2010 wordt iets beter jaar voor wereldeconomie

Volgend jaar verbetert de wereldeconomie, verwacht het IMF. Maar de rooskleuriger vooruitzichten zijn meer een zaak van techniek dan van reële economie.

Terwijl consumenten de hevigheid van de economische recessie nu pas beginnen te voelen, lijkt de onderliggende trend in de wereldeconomie iets te verbeteren. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) publiceerde gisteren een tussentijdse bijstelling van zijn groeiramingen, waaruit blijkt dat 2010 minder ongunstig wordt ingeschat. De wereldeconomie groei dan niet met een eerder verwachte 1,9 procent, maar met 2,5 procent. Daartegenover staat overigens dat het lopende jaar iets slechter is dan eerder gedacht: een krimp van 1,4 procent, in plaats van 1,3 procent voor de wereldeconomie.

Een belangrijk verschil met de eerdere ramingen zit hem vooral in de tweede helft van dit jaar, waarin een wat sneller herstel wordt gezien. Deze betere cijfers hebben een overloopeffect naar 2010, dat er zo beter uit komt te zien. Het grotere optimisme is vooral afkomstig van betere groeiprojecties voor de Verenigde Staten en voor Japan. Voor de landen van de eurozone is er weinig veranderd.

Het maken van ramingen voor de wereldeconomie is onder normale omstandigheden al zeer lastig, maar tijdens de hevigste recessie sinds de jaren dertig vrijwel onmogelijk. Concreter is dan ook de update van het zogenoemde Global Financial Stability Report, dat het IMF gisteren eveneens publiceerde.

In dit rapport, waarin de toestand van de internationale financiële sector wordt bijgehouden, concludeert het IMF dat de omstandigheden in het financiële systeem zijn verbeterd ten opzichte van drie maanden geleden. De onderlinge rentes die banken elkaar rekenen zijn gedaald, hetgeen een teken is van een terugkeer van vertrouwen. En de securitisatie van leningen – het bundelen en op de markt brengen van bankkredieten – komt weer op gang.

Het IMF tekent daarbij wel aan dat de verbetering plaatsvindt dankzij de massale steun die de autoriteiten aan de banksector verlenen, met als laatste paardemiddel de lening van ruim 440 miljard euro die Europese banken vorige week nog kregen van de Europese Centrale Bank. En, niet in de laatste plaats, wordt het wegebben van de instabiliteit in de private financiële sector gevolgd door een mogelijke nieuwe destabiliserende factor: de enorme schulden die overheden maken om de banksector te steunen en de economie te stimuleren.

Op de financiële markten zelf wisselt de overtuiging over het tempo en de timing van een economisch herstel op dit moment ongeveer met de week. Die verdeeldheid bleek ook te heersen op de bijeenkomst van de presidenten en regeringleiders van de groep van acht belangrijkste landen voor de wereldeconomie in het Italiaanse l’Aquila. Die liet de toestand van de wereldeconomie gisteren goeddeels links liggen, temeer omdat er grote verschillen van mening zijn over de diagnose van de recessie en het te voeren beleid.

Terwijl de Verenigde Staten verdere stimuleringsmaatregelen niet uitsloten, drong Duitsland bij monde van bondskanselier Merkel aan op het formuleren van een exitstrategie voor overheden. Ook een van de meer aansprekende onderwerpen, de uiteindelijke vervanging van de dominantie van de Amerikaanse dollar in de wereldeconomie, kwam niet ter sprake. De Chinese premier Hu Jintao keerde voortijdig terug naar eigen land, waarna dit voor China gevoelige punt definitief van de agenda van de G8 werd geschrapt.

Marc van Heel, de Nederlandse directeur van de obligatiebeleggingsreus Pimco, zei dinsdag te verwachten dat de kredietverlening door banken en via de financiële markten helemaal niet zo goed op gang komt als gedacht. De grote overheidsbemoeienis met de economie leidt volgens Pimco tot een gebrekkig economisch herstel, dat zich zal kenmerken door een L-vorm: een langdurige periode van ondermaatse economische groei. Het fonds is dan ook defensief belegd, en dat zal voorlopig zo blijven.

Voor een meer samenhangende aanpak van de wereldwijde recessie zal intussen moeten worden gewacht tot het najaar. Dan vergadert de G20, die anders dan de G8 bestaat uit een breder palet van landen die belangrijk zijn voor de wereldeconomie, in de Amerikaanse stad Pittsburgh. De maand daarop vindt de jaarvergadering plaats van het IMF in Istanbul, waar eventuele nieuwe beleidsvoornemens geconcretiseerd kunnen worden. Dan ook komt de volgende versie van de World Economic Outlook van het IMF, die tegen die tijd een betrouwbaarder antwoord kan geven op de vraag of er herstel van de wereldeconomie plaatsvindt en, belangrijker nog, of de gevreesde L-vorm kan worden vermeden.

    • Maarten Schinkel