In EU spreekt niemand elkaar nog aan op de regels

Crisis went, lijkt het in Brussel. Van slechte cijfers kijkt niemand meer op en overtreding van het stabiliteitspact voor de euro wordt voor kennisgeving aangenomen.

Eurocommissaris Joaquín Almunia van Monetaire Zaken vertelt dat 21 van de 27 landen in de Europese Unie hogere begrotingstekorten hebben dan de 3 procent die is toegestaan volgens het stabiliteits- en groeipact.

De werkloosheid in de EU, gaat hij op monotone wijze verder, bedraagt nu gemiddeld 9,5 procent. Die zal waarschijnlijk verder stijgen. „De inflatie is onder controle, tenzij de olieprijzen oplopen. De potentiële groei in de eurozone kan de komende twee jaar ernstig worden gehinderd door de crisis.”

Welkom op de maandelijkse vergadering van de Europese ministers van Financiën in Brussel. Zes maanden geleden sloeg het volk dat deze bijeenkomsten bezoekt – ministers, diplomaten, nationale en Europese ambtenaren, de pers – van zulk onheilspellende cijfermateriaal steil achterover. Er hing een elektrische lading in de zaal, die tot de nok toe vol zat. Er was een gevoel van urgentie, om niet te zeggen paniek.

Maar crisis went. Althans, zo lijkt het. Of raken mensen afgestompt, zoals een diplomaat suggereerde? De vergaderingen trekken minder publiek. Ze zijn vroeger afgelopen. De protagonisten lijken minder geïnspireerd. Ze nemen soms nauwelijks meer de moeite om elkaar te bekritiseren, als anderen Europese afspraken aan hun laars lappen. Frankrijk en Duitsland gaven daar gisteren zo’n sterk staaltje van dat sommigen zich afvragen of het stabiliteitspact nog wel bestaat.

Crisis of niet, de agenda van de ministers was minder vol dan anders. Daar zijn verzachtende omstandigheden voor. Eén: het is hartje zomer, dan gaat bijna alles in Brussel en de lidstaten in een lagere versnelling. Twee: er is een nieuw Europarlement en er komt binnenkort (deels) een nieuwe Europese Commissie. Zulke momenten van ‘institutionele transitie’ zijn niet bevorderlijk voor initiatief, laat staan wetgeving. Ten derde: dit is stilte voor de storm. Er komen belangrijke onderhandelingen aan op financieel-economisch gebied, dit najaar: over financieel toezicht in de EU, over regulering van hedgefondsen en private equity, en andere onderwerpen waarover landen sterk verdeeld zijn. Dat belooft vuurwerk – vooral vanuit Londen, dat in deze regulering een continentale poging ziet om de City, ’s werelds grootste financiële centrum, een toontje lager te laten zingen. In afwachting van wetsontwerpen houden velen hun kruit droog.

De besluiten die de ministers gisteren namen, waren afgelopen maanden zo goed voorgekookt door financiële experts, dat ze feitelijk hamerstukken waren. Zo gingen de 27 ministers akkoord met een plan om banken in goede tijden hogere financiële buffers te laten aanleggen dan nu. Dat is wat Spanje afgelopen jaren deed, tijdens de economische boom. Mede daardoor hebben veel Spaanse banken nu reserves, en zijn ze er minder erg aan toe dan bijvoorbeeld de Duitse. In Duitsland geven de banken nauwelijks krediet meer aan bedrijven. Het is kennelijk zo erg dat de Duitse minister Peer Steinbrück gisteren toestemming vroeg van zijn collega’s om tijdelijk onder de Bazel-II regels te mogen duiken, die voorschrijven hoeveel financiële reserves banken minimaal moeten hebben.

Zoals verwacht stemde geen enkel ander land in met het tijdelijk versoepelen van de Bazelregels. „Duitsland, land van regels en prudentie”, reageerde een diplomaat uit een ander groot land, die niets van Steinbrücks verzoek begreep. „Dit is de derde keer dat hij hiermee komt. De eerste twee keer schoten we het af. Wat wil die man?”

Ook dit soort opmerkingen typeert de stemming op de ministerraad. Ingewijden vertellen dat het vertrouwen tussen Frankrijk en Duitsland, de twee grote motoren van de Unie, op een dieptepunt is beland. Weliswaar eisten Steinbrück en zijn Franse collega Christine Lagarde samen dat de Europese boekhoudregels snel worden versoepeld om het bedrijfsleven lucht te geven bij het afschrijven van ‘giftige’ leningen. De Amerikanen deden dat dit voorjaar al. Maar over fundamentele zaken zijn Fransen en Duitsers het totaal oneens. Over het stabiliteitspact bijvoorbeeld, dat de euro stabiel moet houden.

Zo vertelde minister Bos (Financiën, PvdA) dat hij de enige was die kritiek leverde op de toespraak van president Sarkozy, eind juni, in Versailles. Sarkozy zei dat je met te veel bezuinigen de crisis niet bezweert – een sneer naar Duitsland – en dat hij extra geld wilde uitgeven om de economie weer op gang te krijgen. Intussen loopt het Franse begrotingstekort hoog op. Alsof er geen pact bestaat, dat geen hogere tekorten toestaat dan 3 procent van het bbp. Alsof de Commissie niet al een ‘strafprocedure’ tegen Frankrijk is gestart, wegens te hoge tekorten – net als tegen veel andere landen trouwens: maandag kwamen er weer vijf bij. Alsof de ministers vorige maand niet unaniem een Frans voorstel hadden verworpen om hoge begrotingstekorten in crisistijd niet af te straffen. Frankrijk gaat, kortom, zijn eigen gang. „Zorgwekkend”, vindt Bos.

Maar toen hij dat zei, viel alleen eurocommissaris Almunia hem bij. De ministers zeiden niets. Zelfs Steinbrück niet. „Dat is nog zorgwekkender”, zegt Bos. „Veel ministers denken: als ik streng ben voor mijn buurman, pakt hij mij straks aan. Laat ik mijn mond maar houden. Zo verdwijnt er weer een stukje discipline in Europa. Het pact is in groot gevaar.”

Een Europa zonder Frans-Duitse leiding, met een Commissie die wat roept in de woestijn en landen die ja zeggen en nee doen – zo schetst Bos Europa. Zo bezien lijkt de lauwe sfeer op de ministersvergadering niet veroorzaakt door een overschot aan deprimerende cijfers, maar door een diepe politieke impasse.

    • Caroline de Gruyter