Aanslagen in Irak eisen ruim 50 levens

Bij aanslagen in Irak zijn gisteren en vandaag ruim vijftig mensen om het leven gekomen. Het bloedigst was een dubbele zelfmoordaanslag in de noordelijke stad Tal Afar, waarbij vanochtend 34 doden vielen.

Het geweld in Irak is in vergelijking met 2006 en 2007 aanzienlijk teruggebracht, maar handhaaft zich op een niveau van 200 tot 400 doden per maand. De slachtoffers zijn in overgrote meerderheid shi’ieten en de daders naar algemeen wordt aangenomen in hoofdzaak sunnitische extremisten die een nieuwe ronde burgeroorlog willen provoceren. Per 1 juli hebben alle Amerikaanse gevechtstroepen zich uit de steden teruggetrokken, maar dat heeft wat betreft de hoeveelheid geweld nog geen verschil gemaakt.

De daders in Tal Afar lieten zich kort na elkaar ontploffen bij de woning van twee broers die voor de antiterreurpolitie werkten. Het was niet meteen duidelijk of zij onder de slachtoffers waren.

In Bagdad vielen eveneens vanochtend 7 doden en 25 gewonden bij twee achtereenvolgende bomexplosies in de shi’itische volkswijk Sadr City. De bom was verborgen onder een berg afval op een populaire markt.

Gisteren werden 14 mensen gedood en 33 gewond bij twee aanslagen in shi’itische dorpen vlakbij de noordelijke stad Mosul. Mosul, waar Arabieren, Koerden, christenen en andere minderheden wonen, is de gewelddadigste stad van Irak. De sunnitische extremisten van Al-Qaeda-in-Irak zijn er nog ruim vertegenwoordigd, evenals aanhangers van het afgezette Ba’athregime. Bovendien lopen in Mosul de spanningen op tussen de Arabische minderheid en de Koerdische minderheid sinds Arabische partijen er na de provinciale verkiezingen van februari de macht overnamen van de Koerden. (Reuters, AP, AFP)