantwoordelijk gemaakt voor de kwaliteit van zorg.”

U wilt geen commerciële ondernemingen, maar staat ziekenhuizen wel winstuitkeringen toe. Wat betekent dat voor kapitaalverschaffers?

Klink: „Nu mogen investeerders in ziekenhuizen geen winst uitgekeerd krijgen. Dat mag wel in de huisartsenzorg en de thuiszorg. Wij willen dat gelijktrekken. Straks mogen zorginstellingen, ouderenzorg uitgezonderd, winst uitkeren, maar de aandeelhouders krijgen geen zeggenschap over fusies en grote investeringen. Dat is echt anders dan bij een commerciële onderneming. Over die besluiten gaan alleen de onafhankelijke raden van bestuur en toezicht.”

Wat betekent dat voor private investeerders als Winter en Erbudak van IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaartziekenhuis?

Klink: „Dat aan hen straks onder strikte voorwaarden winst mag worden uitgekeerd. Als Winter en Erbudak van hun ziekenhuizen straks een maatschappelijke onderneming maken, kunnen zij niet meer lid zijn van de raad van bestuur of toezicht. Dan zullen ze echt moeten kiezen.”

Veel instellingen zitten in geldnood. Uw voorganger Hoogervorst beloofde ongeclausuleerde winstuitkeringen aan investeerders vanaf 2012. Zullen investeerders de zorg nog wel aantrekkelijk vinden?

Klink: „Ja want de zorg is een gegarandeerde groeimarkt. Ik wil langetermijninvesteerders, zoals pensioenfondsen. Nu zijn ziekenhuizen afhankelijk van banken. De rente die ziekenhuizen nu kwijt zijn aan banken, vloeit ook weg uit de zorg.”

Maar de koepel van ziekenhuizen wil helemaal geen maatschappelijke ondernemingen.

Klink: „Wij stellen een andere maatschappelijke onderneming voor dan de rechtsvorm die zij afwezen. Nu kunnen er wél resultaatafhankelijke inkomsten worden afgedragen. Maar er zullen zeker ziekenhuizen zijn die commerciële ondernemingen willen worden en dat kan niet.”

Waarom mogen, tegen de wens van de Kamer in, verzekeraars eigenaar van ziekenhuizen worden?

Klink: „Een wettelijk verbod is niet nodig en mag ook niet van Brussel. De bestaande toezichtsinstrumenten zijn voldoende.”

    • Antoinette Reerink
    • Frits Baltesen