Akkoord G8 over klimaatbeleid

De temperatuur op aarde mag niet meer stijgen dan twee graden Celsius ten opzichte van de gemiddelde temperatuur aan het begin van de industriële revolutie. Daarover zijn de leiders van de G8, de rijke landen die bijeen zijn in het Italiaanse L’Aquila, het gisteravond eens geworden. Om dit te bereiken willen de landen hun uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde, in 2050 met 80 procent verminderen.

Volgens de Britse premier Gordon Brown is hiermee „de basis gelegd voor een ambitieus, eerlijk en effectief akkoord in Kopenhagen”, waar de wereld het aan het eind van het jaar eens moet worden over een nieuw klimaatakkoord. De Duitse bondskanselier Angela Merkel sprak van „een duidelijke vooruitgang”.

Critici vinden de toezeggingen niet ver genoeg gaan. Zo is onduidelijk welk jaar als referentie wordt gekozen voor de vermindering van 80 procent. Het in 1997 gesloten Kyoto-protocol hanteert 1990 als ijkjaar, maar het Amerikaanse Congres onderhandelt op dit moment over een klimaatwet waarin 2005 wordt gebruikt – waarmee ze vijftien jaar kooldioxide ‘wegpoetsen’.

Verder eisen de rijke landen van de ontwikkelingslanden een vermindering van de uitstoot met 50 procent. China, India, Brazilië en enkele andere opkomende economieën produceren als land weliswaar veel CO2, maar dragen per hoofd van de bevolking nog steeds bescheiden bij aan de klimaatvervuiling. Daarom willen ze geen verplichtingen op zich nemen. Bovendien eisen ze dat de rijke landen fors bijdragen (tot 150 miljard dollar per jaar) aan fondsen om aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering te betalen.

De landen van de G8 hebben gisteren ook gesproken over de financiële situatie. Hoewel ze kleine tekenen van herstel zien, blijft de situatie „onstabiel”. Morgen zullen ze hierover en ook over klimaatverandering verder praten.

Volg de klimaatonderhandelingen op weg naar Kopenhagen via nrc.nl/klimaat