Partijsecretaris: we moeten bloed met bloed vergelden

Het straatbeeld in Urumqi wordt beheerst door militairen en oproerpolitie. Het zijn nu vooral de Han-Chinezen die de confrontatie zoeken met de Oeigoeren.

Oeigoeren rusten uit bij een politieman na een aanval van Han-Chinezen Foto AP Uighur residents rest near a police officer a day after Han Chinese mobs attacked an Uighur neighborhood in Urumqi, China, Wednesday, July 8, 2009. China's president cut short a G8 summit trip to rush home Wednesday after ethnic tensions soared in Xinjiang territory, and the government flooded the area with security forces in a bid to quell emotions in the wake of a massive riot that left at least 156 dead. (AP Photo/Eugene Hoshiko) AP

In de omgeving van het Volksziekenhuis in de Oeigoerse wijk Tianshan, in het centrum van Urumqi, beheersen duizenden militairen met schilden en bajonetten het straatbeeld. De soldaten zijn gisteravond met trucks en vliegtuigen uit de nabijgelegen provincie Gansu aangevoerd om de plaatselijke paramilitaire eenheden bij te staan bij de bestrijding van de etnische rellen. Urumqi is al vier dagen een stad van intense spanning met massief militair machtsvertoon en aanhoudende hevige rellen tussen Oeigoeren en Han-Chinezen.

Toen het geweld op zondagmiddag begon was het Volksziekenhuis de eerste plek waar gewonden werden opgevangen. De onderdirectrice van het ziekenhuis, Mayinuer Niyazi, is na lang aarzelen en uitvoerig telefonisch overleg met het lokale partijsecretariaat bereid de voorlopige balans van de rellen op te maken. Zij heeft tot nu toe 341 gewonden en 21 doden binnengekregen. Niyazi, een Oeigoerse vrouw van middelbare leeftijd en een kalme uitstraling: „Onder de doden bevinden zich achttien Han-Chinezen en drie Oeigoeren. De Han-Chinezen zijn in de meeste gevallen dood geknuppeld in tegenstelling tot de Oeigoeren die gedood zijn door kogels van de politie.”

In Urumqi wordt betwijfeld of er werkelijk, zoals de overheid beweert, 156 doden zijn gevallen. Door een hoog dodental te noemen zou de harde repressie gemakkelijker te rechtvaardigen zijn. Urumqi heeft twintig tot dertig ziekenhuizen waarvan het Volksziekenhuis de grootste is. Niyaza denkt dat het dodental kan kloppen. „Veel Oeigoeren hebben hun doden niet naar het ziekenhuis gebracht.”

Volgens islamitische wetten – de Oeigoeren zijn moslims – moet het stoffelijke overschot vlak na de dood worden begraven. Maar Nayizi weet niet zeker of alle Oeigoeren zich aan deze regels houden.

Het dodental zou inmiddels opgelopen zijn tot 159. De doden van de rellen van gisteren – toen Han-Chinezen met knuppels en metalen pijpen winkels van Oeigoeren aanvielen – waren van Oeigoerse afkomst. De politie kon gisteren niet zeggen hoeveel Oeigoeren en hoeveel Chinezen zich onder de andere 156 doden bevonden.

Urumqi, de hoofdstad van de provincie Xinjiang in het westen van China, is een belegerde stad: helikopters cirkelen rond, bussen, taxi’s en personenauto’ s rijden volgeladen met soldaten door de straten. Alleen inwoners die zich kunnen identificeren mogen door de cordons. Gisteravond is de avondklok ingesteld: niemand mocht na acht uur de straat op. Ook taxi’s rijden nog maar sporadisch. Journalisten mogen alleen op eigen risico zonder begeleiding van de autoriteiten de stad in.

De Chinese staatspers heeft inmiddels gemeld dat de onlusten zich ook naar andere delen van de provincie Xinjiang hebben verspreid. De politie arresteerde mandagavond circa tweehonderd Oeigoeren in de Id Kah moskee in Kashgar.

Ook bannelingen maken melding van incidenten in andere delen van de provincie waar inmiddels ook paramilitaire troepen posities zouden innemen. Volgens ooggetuigen in Lhasa heeft de Chinese overheid ook in Tibet de oproerpolitie gemobiliseerd.

De partijsecretaris van Xinjiang sprak gisteren in de wijk Erdaqiao Han-Chinese burgers toe. Hij maande hen tot kalmte, gebruikte partijretoriek als „harmonieus samenleven” maar versprak zich aan het eind van zijn speech toen hij zei: „we moeten bloed met bloed vergelden”.

Op de Intensive Care afdeling van het Volksziekenhuis zijn de gewonde Oeigoeren volgens de Chinese arts Yuan Hong onaanspreekbaar maar in de gangen staan brancards met lichtgewonde Han-Chinezen die wel hun verhaal kunnen doen.

Cha Jialing (32) een magere migranten bouwvakker uit de provincie Henan kijkt, zittend op een brancards wezenloos voor zich uit. Hij heeft een dertig centimeter grote gehechte snee in zijn nek en heeft zijn arm gebroken.

Cha: „Zondagavond stond ik om acht uur op bus 61 te wachten. Plotseling werd ik in de rug aangevallen door een groep Oeigoerse jongeren. Ze droegen sabels, messen en ijzeren pijpen. Omdat ik een uniform van mijn werkeenheid droeg, zagen ze dat ik Han-Chinees ben. Toen ik me omdraaide, maaide een jongen bebaarde Oeigoer met een sabel om zich heen en het vlijmscherpe mes scheerde langs mijn nek. Ik wankelde maar kon toch op eigen gelegenheid het Volksziekenhuis bereiken.”

Onderweg zag Cha tientallen doden en gewonden liggen. Ook zag hij hoe een groep Oeigoeren een bus met Han-Chinezen aanviel. „Het is hier niet pluis. Mijn vrouw en kinderen wonen nog in Henan. Als ik word ontslagen uit het ziekenhuis wil ik Xinjiang voorgoed de rug toekeren en teruggaan naar mijn dorp.”

Yuan Hong, de Chinese arts, zegt in zijn kantoor dat de rellen ook voor hem als een volslagen verrassing komen. „Ik werk hier al meer dan 30 jaar en heb nog nooit zoiets meegemaakt. De relatie tussen Oeigoeren en Chinezen is sinds de Culturele Revolutie nog nooit zo goed geweest. De Chinese overheid geeft de Oeigoeren enorm veel privileges die niet worden verleend aan Han-Chinezen. Onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis en de een-kind-politiek geldt niet voor de Oeigoeren. De Chinezen zijn bereid dat te accepteren maar hun tolerantie heeft natuurlijk ook grenzen.”