Verdeeldheid in Iran reikt tot de ayatollahs

Niet alleen demonstranten, ook invloedrijke Iraanse geestelijken zijn het oneens met de manier waarop president Ahmadinejad is herkozen.

Groot-ayatollah Abdollah Javadi Amoli gaat voor in het vrijdaggebed in de shi’itische heilige stad Qom. Foto AP In this photo taken April, 27, 2009, Ayatollah Abdollah Javadi Amoli, a top cleric, leads noon prayer in Qom 120kms (72 miles) south of Tehran, Iran. A 2005 claim by Mahmoud Ahmadinejad that a "light" surrounded him during a U.N. speech has provoked great controvery just days before Friday's crucial election, with reformist rivals accusing the hard-line president of being superstitious. Ahmadinejad had claimed he felt a light around him when he addressed the U.N. General Assembly in 2005 and that world leaders in the audience were unblinkingly focused upon him. The latest controversy was prompted after Ahmadinejad denied having made such a claim during a debate Saturday. Since Saturday, the film showing Ahmadinejad making the claim during a meeting with Ayatollah Abdollah Javadi Amoli, a top cleric in the holy city of Qom, is being distributed in great numbers through e-mail and CDs.(AP Photo/Hasan Sarbakhshian) AP

Al meer dan twee weken hebben erin Iran geen grote straatprotesten tegen de betwiste verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad meer plaatsgehad, maar achter de schermen is de politieke strijd nog in volle gang. Met name de geestelijken zijn op het bot verdeeld.

Sinds Iran na de revolutie van 1979 een islamitische republiek werd, met een shi’itische geestelijke aan het roer, vormt religie de richtlijn van wetgeving en politieke beslissingen. Verdeeldheid over de uitvoering is er altijd geweest, maar de controversiële verkiezingsoverwinning van de harde conservatief Ahmadinejad – zelf geen geestelijke – heeft de kloof binnen de geestelijkheid vergroot.

Invloedrijke groot-ayatollahs weigeren Ahmadinejads verkiezing te erkennen en protesteren tegen het gebruik van geweld door de overheid tegen demonstranten. Facties van geestelijken vinden dat klachten over de verkiezingsuitslag gehoord dienen te worden. Op de achtergrond speelt dat veel geestelijken Ahmadinejad en zijn aanhangers ervan verdenken hun invloed te willen beperken.

De kritiek richt zich voor een groot deel op de Raad van de Hoeders van de Grondwet, die vorige week de overwinning van Ahmadinejad officieel goedkeurde. Deze raad ziet toe op het islamitisch gehalte van wetten en wetgevers. Maar volgens de zeer invloedrijke groot-ayatollah Abdollah Javadi Amoli, vrijdaggebedleider in Qom, en anderen zijn de Hoeders partijdig.

„Scheiding der machten heeft haar wortels in rede en logica”, zei Amoli twee weken geleden in een vrijdagpreek in Qom, het centrum van de geestelijkheid. „De uitvoerder van de wet is zelf tegelijk verantwoordelijk voor de verificatie ervan. Dat is een probleem.”

Grootayatollah Amoli is tevens een mojtahed, dat wil zeggen dat hij islamitisch recht mag interpreteren. Hij heeft Ahmadinejad nog niet gefeliciteerd met zijn verkiezingszege, iets wat geestelijken met posities binnen het politieke systeem wel hebben gedaan.

Iran telt twintig groot-ayatollahs, die gelden als ‘bron van nabootsing’ en invloed uitoefenen over soms miljoenen volgelingen. Dezen zijn verplicht om geld naar de groot-ayatollah die ze volgen over te maken en de door hem opgestelde leefregels te volgen (al gebeurt dit in praktijk vaak niet).

De groot-ayatollahs houden zich meestal ver van de dagelijkse politiek. Maar verscheidene van hen hebben de afgelopen weken kritiek geuit op de regering en om aandacht gevraagd voor de klachten van de demonstranten.

