Mini-eiland vol leven

Tussen hun dertigste en veertigste levensjaar lijken de meeste mensen in te boeten aan vrienden. Doorgaans komt daar een langdurige relatie met kinderen voor in de plaats, iets wat men ‘een leven’ neigt te noemen.

Mensen met een leven hebben vaak medelijden met mensen zonder leven, al zijn ze er ook geregeld jaloers op. Mensen zonder leven beschikken meestal over de vrienden die mensen met een leven zijn gaan missen. Al zijn er natuurlijk ook mensen met een leven én vrienden, en mensen met niets.

Acht jaar geleden was ik een van de Europeanen die elkaar op een vulkanisch mini-eiland in de Dodecanese ontmoetten en betoverden.

Tijdens het eerste afscheid, waarvan ik toen nog dacht dat het het enige zou zijn, huilde ik hysterisch. Ik nam een bundel explosieven mee naar huis waarmee ik mijn toenmalige relatie opblies. Ik had zo hard geleefd dat ik met geen mogelijkheid terug kon.

We bezochten elkaars landen, soms met opzet, soms toevallig. Afscheid nemen werd een gewoonte, er vielen geen tranen meer, wij hielden contact.

Intussen werd er hier en daar een huwelijk gesloten en een kind geboren. Thuis ondernam ik mijn meest oprechte poging tot een leven, maar ik bleef naar het eiland terugkeren, wilde een leven én vrienden.

Nu keren vooral degenen zonder leven terug. Er wordt gepraat over de gevaren van ervaring, van verlies. Anekdotes worden herhaald omdat het erger is ze te vergeten.

Een van ons weigert de zin ‘we’re getting old’ achter te laten tussen de golven, wat mij stoort.

Het besef besluipt mij dat ook de vriendschap tussen mensen zonder leven vatbaar is voor irritaties en verschillen. Dat zij op veel verleden berust, op wederzijdse inspanningen, soms zelfs op ontkenning. Omdat wij geen mensen met niets willen zijn.

Maar dan gebeurt er plots iets nu. In een synchrone oogopslag rolt iets absurds en hilarisch van mond naar mond.

Ons gelach springt als een grote gekleurde vogel op de tafel tussen ons in. Hij opent zijn lange vleugels en blijft ter plaatse boven onze hoofden fladderen, onvermoeibaar.

De bleke, zwijgzame toeristen, de koppels die een teveel aan leven naar ons eiland hebben meegenomen, al degenen die niets met ons te maken hebben, kijken de vogel na, sip en onbegrijpend, terwijl wij bulderend, vol vertrouwen achterblijven. Ook dit afscheid wordt een weerzien. Wij leven nog.