Met een gebleekte 'Arschwitz' door Amerika

Sacha Baron Cohen poseert als fashionista Brüno. scene uit de film Bruno (2009) FOTO: UPI Sacha Baron Cohen UPI

Brüno. Met: Sacha Baron Cohen, Gustaf Hammarsten. In 93 bioscopen.****

De afgelopen weken toerde komiek Sacha Baron Cohen opnieuw de wereld rond in malle pakjes. Bij de MTV Awards landde hij met zijn achterwerk in het gezicht van de quasihomofobe rapper Eminem. In Londen koerde hij om ‘dat sletje’, prins Harry. In Amsterdam doopte hij de rosse buurt om in roze buurt. Stunts om te suggereren dat Brüno geen film is, maar een evenement dat je niet mag missen.

Zo lanceerde Baron Cohen eerder Borat, maar met Brüno weet hij tot dusver minder voorpret te genereren. Het nieuwtje is eraf, Brüno kopieert – overigens met succes – de formule van Borat. In die hitkomedie uit 2006 joeg Baron Cohen als antisemitische, seksistische steppejournalist uit Kazachstan de Amerikaanse droom na. Drie jaar later doet hij als Oostenrijkse relnicht Brüno de reis langs groot- en kleinsteeds Amerika dunnetjes over. Waar het Borat ging om „cultural learnings”, wil Brüno beroemd worden: Oostenrijks bekendste homo sinds Schwarzenegger en grootste superster sinds Hitler.

Tijdens de hilarische opening blijkt Europa minder behoefte te hebben aan weer een grensverleggende Oostenrijker. Brüno belandt op de ‘schwarzlist’ van de modewereld, verliest zijn tv-programma Funkyzeit en zijn Filippijnse toy boy. Baron Cohen grossiert in die eerste tien minuten in anale en genitale schokeffecten en zet Brüno neer als eng giechelende poseur in lycra, die denkt dat de wereld draait rond zijn Kugelsack en gebleekte Arschwitz. Zo’n karikatuurhomo dat je ogen van gêne wegrollen terwijl je kaken in de kramp schieten van het lachen.

Homo-organisaties toonden zich vooraf ‘bezorgd’ over Brüno, maar kregen er geen vat op. Distributeur UPI stelt dat het een soort bewustwordingstheater is om homofobe vooroordelen te ontmaskeren, toch vindt niet iedere homoseksueel het leuk als een zaal hetero’s hem uitlacht.

Maar Baron Cohens spel met politieke correctheid is te glibberig. De relnicht uithangen om burgertrutten uit de tent te lokken is een oude truc in de strijd voor homorechten; sinds de Gay Pride-parades zien sommigen seksueel provoceren op zijn Brüno’s zelfs als kern van onze westerse vrijheid. Dus is de relnicht fair game voor komieken; het tegenargument dat alleen een homoseksueel een relnicht mag spelen zoals alleen een zwarte ‘nigger’ mag zeggen, snijdt weinig hout.

Als komedie is Brüno scherper, gemener en riskanter dan Borat. De film is een serie sketches, soms nieuw, soms al op tv uitgeprobeerd, aan elkaar gepraat door Brüno die steeds desperater de roem najaagt: met een sekstape, een Afrikaanse adoptiebaby of een bekering tot heteroseksualiteit. Intussen ontvouwt zich een romance met zijn trouwe assistent Lutz.

Gaandeweg ontpopt Brüno zich tot een soort negatief van de aandoenlijk hulpeloze Borat. Terwijl de Kazach grootsteeds Amerika schokte en conservatief, kleinsteeds Amerika uitdaagde om zijn primitieve ideeën te onderschrijven, schokt Brüno conservatief Amerika en daagt hij liberaal Amerika uit hem normaal te vinden. Dat oogt gevaarlijker: de wapengekken en bijbelfanaten die zich over Borat ontfermen, drijven Brüno bijkans tot waanzin.

Baron Cohens ‘guerrillafilmen’, iets tussen candid camera en reality-tv in, werkt vaak, niet altijd. Als Brüno duikt hij onverwachts op om te provoceren of lokt hij via fictieve mediabedrijfjes mensen in de val. Daarbij zet hij ze zo vilein tegen de muur dat je soms medelijden krijgt. Met de Republikeinse politicus Ron Paul bijvoorbeeld, die in zijn krant wegkruipt terwijl Brüno hem tot het maken van homoporno tracht te verleiden.

Lastig is wel dat Sacha Baron Cohen zo’n fenomeen is dat onwetende slachtoffers schaars worden. Zeker in Hollywood, dat Brüno als eerste op de hak neemt. Als B-beroemdheid Paula Abdul, gezeten op de harige rug van een Mexicaan, over haar humanitaire werk kakelt, lijkt ze zijn spelletje mee te spelen. En de finale met Bono, Sting, Elton John en Snoop Dogg is tenenkrommend: niets saaier dan geregisseerde reality-tv.

Toch weet Baron Cohen zelfs in Hollywood nog een paar onschuldigen te vinden, zoals die ouders die op een nepauditie stralend hun baby beschikbaar stellen voor werk met „bijen, wespen en horzels”, „bijtende zuren en explosieve stoffen” of „ouderwetse, zware machinerie”. Maar pas als Brüno in het Midden-Oosten vrede probeert te stichten tussen Israël en ‘Hummus’ krijg je weer respect voor de discipline en durf van Baron Cohen. Want dat heb je nodig als je de terroristische Al-Asqua Martelarenbrigades verwijt dat „Bin Laden zich kleedt als dakloze kerstman”. Bijna even riskant ogen de uitstapjes in Red State America, waar een kooigevecht in Arkansas tot verbijstering van een zaal harige bierbuiken uitloopt op mannenliefde: dan vliegen glas en stoelen hem om de oren.

Baron Cohen is een komiek die veel kruit tegelijk verschiet: zijn films zakken altijd ergens in. Bij Brüno gebeurt dat in het midden, waarna hij zich herpakt. Als herhalingsoefening slaagt de film, wel dreigt slijtage. Maar nu Baron Cohen door zijn alter ego’s uit Da Ali G. Show heen is, moet hij sowieso iets nieuws verzinnen.

    • Coen van Zwol