VS wil speculatie op olieproducten beperken

De belangrijkste Amerikaanse toezichthouder op de handel in grondstoffen, de Commodity Futures Trading Commission (CFTC), wil strenger optreden tegen de mogelijke invloed van speculatieve beleggers op de termijnhandel in olieproducten. „We zullen op agressieve wijze al ons invloed gebruiken om een faire, open en efficiënte marktwerking te verzekeren”, zei Gary Gensler, de nieuwe voorzitter van de CFTC, gisteren.

De Amerikaanse beurswaakhond wil in de loop van juli en augustus een aantal hoorzittingen houden met vertegenwoordigers van consumenten- en bedrijfsorganisaties. Tijdens die sessies zal nagegaan worden hoe de invloed van speculatieve beleggers, zoals hedgefondsen en investeringsbanken, verder kan ingeperkt worden. Er wordt ondermeer gedacht aan het opleggen van een bovengrens voor de hoeveelheid geld die één individuele handelaar in één bepaalde grondstof kan investeren.

Het initiatief van de CFTC komt nadat een medewerker van één van de grootste handelaars in olie, PVM Oil Associates, afgelopen week de prijs van een vat ruwe Brent opdreef tot 73,50 dollar – de hoogste piek dit jaar – door zonder toelating massale beursorders te plaatsen. Dit zadelde PVM in één uur op met een verlies van 10 miljoen dollar (7 miljoen euro). Gisteren viel de prijs voor een vat ruwe Brent op de Londense termijnmarkt alweer terug tot 62,85 dollar, een daling met bijna 15 procent in een week tijd.

In een opiniebijdrage in The Wall Street Journal deden de Franse president Nicolas Sarkozy en de Britse premier Gordon Brown een oproep om de „gevaarlijk volatiele” olieprijs die „het vertrouwen in een economisch herstel ondermijnt” beter in bedwang te houden. Door de recessie in Europa en de VS zijn de prijzen voor ruwe olie, na een piek van 145 dollar in de zomer van 2008, begin dit jaar in elkaar gestort tot circa 34 dollar. Sinds enkele maanden is de grondstof weer aan een opmars bezig op de Londense en Amerikaanse termijnmarkten.

Een deel van de handel op de termijnmarkt wordt veroorzaakt door olieconcerns, energie- en luchtvaartbedrijven die zich met zogeheten futures of termijnorders indekken tegen al te heftige prijsschommelingen. Een ander deel door financiële beleggers die zich op die manier proberen in te dekken tegen inflatie en de zwakke dollar. Speculanten zorgen voor de nodige liquiditeit in de markt.