Onwezenlijke rouw

Hier en daar lees ik met de nodige verbazing over het extreme rouwbetoon rond Michael Jackson, maar ik zie het meer als een mondiale ontwikkeling waarvan het einde nog niet in zicht is. Ging het er in Nederland zoveel anders aan toe bij de dood van Herman Brood en André Hazes, twee sterren wier beroemdheid toch ophield bij Vaals? De Arena was bij Hazes één grote badkuip die volliep met tranen, er zaten meer mensen te snikken dan gisteren in het Staples Center in Los Angeles.

En kijk eens in onze eigen privé-omgeving: de begrafenissen en herdenkingen duren ook daar steeds langer, omdat het aantal sprekers toeneemt en er meer muziek gedraaid wordt. Een sobere bijeenkomst met één (of geen) spreker maak je nog maar zelden mee, de dode moet dan een soort maatschappelijke mislukkeling zijn geweest.

We kunnen steeds moeilijker afscheid nemen van de gestorvene. Het is alsof we hem willen naschreeuwen: „We hebben heus wel van je gehouden, hoor!” Spijt is bij zulke rouwbijeenkomsten misschien wel een dominanter gevoel dan verdriet. Spijt over gemiste kansen, nooit opgeloste problemen, stukgelopen relaties.

Ook de herdenking van Michael Jackson, hoe interessant als spektakel ook, had daarom iets onwezenlijks. Ik ben geen groot kenner van zijn biografie, maar ik heb altijd begrepen dat hij een dolende, eenzame man was geworden. Maar wat zag ik in Los Angeles? Massa’s mensen die zielsveel van hem hielden, familieleden die achter grote zonnebrillen hun tranen verborgen, collega’s die met veel moeite nog net een gevoelig lied uit hun strot konden persen, een ex-vriendin die zich vertwijfeld tot sterren en maan richtte.

Michael was, zo begreep ik van ze, een nobel, verlegen, lachgraag, humoristisch, filantropisch, geniaal mens geweest, wegbereider zelfs van Obama. Iemand noemde hem al: „The greatest entertainer that ever lived.” De boodschap van de hele eredienst was min of meer: „The greatest human being that ever lived.”

Ontroerend soms, en over de doden – als het even kan – niets dan goeds, maar waar waren al die mensen toen Michael het zo moeilijk had? Hebben ze hem wel eens te logeren gevraagd in hun gezin toen hij vervolgd werd als the greatest pedophile that ever lived? Hebben ze hem wel eens gebeld, al was het alleen maar om hem nu eens aan een goede psychiater of plastisch chirurg te helpen? Of beroddelden ze hem achter zijn rug en liepen ze liever met smeuïge nieuwtjes naar de pers? En wie van hen kwam op het nare idee om Michaels dochtertje te belasten met het slotwoord?

Over al die kwesties gaan de komende jaren nog een hoop onthullende biografieën verschijnen. Daarin zullen heel wat personen tegen het licht worden gehouden die gisteren het hoogste woord hadden. Benieuwd ben ik vooral naar de rol van dominee Al Sharpton, een parmantige griezel, die steeds furieus riep: „Michael never stopped!”

Het ergst was de zwarte zanger Usher die zijn zonnebril ophield toen hij Gone Too Soon geforceerd gekweld zong, terwijl hij naar de kist liep.

Eenmaal uitgezongen zette hij zijn bril af en liet zich voldaan huggen door de familie.

Die Usher moeten we in de gaten houden. Hij wil de nieuwe Jackson worden.

Tegen die tijd doen we een hele week over zo’n begrafenis.

    • Frits Abrahams