Probleemkind toch in gevang

Kinderen met gedragsproblemen zouden in 2010 niet meer in de gevangenis worden geplaatst. Nu er te weinig plek is in de gesloten jeugdzorg, lukt dat niet.

Het is een nieuw fenomeen in de complexe wereld van de jeugdhulp: de gesloten jeugdzorg. Sinds 2008 bestaan er instellingen die het midden houden tussen jeugdgevangenissen en internaten voor probleemkinderen. Ze zijn er voor jongeren die zulke ernstige opgroei- of opvoedproblemen hebben, dat het nodig is hun in een afgesloten omgeving hulp te bieden.

Om die instellingen voor gesloten jeugdzorg staan minder hekken en ze zijn lager dan bij jeugdgevangenissen. Jongeren zitten er relatief kort vast; het is de bedoeling dat ze er oefenen om zich weer normaal en vrij te kunnen bewegen. Ze kunnen er wel, net als in de gevangenis, worden gedwongen tot een behandeling, en hun telefoongebruik kan worden beperkt.

Deze gesloten jeugdzorginstellingen zijn ontstaan omdat de maatschappij het onaanvaardbaar vond dat veel probleemkinderen (met een zogeheten civielrechtelijke titel) samen met veroordeelde jongeren in de jeugdgevangenis zitten. Een van de bezwaren is dat een jeugdgevangenis niet op behandeling van jongeren is gericht, maar vooral op straf.

Internationaal bezien is de Nederlandse opsluiting van kinderen met gedragsproblemen, vaak zwakbegaafd of slachtoffer van gedwongen prostitutie, ongekend. Het parlement besloot, na diverse reprimandes van internationale kinderrechtenorganisaties, dat het vanaf 2010 niet meer mag.

Het probleem is echter dat niemand op deze minderjarigen zit te wachten. Het aantal jeugdigen met gedragsproblemen en een civielrechtelijke titel is vorig jaar zo sterk gestegen, met 30 procent tot bijna 1.500, dat de gesloten jeugdzorg nu veel te weinig plaatsen heeft. Dat bleek gisteren uit documenten die het ministerie voor Jeugd en Gezin naar de Tweede Kamer stuurde. Kinderen die volgens de rechter gesloten jeugdzorg nodig hebben, komen op een wachtlijst of toch nog in de justitiële jeugdinrichting.

Al enige tijd worden hele jeugdgevangenissen omgevormd tot instellingen voor gesloten jeugdzorg, zoals Den Engh en De Lindenhorst. Wat minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) nu beoogt, is volgens het Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg (LCFJ), anders. Plekken in jeugdgevangenissen huren en daar het bordje gesloten jeugdzorg bovenhangen, helpt de probleemkinderen niet, vindt het LCFJ. „De omgeving is nog altijd die van de gevangenis. Het is heel kort dag om de attitude van het gevangenispersoneel te veranderen”, zegt woordvoerder Attie Wolff. „En hoe zit het met de behandeling van deze kinderen?”

Hans du Prie, directeur van de Zuid-Hollandse jeugdzorginstelling Horizon, was een van de eersten met een zorgvoorziening waar jongeren opgesloten kúnnen worden. Hij vertelt dat hij deze week nog een „prachtige brief” kreeg van een 18-jarige jongen uit Spijkenisse die heel tevreden was met de intensieve behandeling die hij bij Horizon had gekregen. Maar eenmaal thuis ging het toch weer mis. De jongen wil nu zelf tijdelijk naar de gesloten afdeling van Horizon terug.

Jongeren die zich bijzonder asociaal gedragen, moeten in Horizon samen met hun ouders intensieve gesprekken voeren met behandelaars. Deze hulpverleners vragen de minderjarige of hij toekomstdromen heeft. De bedoeling is dat hij niet voor straf in afzondering wordt gezet, maar „om tot bezinning te komen” en dat hij snel perspectief geboden krijgt. Du Prie: „We grijpen kort maar met zware middelen in en houden ouders verantwoordelijk.”

Sinds kort heeft Horizon ook een gesloten afdeling voor kinderen onder de 12 jaar. Deze kleintjes moeten van de rechter steeds vaker naar de gesloten jeugdzorg, schrijft Rouvoet de Kamer. Voor hen, evenals voor moeders met kinderen, worden nu extra plaatsen in de gesloten instellingen gemaakt. De minister wil ook de periode bekorten dat jongeren in de gesloten jeugdzorg verblijven. Zij moeten sneller andere vormen van hulp krijgen. Op die manier kan de gesloten jeugdzorg meer cliënten helpen.

Du Prie zegt het jammer te vinden dat het Rouvoet en de zorginstellingen niet lukt vanaf 2010 geen probleemkind meer naar de jeugdgevangenis te sturen. Maar nu er plaatsgebrek is in de gesloten jeugdzorg, vindt hij het verstandig dat de minister ruimte voor deze jeugdigen huurt in jeugdgevangenissen. „Daarmee voorkomt hij dat deze kinderen in de kou komen te staan.”

Wel is Du Prie bang dat het beeld gaat overheersen dat kinderen die niet in het gevang thuishoren, nu toch weer achter de tralies worden geplaatst. „Dat zou ik betreuren, ook al hebben we dat beeld zelf opgeroepen door hoge verwachtingen te wekken.”

Ook Mark Bent van MO-Groep Jeugdzorg, koepel van jeugdzorginstellingen, gelooft in Rouvoets aanpak. „We moeten jongeren minder lang in een gesloten instelling houden en eerder andere vormen van zorg geven, zoals kamertraining, waardoor ze op eigen benen leren staan.”

Nu er nog te weinig plek is in de gesloten jeugdzorg, vindt ook hij het onvermijdelijk dat voor deze jongeren tijdelijk bedden worden gehuurd in jeugdgevangenissen. Hij benadrukt dat het wel aparte locaties moeten zijn, niet op het terrein waar ook veroordeelde kinderen zitten. „Anders zou het niet kloppen.”

Een woordvoerder van Rouvoet kan die strikte scheiding niet bevestigen. „Het kan ook gaan om een vleugel van een jeugdgevangenis, maar daar gaat dan wel het regime van de gesloten jeugdzorg gelden.” Welke jeugdgevangenissen in aanmerking komen voor deze verhuur, is nog onbekend, evenals de duur van de noodoplossing.

Marianne Langkamp, Kamerlid voor de SP, is verbaasd. Volgens haar had Rouvoet al lang aan zien komen dat hij zijn doelstelling niet kon halen en had hij tijdig voor extra gesloten jeugdzorg plaatsen moeten zorgen. „Het hele idee dat we onderscheid willen maken tussen kinderen met gedragsproblemen en veroordeelde kinderen doen we teniet, als we ze alleen op een andere gang zetten. Dat is absoluut niet de oplossing. Ik vind het kunst en vliegwerk.”