Groot-ayatollah Asadollah Bayat Zanjani heeft twee fatwa’s, religieuze decreten, uitgegeven die lijnrecht ingaan tegen de staatslijn dat alle protesten illegaal zijn. Toen een politieagent hem om zijn religieuze opinie vroeg of hij demonstranten mocht slaan, antwoordde Bayat Zanjani dat dit onacceptabel is.

„Als dit een order is, weiger dan en aanvaard straf in plaats van onschuldigen te slaan”, schreef de groot-ayatollah op zijn website. Een andere vraag, of de demonstraties die door de opperste leider als illegaal zijn bestempeld, onislamitisch zijn, antwoordde Bayat Zanjani dat de bijeenkomsten het recht van het volk zijn. „Ze willen hun ongenoegen uiten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken dient toestemming voor deze bijeenkomsten af te geven.”

Ook sommige geestelijken die zich wel met politiek bezig houden, hebben kritiek geleverd op de beslissingen die hun leiders hebben genomen.

„Het is oneerlijk om herhaaldelijke beschuldigingen te uiten tegen een politieke groep”, zei deze week Ahmad Salak, nota bene een invloedrijk lid van de Militante Geestelijken, een zeer conservatieve politieke factie. „De regering van Ahmadinejad vertegenwoordigt niet alle 70 miljoen Iraniërs”, verklaarde Reza Akrami, een parlementslid voor dezelfde factie.

Veel geestelijken voelen zich bedreigd door de plannen van Ahmadinejads groep. Na meer dan 30 jaar aan de macht te zijn geweest hebben velen machtige posities gekregen met toegang tot staatsfondsen. Ahmadinejad, die een tweede generatie van Iraanse politici na de revolutie van 1979 vertegenwoordigt, zoekt geregeld de aandacht met aanklachten tegen „economisch gecorrumpeerden”. In een televisiedebat twee weken voor de verkiezingen, noemde hij de namen van enkele invloedrijke geestelijken en zei hij dat hun kinderen corrupt waren.

Volgens aanhoudende geruchten is ayatollah Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, een belangrijke medestander van de huidige oppositieleider Mir Hossein Mousavi, bezig om een coalitie van geestelijken te vormen. Rafsanjani is de secretaris van de Assemblee van Experts, die de macht heeft om de Opperste Leider af te zetten. Het is echter de vraag hoe invloedrijk deze raad nog is. De macht van de opperste leider is enorm toegenomen sinds hij duidelijk heeft gemaakt Ahmadinejad en zijn aanhangers te steunen en bereid te zijn de Revolutionaire Garde de straat op te sturen tegen demonstranten.

Er zijn tegelijkertijd ook talloze geestelijken die Khamenei en Ahmadinejad wel steunen. Net zoals de politieke aanhangers van de president, zitten deze geestelijken vaak op machtige posities – in tegenstelling tot de meeste van hun tegenstanders. De invloedrijkste is de ultraconservatieve ayatollah Ahmad Jannati, die leiding geeft aan de Raad van de Hoeders van de Grondwet en tevens een van de vrijdaggebedleiders in Teheran. Hij heeft Ahmadinejad publiekelijk gesteund.

Khamenei en Jannati hebben gedecreteerd dat het dossier van de verkiezingen is gesloten. Maar de kritiek vanuit de geestelijkheid verstomt niet. Ayatollah Hossein Mousavi Tabrizi, een tegenstander van Ahmadinejad, vindt dat er geen probleem is met demonstraties omdat de grondwet daar niet tegen is, ook al hebben de opperste leider en de regering ze verboden .

„Ik heb niets met hen te maken”, zei hij recentelijk. „De opperste leider heeft zijn eigen mening uitgesproken, ik heb het over de wet.”

Mousavi Tabrizi verwees naar de revolutie tegen de sjah van 30 jaar geleden. „De sjah noemde de demonstranten ook relschoppers. Het maakt niet uit wie het volk zijn rechten ontzegt, wie dat doet, handelt onrechtmatig.”